Venetië dag 2

De Galleria dell’Accademia vaak kortweg de Accademia genoemd

Elke groep gaat op de dagen dat de schilderkunst behandeld wordt eerst naar de Accademia. Dit wereldberoemde museum bevat het beste overzicht van de Venetiaanse schilderschool. We gaan er lopend naartoe. Via de wijken S. Croce en S. Polo komen we in de wijk Dorsoduro waar het museum ligt. De deuren gaan om negen uur open. Het huidige museum, officieel de Galleria dell’Accademia geheten, is in 1750 gesticht. Het complex bestaat uit een aantal gebouwen: de oorspronkelijke kerk, Santa Maria della Carità uit 1444, het bijbehorende klooster en de Scuola di Santa Maria della Carità uit de 15e eeuw. In de 19e eeuw werden deze gebouwen bij elkaar gevoegd tot één museum.

Accademia
de ingang
mouseover
 Galleria dell ’Accademia Venetië

foto: netNicholls

De enorme collectie schilderijen is grotendeels chronologisch geordend en begint bij de Byzantijnse en laat -gotische periode in de 14e en 15e eeuw in zaal 1. Hierna komt de vroeg- renaissance (zalen 2 t/m 8) dan de hoogrenaissance (zaal 10) en vervolgens de barok en de rococo (zalen 11 t/m 18) aan de orde. In de oude kerk, zaal 23, zijn meestal tijdelijke exposities vaak van zeer hoge kwaliteit. In de zalen 20 en 21 zijn schilderijencycli van o.a. Giovanni en Gentile Bellini en Vittore Carpaccio te bewonderen. Als we binnenkomen en de trap opgaan, zien we de oude prachtig gedecoreerde zaal, de Sala del Capitolo, van de lekenbroeders van de scuola [zaal 1]. Het plafond met zijn rijke versieringen waaronder vergulde cherubijntjes, het gezicht van elk engeltje is anders, komt uit 1484 en is nog in goede staat. De Venetiaanse kunst uit de 14e eeuw is nog volledig in de ban van de Byzantijnse kunst. In de Sala del Capitolo zijn veel triptieken (drieluiken) te vinden uit de 14e en 15e eeuw.

Sala del Capitolo
zaal 1

Galleria dell ’Accademia Sala del Capitolo Venetië

De bedoeling van deze rondleiding is dat je zicht krijgt op de typische kenmerken van de schilders uit Venetië.  Daarnaast zie je de ontwikkeling van de schilderkunst in Venetië die zo duidelijk afwijkt van de rest van Italië en voornamelijk van het in de renaissance dominerende Florence. Natuurlijk zullen we ons beperken tot enkele kunstwerken, want de hoeveelheid is overstelpend. Een beroemde polyptiek is,‘De kroning van Maria’, van de stichter van de Venetiaanse schilderschool Paolo Veneziano uit 1350. Dit werk is sterk beïnvloed door de Byzantijnse kunst. We zullen ter plekke kunnen zien en bespreken waarom dit werk niet alleen sterke Byzantijnse trekken vertoont, maar anderzijds ook enkele typische Westerse kenmerken heeft. Paolo Veneziano werd de officiële schilder van de serenissima, zo portretteerde hij ook de Doge Francesco Dandolo een schilderij dat we in de Frari-kerk nog zullen zien. Paolo en zijn zoons Luca en Giovanni hadden een atelier waar vele schilders werden opgeleid in een traditie die naast sterke Byzantijnse elementen en het gebruik van Byzantijnse technieken ook is beïnvloed door de fresco’s van Giotto dertig kilometer ten Noorden van Venetië. Kenmerkend voor de byzantijnse kunst, maar ook voor de gotische kunst is onder meer:

  • niet naturalistisch. Het ging er niet om de werkelijkheid nauwgezet weer te geven, maar om een hogere goddelijke wereld aan te duiden.
  • de sterke nadruk op kostbare materialen. Bladgoud en het nog veel kostbaarder blauw gemaakt van lapis lazuli zijn vaak op de altaarstukken die in zaal 1 staan te vinden.
  • paneel (hout) als drager.

Hier nog een recept uit ‘Het handboek van de kunstenaar’ van Cennino Cennini over een uiterst kostbare kleur en wel het blauw genaamd ultramarijnblauw. Cennino Cennini heeft een boek geschreven, ‘Het handboek voor kunstenaars’, waarin onder meer een recept staat voor het maken van ultramarijnblauw en wel in hoofdstuk LXII getiteld ‘Over het karakter van ultramarijnblauw en hoe je het moet maken.’

Ultramarijnblauw is een edele kleur, mooi en de meest perfecte van alle kleuren. [……] Om te beginnen haal je wat lapis lazuli. En indien je de goede steen wilt herkennen moet je die kiezen welke het rijkst is aan blauwe kleur, want ze zijn allemaal vermengd met as. [……] Vergruis hem [halfedelsteen] in een afgedekte bronzen vijzel (zie jongen op de achtergrond bij Ostade), zodat het stof niet kan wegvliegen. Leg dit dan op je porfiersteen en werk op zonder water. Neem daarna een afgedekte zeef zoals de apotheker gebruikt om kruiden te zeven en zeef het. En stamp opnieuw als je het nodig vindt. En denk eraan, hoe fijner je het opwerkt, hoe fijner het blauw zal worden, maar niet zo prachtig violet van kleur. De fijne soort wordt meer gebruikt door miniaturisten en voor het maken van draperingen met hoogsels erop. Als dit poeder helemaal klaar is, neem je zes oncia sparrenhars van de drogist, drie oncia mastiek en drie oncia nieuwe was voor elk pond (1 pond = 12 oncia) lapis lazuli. Doe dit alles in een nieuwe kleine aarden pot en laat het samen smelten. Neem dan een stuk wit linnen en zeef je mengsel in een geglazuurde waskom. Neem dan een pond van dit lapis lazuli-poeder en vermeng het grondig met je mengsel en maak er een goed ineengewerkt deeg van. [……] Als je het blauw eruit [de deeg] wilt halen, volg je deze methode: maak twee staafjes uit een stevige stok [……] Neem dan het deeg dat je in de geglazuurde waskom bewaard hebt en voeg er ongeveer een soepbord vol tamelijk warme loog bij, en met deze twee staafjes, één in elke hand, draai je het deeg om en druk je het uit en kneed je het, eerst in de ene richting en dan in de andere, net zoals je met je handen brood bewerkt. [……] Wanneer de loog behoorlijk blauw is geworden giet je hem in een andere geglazuurde schaal [……] Maar houd in je gedachten dat, als je goede lapis lazuli hebt, het blauw van de eerste twee extracties acht dukaten per ons waard is, en dat de laatste twee extracties slechter zijn dan as. [……] Giet elke dag de loog van de soepborden zodat de blauwen kunnen drogen. Wanneer ze perfect droog zijn, bewaar je ze in leder, of in een blaas of in een buidel.

Uit: Cennino Cennini, ‘Het Handboek van de kunstenaar’, Contact, Amsterdam/Antwerpen, 2001 (oorspronkelijk uitgegeven na 1400), blz. 94-97. Bij Master Pigments is een video te zien waar het hele proces dat Cennini beschrijft uit de doeken wordt gedaan.

Blauw van lapis lazuli is zo kostbaar dat het tegenwoordig niet meer gemaakt wordt. Het ultramarijn werd vooral gebruikt bij zeer belangrijke figuren zoals Maria. Dit is onder meer te zien een schilderij van  Paolo Veneziano (zaal 1 van de Acccademia).

Lorenzo Veneziano
Maria met kind en twee opdrachtgevers

Lorenzo Veneziano Maria met kind en twee opdrachtgevers

Uit bewaard gebleven contracten is bekend dat de opdrachtgevers vaak eisten dat ultramarijnblauw gebruikt zou worden. Hierbij werd dan nadrukkelijk vermeld dat het blauw ‘van de eerste extracties’ moest komen. Een voorbeeld hiervan is op het Internet te vinden bij de stichter van de Venetiaanse schilderschool en wel onder de naam Paolo Veneziano. Deze schilder gebruikte voor de mantel van Maria de kostbare lapis lazuli. In de eerste zaal zul je verschillende panelen tegenkomen, waar veel goud is te zien op de achtergrond en ook veel ultramarijnblauw, maar dan wel uitsluitend bij de blauwe mantel van Maria. Een vergelijking tussen de twee Maria’s met kind van Paolo en Lorenzo laat zien dat er een menselijk element insluipt. Lorenzo is wat dit betreft duidelijk beïnvloed door Giotto.

Lorenzo Veneziano
1321
Paolo Veneziano
1371
‘Maria met kind’
mouseover

Paulo Veneziano

Naast Paolo Veneziano zijn in deze grote zaal ook werken van Jacobello del Fiore, Giovanni da Bologna, Michele Giambono en Antonio Vivarini die we ook nog in enkele kerken zullen tegenkomen en Lorenzo Veneziano, die was opgeleid in het atelier van Paolo Veneziano. In zaal 2 t/m 5 komen we in de vroeg -renaissance. In zaal 2 hangen drie grote werken die een typisch thema uit Venetië weergeven namelijk de sacra conversazione, een gesprek tussen heiligen. Het werk van Giovanni Bellini hangt tussen twee andere ‘heilige gesprekken’ rechts van Giambattista Cima da Conegliano, ‘Moeder met Kind en Heiligen’ en links ervan Vittore Carpaccio ‘Presentatie van Maria’. Het werk van Giovanni dat in het midden hang, heeft een enorme indruk gemaakt en het werk dat oorspronkelijk in de San Giobbe in Venetië hing, werd trendsettend voor vele latere schilders zoals dit bij het paneel van Vittore te zien is.

Klik hier voor de plattegrond van de Galleria dell’’Accademia Zalen
1.
2-5.
3-6.
6-9.
7-8.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
21.
22.
23.
24.
Gotiek wel met sterke Byzantijnse invloeden 14e en 15e eeuw. Paolo Veneziano, Antonio Vivarini e.a.
Vroeg-renaissance Sacra Conversazione Giovanni Bellini, Cima da Conegliano, Vittore Carpaccio en del Piombo.
Andrea Mantegna, Giovanni en Jacopo Bellini, Turà, Hans Memling, Piero della Francesca en Giorgione.
Venetiaanse schilderkunst uit de 16e eeuw  Veronese en Tintoretto.
Titiaan, Lorenzo Lotto, Vasari, Jacopo Negretti oftewel Palma il Vecchio e.a.
Hoog-renaissance en het maniërisme: Titiaan, Jacopo Tintoretto en Paolo Veronese.
Barok: Veronese, Tiepolo, Strozzi, Tintoretto e.a.
Landschappen voornamelijk de 18e eeuw.
Portretten 16e eeuw o.a. Bassano.
Barok.
Late barok en Rococo.
Tiepolo en Rococo.
18e eeuw  o.a. Canaletto en Pietro Longhi).
18e eeuw.
16e eeuw.
Schilderijencyclus van o.a. Gentile Bellini: ‘Het wonder van het Kruisreliek.’
Schilderijencyclus  Heilige Ursula Carpaccio.
Gang’.
Expositieruimte en werken uit de late gotiek en vroege renaissance.
Titiaan: ‘De presentatie van Maria’.
Giovanni Bellini
Video S. Giobbe Khan Academy (6 minuten)
S. Giobbe altaarstuk
ca. 1478
 Giovanni Bellini S. Giobbe altaarstuk

 

Vittore Carpaccio
Presentatie van Christus
1510

Vittore Carpaccio Presentatie van Christus 1510

In zaal 4-5 hangen beroemde werken van Andrea Mantegna, Piero della Francesca en wederom Bellini en de mysterieuze Giorgione. Een schilder van wie  weinig tot niets bekend is, maar iemand die de Venetiaanse schilderschool diepgaand beïnvloed heeft. Zijn schilderij, ‘La Tempesta’, de storm is een unicum in de geschiedenis van de schilderkunst. Hoewel er vele verklaringen, artikelen en boeken over dit schilderij geschreven zijn met even zo vele interpretaties, blijft de betekenis in nevelen gehuld. In zaal vier is nog een klein portret – -26 x 20 cm- van Hans Memling te zien. De Vlaamse primitieven hebben een grote invloed gehad op de Italiaanse kunst ook in Venetië.

1. Video Khan Academy: olieverf versus fresco (4. minuten)
2. Video tempera versus olieverf National Gallery (2.19 minuten)

Hans Memling
Portret van een jonge Man
ca. 1480
Hans Memling Portret van een jonge Man ca. 1480

De Vlaamse schilders, waaronder Memling, met hun schildertechniek, het geraffineerde gebruik van olieverf, het atmosferische perspectief, het doorkijkje en het portret waarbij het gezicht niet frontaal maar iets gedraaid wordt weergegeven, maakten diepe indruk op de Italiaanse schilders. De tand des tijd heeft het oorspronkelijke rood van de mantel van de jonge man veranderd in zwart.

Giorgione
La Tempesta
Video La Tempesta Khan Academy (5.55 minuten)
Giorgione La Tempesta

In de zalen 7 t/m 10 zijn schilderijen uit de hoog-renaissance en het maniërisme te zien. In zaal 7 hangt een portret van Lorenzo Lotto getiteld: ‘Portret van een man in zijn studeerkamer’. Dit portret geldt als zijn beste werk. Lotto staat er bekend om dat hij niet alleen het uiterlijk mooi weergeeft, maar vooral ook de geestelijke gesteldheid: in dit geval een melancholische man die ‘betrapt’ wordt terwijl hij in zichzelf gekeerd nadenkt.

Lorenzo Lotto
Portret van een man in zijn studeerkamer
Lorenzo Lotto Portret van een man in zijn studeerkamer

zaal 10
inzoomen
mouseover
Galleria dell ’Accademia Sala 10 Venetië

Vooral de grote zaal 10 bevat bekende hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis. Het gigantische doek –560 x 1309 cm- van Paolo Veronese uit 1573 beslaat één wand, rechts bij het betreden van zaal tien. De oorspronkelijke titel, ‘Het Laatste Avondmaal’, werd door de inquisitie, de kerkelijke rechtbank die ketters gedrag onderzocht, niet geaccepteerd.

Paolo Veronese
Christus in het huis van Levi
Video Khan Academy (6.09 minuten)
de tafel
mouseover
Galleria dell ’Accademia Paolo Veronese Christus in het huis van Levi de tafel

Veronese moest zich verantwoorden voor allerlei niet-religieuze ‘fratsen’ die hij geschilderd had. Als we voor dit enorme doek staan, zul je zien welke wonderlijke ‘dingen’ de monniken van de inquisitie ergerden. De Inquisitie verhoorde Paolo Veronese op zaterdag  18 juli 1573. In het  proces-verbaal is onder meer  het volgende te lezen:

Gedaagd in het Heilig Officium voor het Heilig Tribunaal werd heer Paulus Caliarus uit Verona inwoner van de parochie Sanctus Samuel en hem werd gevraagd naar zijn naam en bijnaam. […] Gevraagd naar zijn beroep, antwoordde hij: Ik schilder en maak afbeeldingen. […] Men zei tegen hem: Hebt u op dat schilderij van het Avondmaal van de Heer ook Dienaren geschilderd?
Antw: Jawel, heren [het onderwerp was wel degelijk het Laatste Avondmaal, maar Veronese kreeg een tip om dit te veranderen in het Avondmaal in het huis van Levi].
Men zei tegen hem: Vertel ons hoeveel dienaren, en wat ze doen.
Antw: De baas van de herberg, Simon. En verder heb ik onder die figuur een voorsnijder geschilderd, en ik heb net  gedaan alsof die voor zijn vermaak daarheen is gekomen om te zien hoe het er aan tafel toegaat. […] Men zei tegen hem: Wat betekent de schildering van die man met dat bloed uit zijn neus op het Avondmaal dat u in de Sant Giovanni e Paolo basiliek [nu in Accademia] hebt gemaakt?
Antw: Dat is de dienaar; door een of ander ongelukje kan er bloed uit zijn neus komen.
Men zei tegen hem:Wat betekenen die mannen die op zijn Duits [lutheranen] zijn gekleed, met een hellebaard in hun hand?
Antw: Daar heb ik wel twintig woorden voor nodig!
Men zei tegen hem dat hij die gebruiken moest.
Antw: Wij schilders  nemen de vrijheid zoals dichters en gekken dat doen, en van die twee hellebaardiers heb ik er een geschilderd die drinkt, en de ander eet, op een trap, en ze staan daar alsof ze een of ander klusje zouden kunnen doen, hetgeen me passend leek omdat de heer des huizes, die zo groot en rijk was, zo is me verteld, dergelijke dienaren gehad moet hebben. […] Men zei tegen hem: En die man in dat narrenpak met die papegaai op zijn pols, met welk doel hebt u die op het doek gezet?
Antw: Ter versiering, zoals men dat pleegt te doen. […] Men zei tegen hem: En wat te zeggen  over degene die daar weer naast zit:
Antw: Die maakt zijn tanden schoon met een vork.
Men zei tegen hem: Wat hebben uw voorgangers dan gedaan? Hebben ze soms iets vergelijkbaars gedaan?
Antw: Michelangelo uit Rome heeft in de Pauselijke Kapel onze Heer Jezus Christus geschilderd, en Zijn Moeder, en de Heilige Johannes, de Heilige Petrus, en het Hemelse Hof, en allemaal naakt, te beginnen met de Heilige Maagd, in verschillende houdingen die niet al te eerbiedig zijn.

Uit: Rene van Stipriaan, De jacht op het meesterwerk Ooggetuigen van twintig eeuwen kunstgeschiedenis, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 2010 blz. 77-80

Het conflict met de kerkelijke rechtbank loste Veronese niet op door zijn fratsen weg te schilderen, maar eenvoudig door het werk een nieuwe titel te geven en wel ‘Christus in het huis van Levi’. Dit deed hij door  te verwijzen naar LVCA. CAP. V. ofwel Lucas hoofdstuk vijf. Hierdoor veranderde het Laatste Avondmaal in een feestmaal bij Levi zoals we bij  de evangelist Lucas kunnen lezen. De wijze waarop Veronese de maaltijd in het huis van Levi afbeeldt, is kenmerkend voor de Venetiaanse schilderschool. De Venetianen hebben een voorliefde om het oog te strelen met prachtig uitgewerkte details zoals brokaat, zijde, satijn, glas uit Murano, architectuur, een levendig publiek waaronder een druk gesticulerende jongeman die over de balustrade buigt en een hond en een kat die smikkelt van de etensresten onder de tafel. Bij Bellini en vele andere schilders uit de serenissima zie je de voorliefde om gewoon mooie dingen te schilderen ook al voegt dit weinig toe aan het verhaal. ‘Het Laatste Avondmaal’ moet op de inquisitie dan ook over zijn gekomen als een vrolijk banket in een Venetiaans palazzo waar Jezus per toeval als figurant in verzeild is geraakt

Aan de linkerwand hangt het laatste werk van de schilder Titiaan getiteld: ‘Pietà’. In dit grote doek beeldt hij zichzelf knielend bij de dode Jezus af. Het schilderij is, zoals op het doek zelf te lezen is, voltooid door Palma il Giovane. Het doek waarop de Pietà geschilderd is en dat 353 x 347 cm. meet, bestaat maar liefst uit zeven aan elkaar genaaide stukken linnen.

Titiaan
detail
Video Khan Academy (5.02 minuten)
Pietà’
Titiaan‘ Pietà’

De Venetianen hebben waarschijnlijk in verband met de zoute lucht die niet gunstig voor de fresco’s was het doek uitgevonden en gebruikt. Vasari beschrijft dit in 1568 als volgt en somt hierbij de grote voordelen van het doek op:

‘[…] aangebracht op doek, zoals dat in die stad [TG: Venetië] haast altijd de gewoonte is geweest, want anders dan in andere steden pleegt men er weinig te schilderen op panelen gemaakt van het hout van de boom die door velen peppel wordt genoemd en door sommigen zilverpopulier, […] Dus is het in Venetië heel gewoon om op doek te schilderen, omdat dit niet splijt en niet wormstekig wordt, of omdat men aldus zijn schilderingen in elk gewenst formaat kan vervaardigen, of ook omdat het gemakkelijk is, zoals ik elders al heb verteld: men kan ze gemakkelijk verzenden waarheen men maar wil, tegen geringe kosten en moeiten.’

Giorgio Vasari, ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten’ Amsterdam, Contact, dl 1 [oorspronkelijk uitgave 1568] 1992, blz. 237.

Klik hier voor vervolg van de Accademia (Dag 2)