Rome dag 1

Sant Agnese fuori le Mura met de catacombe, de Santa Costanza en de Porta Pia

We gaan met bus 82 of 90 vanaf het Piazza dei Cinquecento naar de Sant’ Agnese fuori le Mura met de catacombe, de Santa Costanza en de Porta Pia. Op weg naar de Sant’ Agnese voorbij de Via XX Settembre komen we langs de beroemde Porta Pia van Michelangelo aan de Via Nomentana. Op de terugweg zullen we deze stadspoort nog bekijken: de Porta Pia van Michelangelo.

Michelangelo
Porta Pia
Michelangelo Porta Piia
Porta Pia en de aureliaanse muur
mouseover
Porta Pia en de aureliaanse muur Rome

Aan de Via Nomentana ligt links van ons de kerk die gewijd is aan de heilige Agnes. De heilige Agnes uit Rome werd vanaf de 4e eeuw als martelares vereerd. Zij wilde niet trouwen daar zij als meisje van dertien jaar al haar liefde aan de Heer gegeven had. Agnes:

Zijn moeder is een maagd, Zijn vader heeft geen omgang met vrouwen. Engelen dienen Hem, zon en maan bewonderen. Zijn schoonheid. Zijn vermogen is onuitputtelijk, Zijn rijkdom neemt nooit af. Door Zijn geur herleven de doden, door Zijn aanraking worden de zieken getroost. Zijn liefde is kuisheid, Zijn aanraking heiligheid, gemeenschap met Hem is maagdelijk.’ (vert. H/N) Het zal de lezer duidelijk zijn dat Agnes hier over God spreekt. Met de verliefde zoon liep het natuurlijk niet goed af, de duivel ontfermde zich over hem.

De vader van de zoon, de stadhouder, kon dit natuurlijk niet over zijn kant laten gaan en sprak tot Agnes: ‘Ik laat je de keus,’ zei de stadhouder. ‘Breng samen met de Vestaalse maagden een offer, als je maagdelijkheid je lief is, of je zult je samen met hoeren prostitueren.’ [……] ‘Ik zal niet aan jouw goden offeren, ’antwoordde ze, ‘noch door andermans vuiligheid bezoedeld worden, want ik heb een bewaker van mijn lichaam bij me: een engel van de Heer.’ Daarop gaf de stadhouder bevel haar te ontkleden en naakt naar een bordeel te brengen, maar de Heer maakte haar haren zo dicht dat ze beter door haar haren bedekt werd dan door kleren. In het huis van schande trof ze een engel van de Heer aan die haar opwachtte. Hij liet het huis baden in een zee van licht en had voor haar een blinkend wit gewaad gemaakt. En zo werd het bordeel tot een bedehuis. Het was zelfs zo dat wie het ontzagwekkende licht vereerde reiner naar buiten ging dan hij was binnengekomen.’ (vert. H/N) Nadat Agnes de zoon van de stadhouder weer tot leven had gewekt, durfde de stadhouder Agnes niet te doden. Hij durfde haar ook niet vrij te laten en droeg zijn functie als stadhouder over aan Aspasius. Deze opvolger nam wel maatregelen en.. ‘[……] liet haar in een laaiend vuur werpen, maar de vlammen weken uiteen en verbrandden het oproerige volk terwijl ze háár volstrekt niet raakten. Daarop gaf Aspasius opdracht een zwaard in haar keel te steken.

En zo wijdde de stralende en blozende Bruidegom haar als Zijn verloofde en als martelares aan Zichzelf. Ze stierf de martelaarsdood, zo gelooft men, ten tijde van Constantijn de Grote, wiens regering in 309 begon.’ (vert. H/N)

Aldus een legende uit de 6e eeuw. Uit: Jacobus de Voragine, ‘De hand van God De mooiste heiligenlevens uit de Legenda Aurea,’ (vertaling van Vincent Hunink en Mark Nieuwenhuis) Atheneum-Polak&Van Gennep, Amsterdam 2006 blz. 31-34.

De Legenda Aurea is geschreven in 1275 en is een compilatie van vele oudere verhalen over heiligen. In de Middeleeuwen is het lam het symbool van Agnes. Het lam verwijst naar het lam Gods: agnus dei. In Rome zijn twee kerken aan haar gewijd en wel de kerk waar we nu staan en de Sant’ Agnese in Agona aan het Piazza Navona gebouwd door Borromini. Op de plek waar de kerk van Borromini staat, is ‘onze heilige’ gemarteld en gestorven. In de tweede kerk gewijd aan de heilige Agnes waar we op deze zaterdagmiddag staan, is zij onder het altaar begraven (haar schedel wordt bewaard in de Sant’Agnese in Agona). Naast Agnes ligt nog haar vrijgemaakte slavin: de heilige Emerentiana. Zij heeft het gewaagd om bij het graf van Agnes te bidden. Dit kon natuurlijk niet en dus werd Emerentiana gestenigd. Zij is ook onder het hoofdaltaar begraven. Als we de bus uitstappen en oversteken kijken we tegen de apsiszijde van de kerk aan. De kerk ligt half begraven in de heuvel. Als we het straatje, de Via de Sant ’Agnese, inlopen komen we eerst bij een binnenplaats met een aangrenzend klooster. Vervolgens dalen we de trap af en komen in de narthex en dan in de Sant ’Agnese.

C. W. Eckersberg
Via de Sant ’Agnese
anno 1815
mouseover

C. W. Eckersberg Via de Sant ’Agnese 1815

foto’s: Roma ieri, Roma oggi di Alvaro de Alvariis

Francis Towne
Via Nomentana with the churches of Sant’Agnese fuori le mura
1780
Giuseppe Vasi
Sant Agnese
1795
mouseover

Francis Towne Via Nomentana with the churches of Sant'Agnese fuori le mura 1780

Al in 324 is op deze plek een kerk gebouwd in opdracht van Constantina, de dochter van keizer Constantijn. In de 7e eeuw heeft Honorius I er een nieuwe kerk gebouwd. De kerk werd boven de catacombe geplaatst. Hiervoor moest een deel van het terrein worden uitgediept en dit ging ten koste van enkele graven in de catacombe. Het altaar is precies boven het graf van de heilige Agnes gezet. Ondanks vele latere restauraties ademt het interieur nog steeds de vroegchristelijke sfeer uit.

galerij en de zijbeuken
mouseover
Sant Agnese fuori le mura Rome

De kerk heeft drie beuken en de zuilen zijn hergebruikte klassieke zuilen. Bij de wand en boven de zijbeuken is een galerij die doorloopt langs de sluitmuur: een zogenaamde tribune. Zo’ ruimte werd vaak gebruikt voor vrouwen die zich zo konden afzonderen van de mannen. De tribune was vanuit de straatzijde te bereiken. Galerijen waren vooral in Byzantijnse kerken gebruikelijk. Vandaar dat vaak gedacht wordt dat de architect waarschijnlijk een Griek geweest moet zijn.

Sant Agnese fuori le Mura
plafond
Sant Agnese fuori le Mura schip absisfoto: han santing

In de halve koepel bij de apsis is nog het oorspronkelijke mozaïek uit de 7e eeuw te zien. De heilige Agnes staat tussen Honorius die een model van de kerk aanbiedt en rechts de paus Symmachus, de paus die de eerste kerk die hier stond, heeft laten restaureren. Bovenin is de hand van God te zien. Hij reikt de zegekroon aan Agnes uit. In de tekst die onderaan de rand te lezen is, is niet alleen het monogram van Honorius te vinden, maar staat ook dat hij maar liefst 252 pond zilver aan de bouw van deze basiliek besteed heeft.

mozaïek in de apsis
7e eeuw
mouseover

Sant'Agnese fuori le mura mozaïek in de apsis Rome

Ter plekke wordt uitgelegd waarom hier sprake is van een typisch Byzantijns mozaïek en hoe mozaïeken gemaakt worden. Kenmerkend voor Rome is het gebruik van spolia. Zo staat een beeld van Agnes triomfantelijk op het hoofdaltaar en natuurlijk ook op een prominente plaats in het rijk versierde plafond. Bij nauwkeuriger kijken valt op dat ‘onze heilige’ bestaat uit een antieke albasten tors. In de 17e eeuw werden hier bronzen handen, voeten en een kop aan toegevoegd.

beeld van de heilige Agnes

Sint Agnesbeeld Sant Agnese fuori le Mura

Als je het ciborium uit 1614 boven het altaar bekijkt dan blijken de vier zuilen van porfier veel ouder te zijn. Ze komen waarschijnlijk uit de 7e eeuw. Elk jaar op 21 januari worden twee schapen op een met bloemen versierd houten plateau de kerk ingedragen. Voor het altaar worden de schapen door de priester gezegend. Vervolgens gaan deze schapen naar de paus die ze ook nog eens zegent. De nonnen van de S. Cecilia in Trastevere maken van de wol van deze schapen palliums of pallia. Dit zijn eretekens die door aartsbisschoppen of bisschoppen gedragen worden.

kapel van de heilige Sabina

kapel van de heilige Sabina Sant Agnese fuori le Mura

foto: santagense.org

Voordat we de kerk verlaten dalen we nog af naar de catacombe die onder deze kerk ligt. Links bij de zijbeuk is de ingang naar de catacombe van de H. Agnes. Onder de trappen die naar de graven leiden, zijn nog drie hellenistische reliëfs gevonden, die nu in het Palazzo Spada te bewonderen zijn. De Romeinse bodem bestaat hier uit tufsteen. Deze steensoort is bijzonder geschikt om er snel gangen of zelfs flinke ruimtes in uit te hakken. De graven zijn vaak erg klein en bij sommige vind je enkele interessante muurschilderingen. Eén van de aardigste is de afbeelding van een man die met zijn houweel in de tufsteen aan het hakken is.

hakken in de tufsteen van een catacombe

e Sant Agnese fuori le Mura hakken in de tufsteen van een catacombe

Er wordt een korte toelichting gegeven over de betekenis van de afbeeldingen. In de 4e eeuw, de eeuw dat Agnes hier begraven werd, hadden christenen nog geen eigen beeldtaal ontwikkeld. Daarom gebruikten zij vaak klassieke voorbeelden. Bovendien worstelden de christenen nog met het vierde gebod van de tien geboden en het oude boek waarin bij Exodus 20: 4 het volgende te lezen valt:

Gij zult geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is.

In het begin van de opkomst van het christendom werden alleen op zegelringen symbolen van Christus weergegeven. Later zijn deze symbolen als muurschilderingen ook in de catacomben te vinden. Nog vaker worden christelijke tekens op marmeren platen aangebracht. Deze platen worden als deksel voor de graven in de wanden gebruikt. Al in de Oudheid symboliseerde de duif de ziel van de mens. Dit motief waar later vaak nog een tak aan werd toegevoegd was zeer populair op grafplaten. De tak staat dan voor de duif die door Noach werd uitgestuurd om te kijken of de aarde na de grote zondvloed inmiddels was drooggevallen. En ja, hoor, de duif kwam met een tak terug. De vis is een ander vaak gebruikt motief. De vis staat voor Christus. De beginletter van het Griekse woord voor vis, ICHTHUS, werd geduid als Iesous CHristos THeou Uios Soter oftewel Jezus Christus, Zoon van God en Verlosser. Daar komt nog bij dat de vis ook een belangrijke rol speelde in enkele christelijke wonderen zoals de wonderbaarlijke visvangst of de wonderbaarlijke spijziging. Ook het anker was een geliefd symbool zoals dit hier in de basiliek van de heilige Agnes te zien is. Klik hier bij de site van William Storage and Laura Maish voor gedegen informatie en prachtige afbeeldingen over de manier waarop Christus op sarcofagen en grafplaten werd weergegeven.

grafsteen
3e eeuw
‘vis van de levenden’

grafsteen 3e eeuw 'vis van de levenden'

Na de rondleiding die door een plaatselijke gids gegeven zal worden, gaan we weer naar boven. We lopen de kerk uit om via een pad naar links af te buigen en komen dan uit bij de Santa Costanza. Dit mausoleum is in het begin van de 4e eeuw voor Constantina, een dochter van de Romeinse keizer Constantijn, gebouwd. In 1254 werd het gebouw een kerk en vernoemd naar de inmiddels heilig verklaarde Constantina. Zij werd Santa Costanza genoemd. De plattegrond, dwarsdoorsnede en dwarsdoorsnede van de Santa Costanza.

overblijfselen van de basilica en de Santa Costanza
plattegrond
overblijfselen van de basilica en de Santa Costanza Rome

foto: santagense.org

De meeste mausoleums of ze nu heidens of christelijk waren, zijn rond of octagonaal: een centraalbouw dus. We zullen in programma één de vroegchristelijke kerk, S. Stefano Rotondo, uit 470 nog bekijken. Ook hier is sprake van een centraalbouw. Deze vorm heeft het uiteindelijk niet gewonnen. Het klassieke bouwtype van een basiliek zoals we dat nog op het Forum Romanum zullen zien, is veel praktischer. Een basiliek kan grote massa’s mensen herbergen, terwijl allerlei religieuze gebruiken zoals de mis en het aanbidden van de relieken rustig doorgang kunnen vinden. Voor een bescheiden kerk of mausoleum is een centraalbouw echter wel heel geschikt. Bij Bluffton University zijn vier bladzijden met goede afbeeldingen van de Santa Costanza te zien.

Santa Costanza
de gevel
achterzijde
mouseover
Santa Costanza Rome

foto: Braham Ketcham

De Santa Costanza is aan de buitenzijde uiterst eenvoudig en is opgetrokken uit rode baksteen. Als we via de narthex naar binnengaan, zie je nog wel dezelfde baksteen, maar ook kostbare gepaarde granieten zuilen, vierentwintig in totaal die de centrale hal en koepel steunen.

interieur Costanza en de koepel
mouseover
Santa Costanza interieur Rome

foto’s: bruno brunelli (still hard disk travelling) en Sacred Destinations

Voor details van de mozaïeken en de sarcofaag klik hier bij de site van Bill Storage (scrollen en dan enter gallery). Deze vierde-eeuwse mozaïeken zijn heel anders dan die we net bekeken hebben in de halve koepel van de Sant ’Agnese uit de 7e eeuw. Op een witte ondergrond zijn ineengestrengelde druivenranken te zien.

mozaïeken
mouseover

Santa Costanza mozaïeken Rome

Tussen het gebladerte van de druiven en takken zijn bloemen, vruchten en vogels te zien. Verder zijn Constantina, de dochter van Constantijn, en haar man voor wie dit mausoleum gebouwd is, ook weergegeven. De originele tombe waar Constantina in lag, in de vierkante apsis precies tegenover de ingang, is helaas verhuisd naar het museum van het Vaticaan. De tombe die er nu te zien is, is een replica.

sarcofaag van Constantina
detail
mouseover

sarcofaag Constantina Santa Costanza Rome

foto’s: Bill Storage en jimforest

Het persen van druiven is niet alleen in de mozaïeken weergegeven, maar ook in de sarcofaag van Costanza.

mozaïeken Santa Costanza Rome

foto: bruno brunelli (still hard disk travelling)

druiven en wijn
mouseover

mozaïeken Santa Costanze druiven en de wijnpers Rome

foto’s: Bill Storage

Bovendien zijn de gewelven van de ringvormige zijbeuken met zeer klassiek aandoende mozaïeken versierd.

gewelven mozaïeken Santa Costanza Rome

foto: menteblu61

Boven in nissen zijn mozaïeken met christelijke thema’’s te vinden zoals Petrus die van Christus de sleutels ontvangt of Petrus en Paulus die van Christus de wetsrollen krijgen overhandigd. Naast deze christelijke onderwerpen die trouwens wel in een klassieke vorm zijn gegoten, zijn er ook klassieke onderwerpen.

Paulus en Petrus krijgen de wetsrollen van Christus
Petrus ontvangt de sleutels van Christus
mouseover

mozaïeken Paulus en Petrus krijgen de wetsrollen van Christus Santa Costanze Rome

Tussen het gebladerte is bijvoorbeeld het oogsten van de druiven te zien, maar ook een wijnpers. Door velen werd in de Renaissance en in de periode daarna de kerk voor een tempel van Bacchus aangezien. Niet verwonderlijk vanwege de afbeeldingen van de druiven en de wijnpers. Hollandse en Vlaamse schilders hebben rond 1620 in Rome een gezelligheidsvereniging gesticht: de Bentvueghels. Waaronder schilders als van Poelenburgh, Breenbergh (geboren in Deventer), Jan Asselijn en van Swanevelt.

Om lid te kunnen worden van de Bentvueghels moest men een inwijdingsritueel ondergaan. Hierbij vormden de leden een tableau vivant, waarbij een van de leden de rol van de god van de wijn (Bacchus) op zich nam. Tijdens de ceremonie werd aan het nieuwe lid door de “veldpaap” de regels van de kunst medegedeeld, en werd een bijnaam (Bentnaam) aan hem toegekend. Deze naam verwees vaak naar een opvallende eigenschap of karaktertrek van het lid. Het nieuwe lid moest de bijnaam accepteren. Bekend is het verhaal van Johannes Teiler die ontevreden was met de bijnaam “Ezel”. Op zijn kosten werd een tweede ceremonie gehouden om vervolgens als nieuwe bijnaam “De Gouden Ezel” te krijgen.
Na het tableau vivant vond het banket plaats waarbij de wijn rijkelijk vloeide. Dit alles op kosten van het nieuwe lid. Op een anonieme tekening in het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam is een aantal van de Bentvueghels met hun bijnaam vastgelegd. De gewoonte om gezamenlijk de wijn aan te spreken komt op deze tekeningen duidelijk naar voren. Zeker vanaf 1650 waren de Bentvuegels berucht om deze drinkgelagen. Uiteindelijk leidde dit ertoe dat in 1720 Paus Clemens dergelijk bijeenkomsten, buiten het carnaval om, verbood.
Als slot van het ritueel liepen de Bentvueghels gezamenlijk de stad uit om op het zogenaamde graf van Bacchus bij de Santa Constanza een wijnoffer te brengen. In een van de zijkapellen van de Santa Constanza zijn nog ingekraste namen van leden van de Bentvueghels te zien..

uit: Wikipedia

 

Nog steeds is bij de nissen links en rechts naast de centrale nis, waar de tombe van Constantina staat, de graffiti van de leden van de Bentvueghels te zien. De leden waren ervan overtuigd dat zij dit deden in een oude klassieke tempel, die gewijd was aan de god van de wijn. Meer lezen over de graffiti bij  Nederlands Historisch Instituut Rome.

Anoniem
Bentvueghels in een herberg in Rome
eerste helft zeventiende eeuw
Kupferstichkabinett, Staatliche Museen
Berlin

Anoniem Bentvueghels in een herberg in Rome eerste helft zeventiende eeuw Kupferstichkabinett, Staatliche Museen Berlin

 

Wij keren terug naar de bus en nemen lijn 82 of 90 en stappen uit bij de Porta Pia.

Porta Pia
inzoomen
mouseover
Porta Pia Michelangelo Rome

foto: bron

Deze stadspoort heeft paus Pius IV laten bouwen zoals te lezen valt bij de inscriptie op het fronton. Pius IV wilde in 1561 enkele mooie straten achterlaten met een poort die zijn naam, Pia, zou dragen. De oude straat, Via Pia, die hier liep, was allesbehalve recht. Pius IV wilde een mooie rechte en belangrijke verbinding tussen zijn zomerpaleis op de Quirinaal, de San Marco, en de brug bij de Via Nomentana. De straat die onder de Porta Pia doorliep, lag voor die tijd in één van de dunstbevolkte buurten van Rome. Het idee van Pius IV dat straten met aanliggende gebouwen als een eenheid moeten worden gezien, was een grote vernieuwing in de toenmalige stedenbouw. Via Pia (nu Via Quirinale en Via XX Settembre) en de Porta Pia met er achter de Via Nomentana rond 1590. Michelangelo heeft zich laten inspireren door Serlio met zijn ontwerpen voor stadspoorten. Het bijzondere van de Porta Pia is dat de poort meer gericht is op de stad zelf dan op degene die de stad binnenkomt.

Michelangelo Buonarroti was vooral geïnteresseerd in de poort zelf. Het ontwerp doet denken aan de decors die Serlio ontworpen heeft voor theaters. Buonarroti wijkt met zijn ontwerp sterk af van wat een architect in die tijd behoorde te doen. Er zijn allerlei details die wel lijken te spotten met hoe men geacht werd te bouwen. Zoals jullie dat al in de les hebben gehad is de Romein Vitruvius met zijn werk, ‘Handboek bouwkunst’, uit ca. 30 v. Chr. heel belangrijk geweest voor de Renaissance. De manier waarop je volgens Vitruvius behoorde te bouwen werd het gebod voor elke architect na 1400. Michelangelo trekt zich hier echter niets van aan. Een duidelijk voorbeeld is de Dorische orde die Michelangelo gebruikt in zijn stadspoort. Geheel tegen de regels in krijgen de kapitelen gigantische guttae. Ook het fronton deugt al niet.

Porta Pia Michelangelo Rome

Ter plekke zal ik uitleggen en laten zien waar Buonarroti nog meer afwijkt van de vitruviaanse regels. Er zijn nog aardig wat schetsen van Michelangelo bewaard gebleven zoals zijn schets voor het middenportaal.

Michelangelo

Michelangelo schets Porta Pia

middenportaal
voor- en achterzijde
mouseover
Porta Pia Michelangelo Rome

Einde eerste dag

Naar de volgende bladzijde (Dag 2)