Rome dag 5

Santa Maria del Popolo, San Luigi dei Francesi en de Sant’Agostino

Deze tekst over Caravaggio is niet door mij, maar door Stineke Dirkzwager geschreven. Met haar toestemming is het hier geplaatst.

We nemen de metro vanaf het Termini naar het Piazza del Popolo en stappen bij Flaminio uit. Als je op het Piazza Santa Maria del Popolo staat, zie je rechts van de stadspoort de gelijknamige kerk liggen waar we naar binnen gaan.

Santa Maria del Popolo
foto: Hornplayer

Jullie zijn al met Ruud in deze kerk geweest voor de beelden van Bernini. Nu gaan wij in de kapel van Cerasi het werk van de schilder Caravaggio bekijken.

kapel van Cerasi
mouseover
Cerasi chapel Caravaggio Santa Maria del Popolo

Voor goede afbeeldingen van de schilderijen in deze kapel klik hier.  Een redelijk recente monografie met goede afbeeldingen is die van C. Puglisi, ‘Caravaggio’, London 1998.  De laatste biografie, uit 210, is zeer de moeite waard: Andrew Graham-Dixon, ‘Caravaggio Een leven tussen licht en Duisternis,’ Nieuw Amsterdam Uigevers, (vertaling Chiel van Soelen en Pieters van der Veen)  2011

Ottavio Leoni
portret van Caravaggio

Ottavio Leoni portret van Caravaggio

Caravaggio wordt beschouwd als een van de grootste schilders die Italië ooit gekend heeft. Dat vindt men niet alleen nu, ook in zijn eigen tijd werd hij door velen tot de besten gerekend. Hij kreeg talloze opdrachten tijdens zijn leven, zijn werk was zeer gewild bij privé-verzamelaars. Onze eigen Carel van Mander, een tijdgenoot van Caravaggio en schrijver van Het Schilderboeck, schreef over hem o.a.:

Der is oock eenen Michel Agnolo van Caravaggio, die te Room wonderlijcke dinghen doet (…). Desen Michel Agnolo dan heeft met zijn wercken groot gherucht / eere / en naem gecreghen.

Caravaggio had meerdere biografen: Mancini, Baglione, Bellori. Deze waren echter een stuk minder enthousiast dan Carel van Mander. Zij verweten Caravaggio dat hij de fundamenten van de kunst niet beheerste, nl. ‘ínvenzione’ (het oplossen van een probleem), ‘disegno’ (tekenvaardigheid); ‘decorum’ (alles doen zoals het hoort) en ‘arte’ (kennis van de regels van de kunst). Zijn gebrek aan disegno bleek volgens hen bijvoorbeeld uit het feit dat hij zijn figuren altijd tegen een donkere achtergrond plaatste met een enkele lichtbron; een landschap of stadsgezicht trof je bij hem niet aan.

De ‘Bekering van Paulus’ noemde Bellori een ‘storia senza azzione’, een verhaal zonder handeling. Ook dit werd als een gebrek aan techniek beschouwd. Bellori had weliswaar waardering voor het feit dat Caravaggio ‘al naturale’ schilderde, maar hij ging daarin volgens hem veel te ver; door zich niet aan de regels te houden bezondigde hij zich aan ‘superbia’, trots en overmoed. Wel werd zijn ‘colore’, dwz de manier waarop hij door middel van kleur zijn figuren tot leven wist te wekken, zeer geprezen.

Wat Caravaggio’s werk (ondanks deze kritiek) zo bijzonder maakt, is zijn nuchtere interpretatie van het bovennatuurlijke. Hij schilderde echte mensen en gebruikte bedelaars en prostituées als model. Zijn schilderijen veroorzaakten grote opwinding, vooral onder het gewone volk. “He must have been the talk of the town”, zegt Hibbard, die een boek over Caravaggio schreef. Zijn voorstellingen lijken plaats te vinden op een toneel; hij maakte driedimensionale figuren en zette ze in de ruimte, zonder die ruimte te definiëren. Bovendien wist hij te spelen met kunstlicht. Daarmee creëerde hij diepte, benadrukte hij een actie of schiep hij een bepaalde stemming. De schrijver Alberto Manguel wijdt in zijn boek ‘Kunstlezen’ een hoofdstuk aan Caravaggio en noemt dat ’Het beeld als theater’. En dat lijkt het werk van Caravaggio te zijn: theater.

Caravaggio had echter niet alleen faam als schilder, maar ook als ruziezoeker. Ook dat was bij Van Mander bekend:

nu isser neffens dit Cooren weder dit kaf / dat hij niet stadigh hem ter studie en begheeft/ maer hebbende een veerthien daghen ghewrocht/ gaet hy der twee/ oft een maendt teghen wandelen/ met ‘t Rapier op t’sijde/ met een knecht achter hem/ van d’een Kaetsbaen in d’ander/ seer gheneghen tot vechten en krackeelen wesende/ soo dat het seldtsaem met hem om te gaen is.

En zo was het: als hij opdrachten had, sloot hij zich op om keihard te werken, maar daarna liet,hij de boel de boel en ging met zijn maten op pad, gewapend en op zoek naar ruzie. Shakespeare, ook een tijdgenoot van Caravaggio, beschreef zulke figuren in Romeo en Julia als Tybalt en consorten. Mancini, een andere biograaf, noemde Caravaggio ‘stravagantissimo’, dat ik hier maar vrij vertaal als ‘knettergek’. De schilder werd dan ook herhaaldelijk vervolgd vanwege zijn gewelddadigheden, – zo viel hij eens notaris Marino Pasqualone aan op het Piazza Navona omdat die had beweerd dat Lena, een van Caravaggio’s modellen en vriendin, een hoer was (wat ze waarschijnlijk ook was). Hij vluchtte toen naar Genua, waar hij drie weken verbleef, maar keerde terug en bood zijn excuses aan. Omdat hij zo’n goede schilder was, werd er ook veel door de vingers gezien, maar op 28 mei 1606 liep de zaak volledig uit de hand: er werd geruzied om geld dat gewonnen zou zijn bij een partijtje tennis. Caravaggio sloeg zijn tegenstander dood, zelf was hij zwaargewond. Hij vluchtte uit Rome en kwam uiteindelijk in Napels terecht. In 1610 probeerde hij naar Rome terug te keren, maar hij was ziek en halverwege de reis stierf hij. Hij werd net geen 40 jaar oud. Derek Jarman heeft in 1986 het leven van Caravaggio nog verfilmd.

Caravaggio heette eigenlijk Michelangelo Merisi. Hij werd geboren in Milaan in 1571 en groeide op in het stadje Caravaggio, 43 km ten oosten van Milaan. Naar dit plaatsje werd hij vernoemd, misschien om hem niet te verwarren met die andere Michelangelo. Op z’n dertiende ging hij bij een Milanese schilder in de leer, ene Peterzano. Bij hem leerde hij tekenen en fresco- en olieverfschilderen. Helaas is geen enkel fresco uit deze periode bewaard gebleven. Kennelijk beviel deze techniek Caravaggio ook niet, want hij heeft zich er -voor zover bekend- nooit aan gewaagd. Aan tekenen deed hij trouwens ook niet. De kans is groot dat Caravaggio in Milaan werken van Titiaan, Tintoretto en Giorgione heeft gezien, of misschien is hij zelfs wel in Venetië geweest. Ongetwijfeld is hij door deze schilders beïnvloed; de compositie van het Martelaarschap van Mattheüs, dat we in de San Luigi dei Francesi zullen zien, doet Titiaans aan, maar diens losse penseelvoering is bij Caravaggio beslist niet terug te vinden.

In 1592 vertrok hij naar Rome. In die tijd was Clemens VIII paus. Het was een periode van groei, stabiliteit en welvaart. Nieuwe kerken en paleizen werden gebouwd, oude werden gerestaureerd en verfraaid. In 1600 had Rome rond de 110.000 inwoners, waarvan de mannen in de overgrote meerderheid waren. Prostitutie tierde dan ook welig! Ongeveer 10% van de inwoners behoorde tot de geestelijke stand. Veel pelgrims trokken naar Rome, in het heilige jaar 1600 zo’n half miljoen.

Er was veel werk voor kunstenaars. Kardinalen, rijke bankiers en juristen gaven opdrachten om privé-collecties aan te leggen of uit te breiden. Het pauselijk hof was schatrijk, hoewel Clemens VIII bekend stond om zijn soberheid. Caravaggio kon aan de slag in het atelier van Guiseppe Cesari, oftewel Cavaliere d’Arpino. Dat was dé schilder aan het pauselijk hof; zijn stijl was maniëristisch, geïnspireerd door Rafaëls fresco’s in het Vaticaan. In Cesari’s atelier bekwaamde Caravaggio zich in eerste instantie in het schilderen van stillevens. Hoe lang hij in Cesari’s studio heeft gewerkt is niet bekend. Uit deze periode dateren zijn vroegste werken, zoals bijvoorbeeld Zelfportret als Bacchus (ook wel de zieke kleine Bacchus, ‘Bacchino malato’ genoemd, ca. 1593-94) en Jongen met fruitmand (ca. 1593-94) die jullie in de Galleria Borghese hebben gezien. Beide schilderijen vormen een combinatie van een portret met een stilleven. Waarschijnlijk bevatten ze ook een bepaalde symboliek. Zo zou de Jongen met fruitmand symbool kunnen staan voor de vergankelijkheid van de tijd.

Om aan geld te komen moest Caravaggio zijn werk zien te verkopen. Via vrienden kwamen zijn schilderijen terecht in een soort galerie naast de San Luigi dei Francesi. Zo kwamen ze onder de aandacht van Kardinaal del Monte, die er direct twee kocht en vervolgens Caravaggio aan zijn huishouden toevoegde. Hij was tot 1601 zijn belangrijkste opdrachtgever. Via Del Monte kwam Caravaggio in contact met de bestuurlijke elite van Rome, en daarmee met twee andere belangrijke opdrachtgevers: de Marchese Vincente Giustiniani en Ottavio Costa. Beiden waren rijke bankiers die oog hadden voor nieuwe trends in de schilderkunst. Zijn kostje was gekocht.

De schilderijen die wij gaan zien hebben allemaal een religieus thema. Caravaggio schilderde ook mythologische voorstellingen en genretaferelen; enkele daarvan zien jullie in de Galleria Borghese.

We gaan eerst naar de Santa Maria del Popolo. In deze kerk is enorm veel te zien, maar ik ben bang dat we alleen maar tijd hebben voor de Cerasi-kapel. Op de plek waar deze kerk gebouwd is, zou ooit keizer Nero begraven hebben gelegen. Paus Paschalis II (1099-1118) heeft echter voor de bouw van een Maria-kapel alle menselijk resten die hij in de grond tegen kwam in de Tiber laten gooien. De kerk is in de eeuwen daarna vaak herbouwd. De huidige versie is voornamelijk 15e eeuws met een paar latere toevoegingen van Bramante en Bernini (o.a. in de gevel). Paus Sixtus IV liet naast de kerk een klooster bouwen en gaf beide aan de Augustijner monniken. Maarten Luther heeft in 1511 nog in dit klooster gelogeerd.

Als Caravaggio net klaar is met de zijwanden van de Contarelli-kapel, die we straks gaan zien, krijgt hij van Monsignor Tiberio Cerasi opdracht schilderijen te maken voor diens begrafeniskapel. Cerasi, een belangrijke financiële man aan het pauselijk hof, had in 1600 de rechten van een kapel in de Santa Maria del Popolo verworven, op een prominente plek links van het hoofdaltaar.

Cerasi kapel
mouseover
Cerasi chapel Caravaggio Santa Maria del Popolo

foto’s: [La Lontra] Fabrizio… en ex novo

Hij wilde zijn kapel laten decoreren door de twee hottest schilders in town: Annibale Carracci en Caravaggio. Annibale mocht het altaarstuk en de plafondfresco’’s maken, Caravaggio de zijwanden. Op het altaarstuk is de Hemelvaart van Maria afgebeeld (de kerk is gewijd aan Maria), op de zijwanden Petrus en Paulus (de patroonheiligen van Rome).

Linkerzijwand
kruisiging Petrus

Rechterzijwand
 bekering Paulus

Cerasi chapel Caravaggio Santa Maria del Popolo Petrus Cerasi chapel Caravaggio Santa Maria del Popolo bekering Paulus

Ter plekke zal ik uitleggen in hoeverre beide schilders elkaar bij deze opdracht beïnvloed hebben.

Volgens Baglione maakte Caravaggio van beide schilderijen een eerdere versie. De originelen waren op cypressenhout geschilderd, zoals contractueel was vastgelegd: ‘duo quadra cupressis…in altero videlicet misterium conversionis sanctorum Pauli, et in alterum martyrium Petri apostolorum’. (twee schilderijen van cipressenhout… op het ene moet het wonder van de bekering van de heilige Paulus en op het andere het martelaarschap van Petrus te zien zijn (uit Treffers p. 113). Caravaggio mocht er acht maanden over doen. De schilderijen die er nu hangen, zijn op doek geschilderd. Er bestaat een ‘Bekering van Paulus’ op cypressenhout; het kan dus heel goed dat de eerste versies door Cerasi zijn afgekeurd, zoals wordt verondersteld. De uiteindelijke schilderijen heeft hij nooit gezien, want hij overleed voortijdig.

De bekering van Paulus staat beschreven in de Handelingen der Apostelen (9: 3 -9). De Romeinse legerleider Saulus is onderweg naar Damascus om de Christenen te vervolgen. Opeens wordt hij verblind door een Goddelijk licht en valt van zijn paard. De stem van Christus galmt in zijn oren: ‘Saulus, Saulus, waarom vervolg je mij’. Hij blijft drie dagen blind, daarna bekeert hij zich, laat zich dopen tot Paulus en gaat preken. Op de eerste versie heeft Caravaggio de tumultueuze verwarring rond Paulus’ bekering uitgedrukt.

 

Caravaggio bekering van Paulus

Qua compositie doet het denken aan het Martelaarschap van Mattheüs, dat we in de Contarelli-kapel zullen zien. De tweede versie, die hier dus hangt, is totaal anders. Er is geen achtergrond, nauwelijks dynamiek. Eigenlijk gaat de meeste aandacht uit naar het paard, dat er nogal gelaten bijstaat. Het belangrijkste element is het licht, dat van rechtsboven komt en op het gezicht en lichaam van de heilige valt. Zijn armen zijn gespreid; dit is een verwijzing naar de Kruisiging van Jezus.

Cerasi chapel Caravaggio Santa Maria del Popolo bekering Paulus

Tegenover de Bekering van Paulus hangt het Martelaarschap van Petrus. Petrus werd ondersteboven gekruisigd, omdat hij zichzelf onwaardig vond op dezelfde manier te sterven als Jezus. Er zijn geen getuigen bij de kruisiging. Alle aandacht gaat uit naar de lichamelijke en geestelijke beproeving van Petrus. Zijn gezicht is het enige dat zichtbaar is; zijn blik gaat langs zijn linkerarm naar het altaar, waar de verlossing is.

Cerasi chapel Caravaggio Santa Maria del Popolo Petrus

Het is een compositie die waarschijnlijk op de eerste versie van de Kruisiging van Petrus gebaseerd is aldus Treffers. Caravaggio hield bij de compositie rekening met de hoek waarin de kijker stond. De kapel is nogal smal, daarom plaatste hij de apostelen diagonaal in het beeldvlak. Zo lijkt het ook alsof je de billen en de vieze voeten op de Kruisiging in je gezicht geduwd krijgt. Er is zelfs beweerd dat die billen een sneer zijn aan het adres van Annibale (Hibbard blz. 136), hoewel Caravaggio wel waardering had voor het werk van zijn concurrent, die hij als een waardig tegenstander beschouwde.

De volgende bladzijde