| De lantaarn | (dag 1 vervolg) |
| de opgang naar de lantaarn |
| mouseover |
![]() |
Voor de lantaarn werd net als bij de koepel een vraag uitgeschreven waarbij elke kunstenaar werd uitgenodigd een model te leveren.16 Het beste en mooiste ontwerp zou dan worden uitgevoerd. Brunelleschi moest voor de derde keer weer aan een competitie meedoen en dit terwijl zijn rivaal Ghiberti in 1424 na zijn eerste deur voor het Baptisterium direct de opdracht kreeg voor wat later de 'Paradijspoort' werd genoemd. "Voor Filippo was de belediging zonder twijfel nog groter door het feit dat een van zijn mededingers een nederige loodgieter was, en een ander een vrouw: de grootste smaad." aldus Ross King. De assistent en timmerman, Antonio di Ciaccheri Manetti (niet de biograaf Manetti), diende ook een model in. Wel een waaruit bleek dat hij plagiaat had gepleegd. Hij had het ontwerp van Filippo grotendeels nagebouwd. Natuurlijk leverde de grote rivaal van Filippo, Lorenzo Ghiberti, ook een model in. De andere kunstenaars bewonderden het ontwerp van Brunelleschi.
| de bouw van de toren en de steigers bij de restauratie |
| mouseover |
![]() |
Toch had hij volgens hen één fout gemaakt: hoe moest je in godsnaam van de lantaarn naar de wereldbol met daarop het grote kruis komen? Filippo had aldus Vasari zijn antwoord onmiddellijk klaar. Hij haalde een stukje hout van zijn ontwerp weg en liet de opgang naar de bol zien. ‘[…] hij heeft de vorm van een lege blaaspijp, met aan één kant een gleuf waarin bronzen sporten via welke men voet voor voet tot aan de top kan klimmen.17 Als je boven bent gekomen, direct nadat je de trap verlaten hebt en naast de lantaarn staat, is links een kleine opening te zien die door gaas wordt afgesloten. Als je hier inkijkt, kun je de opgang en de sporten waar Vasari over spreekt, zien. Eén ding wordt dan wel duidelijk deze trap was alleen bedoeld voor iemand met een klein postuur.
|
opgang naar de top van de lantaarn |

foto: Christiaan Waters
|
Brunelleschi's model van de lantaarn |
![]() |
In de Opera del Duomo dat nu een museum is, zullen we het houten model van Brunelleschi naast zijn dodenmasker nog kunnen bewonderen. Brunelleschi won de strijd. Er was een indrukwekkende hoeveelheid marmer nodig voor de lantaarn. Sommige marmerblokken wogen maar liefst tweeënhalve ton. Velen keken nogal sceptisch naar de enorme hoeveelheid marmer, die op het plein bij de Duomo lag en als bekroning op de koepel moest komen. Kon de koepel zo´n gewicht van meer dan een half miljoen kilo wel aan? Brunelleschi die vlak na het begin van de bouw van de lantaarn stierf, heeft nadrukkelijk in zijn testament laten ….
| […] zetten dat deze moest worden gebouwd volgens zijn model en de geschreven instructies die hij achterliet; want anders, zo verklaarde hij met klem, zou het hele bouwwerk instorten, want het was gewelfd in spits toelopende bogen, waarbij het nodig was dat er nog een gewicht bovenop kwam om het steviger te maken.’ |
Giorgio Vasari, ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I blz. 179-180 (oorspronkelijke uitgave 1568).

foto: manelzaera
De bekroning van de lantaarn
Volgens Vasari is het Andrea del Verrocchio geweest die uiteindelijk na de dood van Brunelleschi het geheel bekroond heeft. Vasari schrijft er in zijn Vita over Andrea als volgt over:
| ‘Vervolgens, daar de koepel van de Santa Maria del Fiore was voltooid, werd na lang delibereren besloten dat men zou overgaan tot het vervaardigen van de koperen bal die volgens de door Filippo Brunelleschi nagelaten instructies op de top van dat bouwwerk zou moeten komen; dit karwei werd aan Andrea toevertrouwd, die een bal maakte van vier el hoog, waarna hij deze op een soort knop plaatste en hem zodanig verankerde dat men er vervolgens veilig het kruis
op kon aanbrengen; toen de bal gereed was, werd hij geplaatst, tot grote
vreugde en voldoening van de hele bevolking.
Wel moest men hierbij zorgzaam en met veel beleid te werk gaan, opdat men de bal, zoals men nu doet, van onderaf zou kunnen binnengaan, en het geheel moest trouwens stevig worden verankerd opdat de winden er geen vat op zouden kunnen krijgen.’ |
Giorgio Vasari, ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I blz. 269 (oorspronkelijke uitgave 1568).
| ‘De dubbele schaal, de vorm en de grootte zijn al tien jaar vóór de geboorte van Brunelleschi gepland dus al in 1367. De beroemde constructie die gewoonlijk gemarkeerd wordt als het begin van een nieuwe periode, de Renaissance, heeft er juist niets mee te maken.’ |
Heinrich Klotz, ‘Filippo Brunelleschi The Early Works and the Medieval Tradition’,Rizzoli, New York 1990 blz. 78.
Toch is de koepel van Brunelleschi uniek; daar zijn koepel duidelijk uitrijst boven het zadeldak van het schip. Bovendien slaagt Brunelleschi erin de koepel op een natuurlijke wijze te laten aansluiten op het onderliggende bouwlichaam.

Dit kan zeker niet gezegd worden van de koepels in Pisa of Siena.18 Koepels die niet overtuigen. Ze zijn niet duidelijk te zien aan de buitenkant (alleen hier maar dan wel van boven) en de aansluiting op de andere bouwdelen is wel erg geforceerd. De ondersteuning van de koepel is in Siena en Pisa wel gelukt, maar dit ging ten koste van een heldere en logische plattegrond. Bovendien gebruikte Brunelleschi weliswaar gotische constructies, maar een aantal elementen waren volstrekt nieuw. Zo gebruikte hij geen steigers vanaf de grond, geen luchtbogen met steunberen en visueel zichtbare ribben werden grotendeels in het muurvlak verborgen zoals in de kapellen in de apsis van de Duomo. De ring kapellen rond de viering die al voor Brunelleschi gepland was, moest de nodige tegendruk geven voor de koepel. Het antwoord op de bovengestelde vraag is aldus Klotz tweeledig: de koepel is in essentie wel gotisch, maar bevat ook een aantal elementen die tot de Renaissance gerekend kunnen worden.19
Voor Alberti, een tijdgenoot van Brunelleschi, was de koepel een waar en uniek kunststuk zoals te lezen in zijn voorwoord van de in het Italiaans geschreven versie van De Pictura: Della pittura:
| ‘Wie, hoe hard of jaloers ook, zou Flip [Filippo] de architect niet prijzen bij het zien van die enorme constructie, uitrijzend boven de hemel, wijds genoeg om met haar schaduw alle bewoners van Toscane te bedekken, en gebouwd zonder steunberen of een massa houtwerk[steigers vanaf de grond], voorwaar een kunststuk dat, als ik mij niet vergis, in onze tijd voor onmogelijk werd gehouden, terwijl de antieken het zich misschien niet eens konden voorstellen? |
Alberti, 'Over de schilderkunst', (vertaling Lex Hermans, Inleiding en annotaties Caroline van Eck en Robert Zwijnenberg) Boom, Amsterdam Meppel 1996 blz. 62
|
koepel |
|
inzoomen |
|
mouseover |
![]() |
foto: Philip Greenspun
| 'In 1475 klom Toscanelli geïnspireerd door de hoogte van de koepel naar boven en plaatste daar aan de voet van de lantaarn met goedkeuring van de Opera del Duomo een bronzen plaat. Deze was dusdanig gevormd dat een bundel zonlicht door een opening in het midden van de plaat drong om ongeveer honderd meter lager op een speciale schaalverdeling op de vloer van de kathedraal te belanden, die was aangebracht op een steen in de Kruiskapel. De Santa Maria del Fiore was op die manier veranderd in een reusachtige zonnewijzer. Dit instrument zou van wezenlijk belang blijken te zijn voor de geschiedenis van de sterrenkunde.' |
bron:
digischool.
We dalen weer af en kijken nog even naar de kapellen in de apsis. Hier zijn gotische constructies te bewonderen. Gotische bouwmeesters waren zeer ingenieus in het opvangen en afleiden van de krachten die een gewelf of dak uitoefenen. In de drie kapellen en de gewelven van het schip kun je goed zien hoe de krachten door allerlei bogen, ribben en smalle bundelpilaren in de hoeken (grotendeels in het muurvlak verscholen) veilig naar beneden worden geleid.20 We zullen later nog zien hoe Brunelleschi dit gotische principe overneemt in zijn Oude Sacristie en Pazzi-kapel. links: Duomo en rechts Pazzikapel). Natuurlijk vertaalt Filippo wel de gotische bogen en ribben in juist geproportioneerde klassieke zuilen. Naast de constructie heeft Brunelleschi de wit gestucte muren van de Duomo ook in zijn architectuur gebruikt. Volgens Manetti was Brunelleschi een kenner van gotische constructies en dat niet alleen, want ‘hij bestudeerde de excellente en ingenieuze constructiemethoden uit de Oudheid en hun muzikale proporties.21
|
gewelven van het schip van de Duomo |
![]() |
foto: Ray Streeter
De façade van de Duomo
Als we naar buiten lopen bekijken we nog even de gevel van de Santa Maria del Fiore. Met de bouw van deze gotische gevel of beter gezegd neogotische is pas in 1875 begonnen. Daarvoor zag de gevel er uit zoals je dat heden ten dage nog bij de San Lorenzo kunt zien.
De gevel van na en voor 1875 |
mousover |
Wel is er al in de eerste helft van de veertiende eeuw een begin gemaakt met de bouw van een gotische gevel, maar deze werd slechts half voltooid, men wasniet langer meer tevreden met de oude stijl. Deze veertiende-eeuwse gevel is voor de beeldhouwkunst van groot belang geweest.22 In de vijftiende eeuw zijn er opnieuw een aantal beelden voor de gevel gemaakt onder meer door Donatello.23 (klik hier voor het verhaal over deze beelden).

Dit zullen we op de dagen dat we beeldhouwkunst bekijken nog zien als we het aardige museum achter de Duomo bezoeken: de Opera del Duomo. Hier staan nog enkele beelden van Arnolfo di Cambio, die hij in de eerste helft van de veertiende eeuw voor de gevel had gemaakt. (klik hier voor het verhaal over de beelden voor de gevel van Cambio). Als paus Leo X (Medici) in 1515 zijn stad bezoekt, wordt er een houten constructie gebouwd tegen de gevel opdat de Duomo er mooi uitziet. In 1587 wordt de halve gotische gevel afgebroken, maar men kon niet besluiten welke van de ingediende ontwerpen gebouwd moest worden. De huidige uit de negentiende eeuw komende gevel die in 1887 voltooid is, is nauwelijks te onderscheiden van een authentieke gotische gevel. Alleen aan de beelden is te zien dat er sprake is van een neogotische stijl. De beelden kijken namelijk naar de mensen beneden, iets dat een beeldhouwer uit de Middeleeuwen nimmer zou doen.
Naast de Duomo staat de Campanile: de klokkentoren.24 Als de Arno weer eens buiten haar oevers treedt en het plein voor Santa Reparata in 1333 overstroomt, raakt de oude toren zwaar beschadigd. Een jaar later krijgt Giotto, de schilder die door Vasari ‘de vader van de schilderkunst’ wordt genoemd, de opdracht een ontwerp voor een nieuwe toren te maken. Vasari beschrijft nauwkeurig hoe de fundamenten voor deze toren aangelegd worden, maar hij vermeldt niet dat al ras bleek dat de Campanile in aanbouw verzakte. Giotto was een schilder die wel ontwerpen op papier kon maken, maar van constructies had hij geen kaas gegeten. Het verhaal ging zelfs dat de schilder in 1337 van schaamte overleden is. Het ontwerp van Giotto is gebaseerd op de gotische spits van de kathedraal in Freiburg.
Als Giotto overlijdt, neemt Andrea Pisano het werk over. Eerst verstevigt hij de funderingen met een muur van anderhalve meter. Vervolgens wordt het tweede deel van de toren boven de ‘sokkel’ door de beeldhouwer Pisano gebouwd. Hij had de reliëfs rondom de basis van Giotto al gemaakt. Nu hij tot bouwmeester van de Campanile benoemd is, maakt hij er nog een tweede rij reliëfs boven. Bij het tweede deel boven de sokkel veranderde Pisano de ramen van Giotto in een aantal nissen voor beelden. Hier stonden ondermeer enkele beroemde beelden van Donatello en natuurlijk van Pisano zelf. Beelden die we later in de Opera del Duomo nog zullen bekijken. De Florentijnen waren niet echt tevreden met het werk van de beeldhouwer daar Andrea allerlei motieven uit Venetië en Siena gebruikte. Dit leidde uiteindelijk tot zijn ontslag.
mousover |
Francesco Talenti, een echte Florentijn, was architect. Talenti ging voor zijn ontwerp van het bovenste deel weer terug naar de oorspronkelijke opzet van Giotto.25 Zo zijn de wimbergen, de gedraaide zuilen bij de ramen, de bifore en trifore vensters duidelijk beïnvloed door het plan van Giotto. De spits die Giotto in gedachte had, is er nadat Talenti zijn werk in 1359 voltooid had, nooit gekomen. Dit kon natuurlijk niet meer, want aldus Vasari ‘omdat dit iets Duits en ouderwets is, hebben de moderne architecten het niet willen doen, en lieten zij het liever zo.’26
| onder -en bovenkant van de Campanile |
| mouseover |
![]() |
foto's (mouseover): marcolino's
Naar de volgende bladzijde (Dag 1)