Florence dag 5

Uffizi 
Sala del Dugento: Tronende Madonna met Kind van Cimabue, Duccio en Giotto 1/2

Het begin van de schilderkunst volgens Vasari met schilders als Cimabue, Duccio en Giotto. Volgens Vasari is de ware kunst, zo ook de schilderkunst, na het verval van de klassieke beschaving verdwenen. Pas rond dertienhonderd is de schilderkunst weer ontwaakt. Hiervóór was er sprake van de ‘maniera greca’ ofwel de Griekse stijl (Byzantijnse) waarbij Vasari in zijn voorrede van de ‘Levens’ wijst op de mozaïeken in de Duomo van Pisa en de San Marco in Venetië, maar ook op tal van schilderingen en beeldhouwwerken in Florence.1

‘[……] in deze stijl, met figuren kijkend als bezetenen, de handen uitgestrekt, op de tenen [……]’ en over de beeldhouwwerken merkt Vasari op dat: ‘[……] bepaalde figuren dienst doen die zo onbeholpen zijn, zo lelijk, en in hun grofheid en stijlloosheid zo mismaakt dat men niet zou weten hoe zich iets slechters voor te stellen.’

Giorgio Vasari, ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I blz.46-47 (oorspronkelijke uitgave 1568).

 

Tronende Maria met Kind
Baptisterium
apsiskalot
Florence

Tronende Maria met Kind Baptisterium Florence apsiskalot mozaïek

Hier wordt de kunst verweten dat zij niet naturalistisch is. Het zij hier terzijde vermeld de byzantijnse kunst is veel complexer dan Vasari voorstelt. Sterker nog de Byzantijnse kunst heeft in de dertiende eeuw een vruchtbare bodem gelegd voor Giotto en de proto-renaissance.2 In het leven over Cimabue van Vasari, wijst hij deze kunstenaar al aan als de schilder die een begin maakte met de moderne en dus goede schilderkunst.3 Het is echter vooral Giotto die het licht in de schilderkunst ontstak. Vasari beschouwt Giotto als de ware vader van de schilderkunst die op eigen kracht ‘en uit de natuur putte, kon hij terecht een leerling van de natuur worden genoemd, en niet van anderen.’4 Wat Vasari vooral waardeerde, was dat hij als eerste in staat was ‘goed gelijkende afbeeldingen van bestaande personen te geven, waarbij hij naar de natuur te werk ging, iets wat meer dan tweehonderd jaar in onbruik was geweest [……]’5 De maatstaf voor goede kunst is de mate waarin een kunstenaar er in slaagt om natuurgetrouw af te beelden. Iets dat bepaald geen sinecure is, gezien de beperkte middelen die een kunstenaar tot zijn beschikking heeft: een plat vlak (gestuukte muur, paneel of doek), wat pigmenten met een bindmiddel en penselen.

Madonna del Popolo
kunstenaar onbekend
Brancacci-kapel
detail en geheel
mouseover
Madonna del Popolo kunstenaar onbekend Brancacci-kapel

Giotto is niet alleen een leerling van de natuur geweest, maar heeft het vak als schilder bij Cimabue geleerd. Vasari verhaalt hoe Cimabue een knaap van tien jaar oud …

‘[……] en terwijl hij met deze dieren [schapen] over het landgoed trok en hen nu eens hier weidde en dan weer daar, werd hij door zijn natuurlijke aanleg tot de tekenkunst gedrongen en overal, op de stenen, op de grond of in het zand, tekende hij iets wat hij in de natuur zag of iets wat zomaar in zijn hoofd opkwam.’ ‘Op zekere dag was Cimabue onderweg van Florence naar Vespignano, waar hij iets te doen had, toen hij Giotto zag die, terwijl zijn schapen aan het grazen waren, met een enigszins puntige steen op een vlak en glad rotsblok een schaap afbeeldde, naar de natuur, zonder dat hij van wie ook, of het moest van de natuur zelf zijn, had geleerd hoe men dit deed. Cimabue bleef dan ook staan, stomverbaasd, en vroeg hem of hij met hem mee wilde en bij hem wilde wonen; de jongen antwoordde dat hij graag mee zou gaan, als zijn vader het goed vond.’

Giorgio Vasari, ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I blz. 68 (oorspronkelijke uitgave 1568).

Volgens Vasari haalde de jonge knaap niet alleen snel het niveau van zijn leermeester, maar was hij het die een einde maakte aan ‘die onbeholpen Griekse stijl’ en de goede, moderne, schilderkunst weer invoerde.6

In het Uffizi, Sala del Dugento (dertiende eeuw), zaal twee, is niet alleen een modern werk van Giotto te zien een ‘Tronende Maria met kind’, maar ook twee andere panelen met hetzelfde onderwerp. Eén van Cimabue en het andere altaarstuk van een schilder uit Siena, Duccio. Daarnaast is er in het koorgewelf van het Baptisterium in Florence een mozaïek met een Tronende Madonna met kind uit het midden van de dertiende eeuw, gemaakt in de Griekse stijl. Een vergelijking tussen deze werken maakt pas goed duidelijk hoe baanbrekend ‘de Tronende Maria met kind’ van Giotto is.

Het mozaïek in het Baptisterium, vertoont alle kenmerken die Vasari zo slecht vond ‘figuren kijkend als bezeten […] op de tenen’, lichaamproporties die niet deugen, kortom deze weergave van Maria met haar kind op de troon is absoluut niet realistisch. De drie grote panelen van Duccio, Cimabue en Giotto – de eerste twee zijn rond 1285 gemaakt en het laatste ongeveer vijfentwintig jaar later – zijn voor kerken in Florence geschilderd. Duccio schilderde zijn werk voor het hoofdaltaar in de Santa Maria Novella. Cimabue voor de Santa Trinita en Giotto voor de Ognissanti. Dit soort afbeeldingen waren populair en hadden een belangrijke functie voor de gelovige. Op de knieën vóór het schilderij werd tot Maria gebeden. De gelovige zocht steun in moeilijke tijden en kon haar hulp aanroepen. Als moeder van haar zoon kon zij Christus vragen de gelovige te helpen.

Video’s:
1. Video Khan Academy Cimabue Madonna met Kind  Santa Trinita (7.29 minuten)
2. Video Khan Academy Duccio Rucellai Madonna met Kind Santa Maria Novella (4.15 minuten)
3. Video Khan Academy Giotto Madonna met kind Santi Ognissanti (4.04 minuten)
4. Video Khan Academy Een vergelijking: Madonna’s met kind van Cimabue en Giotto (10.59 minuten)

Cimabue
Santa Trinita
Tronende Madonna met Kind
ca. 1285
Ufizzi
Duccio
Santa Maria Novella
Tronende Madonna met Kind
ca. 1285
Uffizi

De monniken van Vallombrosa bestelden bij Cimabue een altaarstuk met een Tronende Madonna. In de vijftiende eeuw is dit werk op het hoofdaltaar in de Santa Trinita vervangen door een schilderij van Alessio Baldovinetti en het kwam vervolgens in een zijkapel te hangen. Aanvankelijk was het altaarstuk van Cimabue het belangrijkste schilderij in de kerk. Het oog van de kerkganger viel bij het betreden van de kerk direct op de Tronende Madonna. Op de banderollen staan teksten uit de bijbel te lezen die slaan op de conceptie van het kind van Maria uit Jesaja 7: 11

‘Hoe lang nog blijf je talmen
Hoe lang nog blijf je eigenzinnig, vrouwe Israël?
De Heer zal iets nieuws op aarde scheppen:

Een vrouw maakt een man het hof.
Nee, ik ben stil geworden
Ik heb mijn ziel tot rust gebracht.
Als een kind op de arm van zijn moeder,
Als een kind is mijn ziel in mij.’

Jeremia 31: 22 en de Mariapsalm 131: 1

Het kind draagt een Romeins kleed en een pallium. In zijn linkerhand houdt hij een rol met de heilige wetten. De engelen zijn aan beide zijden van de troon symmetrisch geordend. In het werk van Cimabue zit Maria met haar kind op de troon en wordt onmiddellijk duidelijk dat zij en haar kind centraal staan. De gelovige kan zich in zijn of haar gebed tot haar richten.

verering van Maria
nu en vroeger
mouseover

In het paneel van Duccio is dit ook het geval. Zijn paneel is trouwens pas in de twintigste eeuw aan deze kunstenaar uit Siena toegeschreven. Gezien de grootte van het paneel is het waarschijnlijk in Florence zelf geschilderd. Het vervoer van een dergelijk werk, 450 bij 292 cm, is immers bepaald geen sinecure. Bovendien hanteerde de vader van de schilderkunst uit Siena een techniek bij het aanbrengen van de nimbussen die in de ateliers van Florence wel gebruikelijk was, maar niet in Siena. Na het ponsen van een aureool werd in Siena gereedschap gebruikt waarmee men in het goud kerfde. In Florence werden er korrels aangebracht zoals bij het graveren.7 Net als Cimabue gaat Duccio uit van het byzantijnse prototype zoals dit al af te lezen is uit het eivormige gezicht van Maria. Toch veroorlooft Duccio zich meer ‘vrijheid.’ Het zegenende gebaar van het kind van Duccio is veel spontaner dan wat Cimabue schilderde.

Duccio
Tronende Madonna met Kind

Duccio nam wel veel van Cimabue over, maar hij voegde er wel een aantal elementen uit de gotiek aan toe  zoals de heldere glanzende kleuren, de golvende contourlijn, de met goud gestikte rand op het kleed van Maria dat zeer elastisch meegolft en de wijze waarop deze rand naar beneden valt, geeft de blauwe mantel van Maria gewicht.

Deze vernieuwing werd nadat Duccio dit werk gemaakt had in Siena ook ingevoerd. De troon is duidelijk beïnvloed door de gotiek ten Noorden van de Alpen. Nieuw is ook dat de engelen die de troon ophouden niet meer als één groep gerangschikt zijn, maar los van elkaar staan en naar de Madonna kijken.

Het paneel van Giotto is waarschijnlijk tussen 1306 en 1310, en dus ongeveer vijfentwintig jaar later geschilderd dan de twee andere werken van Duccio en Cimabue, maar wat een wereld van verschil! Hier is sprake van een ware revolutie in de schilderkunst. Giotto is niet voor niets zo vaak geprezen. Schrijvers, kunstenaars en historici als Dante, Boccaccio, Ghiberti, de chroniqueur Giovanni Villani en natuurlijk Vasari spreken vol lof over deze schilder. Khan Academy video: Giotto  Ognissanti Madonna met kind (4.04 minuten). Khan Academy video: een vergelijking tussen  Cimabue’s Santa Trinita Madonna en Giotto’s Ognissanti Madonna (6.58 minuten).

Giotto
Tronende Maria met kind
detail
mouseover

Dante beschrijft hoe Cimabue dacht voorop te lopen in de schilderkunst, maar Giotto haalde hem snel in ‘zodat de roem van de ander snel verdween.8 In zijn Decamerone prijst Boccaccio Giotto als volgt:

‘De andere heette Giotto en was geniaal dat er in heel de Natuur- die de moeder is van al het geschapene en dit door het voortdurend draaien van het hemelgewelf in stand houdt –- geen ding was dat hij niet met potlood, pen of penseel zo gelijkend wist af te beelden, of eenieder die het zag begon aan zinsbegoocheling te lijden en nam voor echt wat eigenlijk geschilderd was. Juist omdat hij deze kunst, die eeuwenlang verduisterd was geweest door het geklieder van lieden die eerder voor de ogen van de onwetenden dan voor het verstand van de wijzen schilderden, weer in haar oude luister had hersteld, kan men hem terecht een van de sterren aan het Florentijnse firmament noemen, … ‘9

Boccaccio vergelijkt Giotto in een ander werk van hem zelfs met de beroemde klassieke schilder Apelles.10 Het is vooral het nieuwe realisme dat Giotto in de schilderkunst na dertienhonderd invoerde dat door velen geprezen wordt. Dit geluid klinkt bij alle schrijvers door zo ook bij Ghiberti in zijn, ‘I Commentarii’: ‘Hij introduceerde de nieuwe kunst [van het schilderen]. Hij verwierp de primitieve van de Grieken en werd de beste [schilder] in Etruria.11

Klik hier voor het vervolg van dag 5