Venetië dag 4

Jacopo Sansovino: koepel San Marco, Zecca, en de Biblioteca Marciana

Jacopo Tatti later Jacopo Sansovino genoemd is in Florence geboren. Hij werd beeldhouwer. Michelangelo, die geen concurrentie wilde, zorgde ervoor dat Sansovino geen opdrachten meer kreeg (klik hier als je dit verhaal wilt lezen). Ten einde raad vertrok hij naar Rome. Hier waren Bramante, Raphaël, Giulio da Sangallo en later ook Michelangelo aan het werk. Via Sangallo kwam Sansovino in aanraking met het pauselijke hof. Hij bleef voornamelijk beeldhouwer. Toch begon hij aan de bouw van twee kerken waaronder de San Giovanni dei Fiorentini en één palazzo voor de bankier Giovanni Gaddi. De Venetiaanse schilder Lorenzo Lotto beschreef Sansovino als ‘de tweede beste beeldhouwer na Michelangelo’. Na de sacco di Roma (plundering) in 1527 vluchtte Sansovino naar Venetië. Als Sansovino in Venetië komt, lost hij direct de technische problemen met de koepels van de San Marco briljant op. Waarschijnlijk heeft hij hierbij gebruik van de constructie het Pantheon. In deze Romeinse tempel zijn namelijk aan de buitenzijde ringen aangebracht om de zijwaartse druk in toom te houden (klik hier voor het verhaal over de constructie van het Pantheon).

buitenzijde koepel San Marco
dwarsdoorsnede oorspronkelijk ronde koepel
mouseover

koepel San Marco Venetië

Tintoretto
Jacopo Sansovino

Tintoretto Jacopo Sansovino

De Zecca ofwel de Munt

Sansovino kreeg in 1536 zijn eerste grote opdracht. De Munt, de Zecca, moest herbouwd worden. Het gebouw moest voldoen aan bepaalde eigenschappen: het moest inbraakbestendig, brandveilig en geschikt voor grote smeltovens zijn. De Zecca is op originele wijze gefinancierd: slaven uit Cyprus werden voor vijftig dukaten per kop vrijgekocht. Wegens brandgevaar en een ‘boom’ in de economie – er moest veel nieuw geld geslagen worden – was een betere Zecca noodzakelijk. Het oorspronkelijke ontwerp bestond uit twee verdiepingen. Het kostbare goud zou op de piano nobile geslagen worden en het minder kostbare zilver op de begane grond. Mocht er dan brand uitbreken dan zou het goud door de stenen gewelven waarschijnlijk niet verloren gaan. Het is niet zo gek aan een brand te denken, want dat is zeker denkbaar bij de ovens die het goud en zilver ter plekke moeten smelten. In 1539 werd besloten om de kraampjes die voor de oude Zecca stonden in de nieuwe Zecca op te nemen en wel op de begane grond. Dit zou aardig wat geld opbrengen.

de schilder Caspar Andriaans van Wittel uit Amerstfoort
ca. 1700
detail van Jacopo de’Barari’s kaart voor de bouw van de Zecca en de bibliotheek
houtsnede
1500
mouseover

Caspar Andriaans van Wittel Molo Venetië

De kraampjes met kaas en salami behoorden tot de Procuratie de Supra. In 1558 werd er een derde verdieping aan toegevoegd. De hitte van de ovens en de hitte van het platte dak maakten dit absoluut noodzakelijk: het werd veel te heet op de tweede verdieping. Sansovino moest het gebouw een onneembare indruk geven, terwijl er wel flinke ramen moesten komen. Deze ramen moesten voor voldoende ventilatie bij de ovens zorgen. Bovendien moest er ook een rij bogen op de begane grond komen voor de winkeltjes. Hoe dit alles te combineren? De oplossing werd gevonden in de zware rustica waardoor het gebouw op een onneembaar fort lijkt.

Façade van de Zecca Jacopo Sansovino 1536-1558

De arcaden krijgen eenvoudige rustica behorend bij hun alledaagse functie. De piano nobile krijgt de mannelijke Dorische orde, de schacht van de zuilen krijgt ringen van rustica. Het geheel maakt een robuuste indruk. De ramen zelf worden met een zwaar hoofdgestel afgesloten en zijn precies tussen de ringen geplaatst. De maniërist Giulio Romano was gek op rustica en dan vooral toegepast bij zuilen (Mantua en Rome). In de klassieke oudheid werd dit ook al gebruikt zoals te zien bij de Porta Maggiore in Rome. In Venetië was dit principe al toegepast door Codussi bij de San Michele. Toch is de rustica van Sansovino wel anders: het geheel moest kracht uitstralen of zoals Serlio dit in zijn Boek IV beschreef:

‘Het is plezierig voor het oog en ziet er krachtig uit. Om deze redenen beschouw ik dit meer geschikt voor een burcht dan voor iets anders.’

Serlio, Tutte l’opere d’architettura et prospectiva, Venezia, 1633, blz. 133

Zecca
detail
Zecca Jacopo Sansovino Venetië

De Zecca werd door tijdgenoten van Sansovino al direct bewonderd. Vasari noemde het ‘het fijnste, rijkste en sterkste van alle gebouwen van Sansovino’. Het is ook vaak vergeleken met een fort. Sansovino noemde het zelf ‘een waardige gevangenis voor het kostbare goud’. Het is niet verwonderlijk dat de echte gevangenis naast het Ducale van Rusconi uit 1566 veel heeft overgenomen van de Zecca.

Canaletto
Molo en de Riva degli Schiavoni met de gevangenis
huidige gevangenis van Rusconi
mouseover
Canaletto Molo en de Riva degli Schiavoni

Het beroemdste gebouw van Sansovino is de bibliotheek. Volgens Palladio ‘het rijkste en meest gedecoreerde gebouw sinds de oudheid’. Het gebouw aan de westzijde van het piazzetta, komt met zijn ‘kopse’ kant nogal lelijk naast de Zecca te staan. De aansluiting van deze twee gebouwen van Sansovino is miserabel. De twee totaal verschillende stijlen van beide gebouwen passen niet bij elkaar.

Zecca links en de bibliotheek rechts

Zecca Bibliotheek Jacopo Sansovino Venetië

Met de bibliotheek werd in 1537 begonnen, één jaar na de Zecca. De bibliotheek werd gebouwd om de befaamde collectie van kardinaal Bessarion van Trebizond te herbergen. De procuratie van de San Marco bezat de kavel al. Het stond vol met herbergen en kroegen. Bovendien waren er veel kraampjes waar vlees verkocht werd. Het was een architectonisch rommeltje.

Biblioteca Marciana

 Biblioteca Marciana
detail
leeszaal
 mouseover
 Biblioteca Marciana Venetië

foto: CharlieBrigante

Bijna tegelijk met de Zecca bouwde Jacopo de bibliotheek. De keus voor het bouwen van een bibliotheek heeft meer dan een halve eeuw geduurd. Kardinaal Bessarion (Pedro Berruguete naar een ontwerp van Joost van Gent) had een zeer waardevolle collectie van vijfhonderd manuscripten overwegend in het Grieks aan de stad nagelaten. De manier waarop er met de nalatenschap van kardinaal Bessarion werd omgesprongen vonden de Venetianen een groot schandaal, terwijl Venetië op dat moment zelfs het centrum voor Griekse studies was. In de nalatenschap stond de eis dat er een bibliotheek voor de collectie moest komen in of nabij de San Macro.De procurator Vettor Grimani en de nieuwe bibliothecaris kardinaal, Pietro Bembo, streden voor een nieuwe en goede bibliotheek. Bembo had grote invloed en maakte daar handig gebruik van om een bibliotheek van de grond te krijgen.

Titiaan
Pietro Bembo
Titiaan Pietro Bembo

De constructie van het piazzetta was precies een maand voordat tot de bouw van een nieuwe bibliotheek besloten werd begonnen. Het was onmogelijk om alle herbergen en winkeltjes direct af te breken. Dit veroorzaakte een langdurig oponthoud. De huuropbrengsten voor de Procuratie de Supra waren zeer aanzienlijk (vooral de herbergen brachten veel geld in het laatje). De Supra kon dit geld niet missen.

Situatie voor de bouw van de Biblioteca Marciana

Situatie voor de bouw van de Biblioteca Marciana Venetië

Volgens het plan van Sansovino zouden er veel winkeltjes op de begane grond komen. Dit viel natuurlijk in goede aarde bij de procuratoren. De huuropbrengsten van deze winkels konden dan het verlies van de herbergen opvangen. Volgens Vasari was Jacopo wel zo slim om bij het ontwerpen ook aan de economische opbrengst te denken. Hij wist dat dit noodzakelijk was om toestemming voor de bouw te krijgen. In de woorden van Vasari ‘hij verdiende volledig hun [procuratoren] goedkeuring en affectie’.

De hoektravee

De hoektravee werd in 1539 ontworpen en is een prachtige oplossing die overeenstemt met de eisen die Vitruvius aan de orden stelde. Sansovino wist op geraffineerde wijze propaganda voor zichzelf te maken. Hij nodigde alle architecten uit een oplossing voor de hoeken te bedenken. Hoe moest hij voldoen aan de eis van Vitruvius om de fries bij de hoek te beëindigen met een halve metoop. Hierbij werd tegelijk de eis gesteld dat de triglief precies boven de zuil geplaatst moest worden. Terwijl Sansovino zijn oproep had gedaan, had hij de oplossing al gevonden althans volgens zijn zoon Francesco. Door op de pijler nog een pilaster aan te brengen en hierboven de triglief te plaatsen schiep hij meer ruimte voor de metoop. De metoop werd om de hoek gebogen waarbij precies de helft aan een zijde kwam. Hiermee werd voldaan aan de Vitruviaanse dogma’s. De hoekoplossing werd alom bewonderd.

Het instorten van een gewelf

Maar helaas na deze demonstratie van virtuositeit kwam de ramp. In de nacht van 18 op 19 december 1545 stortte het gewelf van de eerste travee vanaf de campanile in. Dit is de travee onder de bibliotheek. Nog in dezelfde nacht werd Sansovino van zijn bed gelicht en in de bak gegooid. Ondanks de steun van Titiaan, Aretino en de Spaanse ambassadeur Mendoza werd Jacopo keihard aangepakt door de procuratoren. Hij kreeg tijdelijk geen salaris meer en werd gedwongen op eigen kosten het gewelf te herstellen. Alleen Vettor Grimani distantieerde zich van het oordeel van de andere procuratoren.

Achteraf was de reactie van de procuratoren zwaar overtrokken. De schade viel reuze mee. Sansovino schreef over het nare incident aan Bembo het volgende: ‘Het geheel was niet zo erg als het eerst leek – alleen een raam was naar beneden gevallen, samen met het gewelf erboven.’ Jacopo schatte de herstelkosten op achthonderd tot duizend dukaten. Jacopo wees als oorzaak de vorst aan en de artillerie die vanaf de galerijen schoten hadden gelost. Bovendien hadden de metselaars de houten formelen te vroeg weggehaald.

Toch gaf Jacopo toe dat houten vlakke plafonds misschien handiger waren geweest. De procurator Antonio Capello had hier op gewezen. Dit past ook beter bij de Venetiaanse traditie die bekend was met de instabiele ondergrond die het toepassen van stenen gewelven gevaarlijk maakte. Sansovino was dit probleem in Rome, waar hij vele jaren gewerkt heeft, nooit tegengekomen. Daar kon hij zonder problemen elk gewelf bouwen, er was immers een stabiele ondergrond. Houten plafondbalken zijn toch enigszins elastisch en in elk geval veel lichter. Een jaar later werd rapport opgemaakt over het herstelde gewelf en dat luidde: ‘sterker en veiliger en duurzamer dan voor de ineenstorting’.

De voltooiing van de bibliotheek

Rond 1550 waren de eerste zeven traveeën voltooid zodat de bibliotheek in gebruik kon worden genomen. De volgende fase was het afbreken van de resterende herbergen. De verdere afbraak leek spoeler te gaan. Drie huurders kon de huur worden opgezegd. Het verhuizen van de laatste herbergen lukt uiteindelijk, maar de verplaatsing van de herberg, ‘De leeuw’, ging uiterst moeizaam. Uiteindelijk verhuisde ‘de Leeuw’ naar het Campo Rusulo nabij het nieuwe Cavaletto. Volgens Vasari steeg de opbrengst van de huur van de nieuwe winkels met vierhonderd dukaten per jaar. Zo hadden de procuratoren voldaan aan de verplichting om tenminste drie herbergen nabij de San Marco te behouden. Hiermee waren alle herbergen opgeruimd. Alleen een klein bouwblok, een vleesmarkt, aan het einde naast de Munt stond er nog.

De procuratie was zeer gebrand op het afbouwen van het gehele bouwblok. In de jaren vijftig nam de inflatie toe, maar toch moest de bouw snel voltooid worden. In een lang verzoek sprak de procuratie over het voltooien van het project: ‘voor de eer en waardigheid van onze republiek, en als voordeel voor de kerk’.’Het benodigde geld werd bij elkaar geschraapt: er werden bezittingen op de terra firma (vaste land; Veneto) verkocht en de onbetaalde huur werd alsnog opgehaald. Dankzij deze financiële inspanningen vorderde de bouw snel. In 1554 waren er al veertien traveeën voltooid en twee jaar later nog twee. Hierna restten er nog drie. Na ca. 1555 werd het interieur van de bibliotheek gebouwd en ging de bibliotheek open.

Het laatste gebouw dat moest worden afgebroken had een vleesmarkt op de begane grond. Het was oorspronkelijk de bedoelingen geweest deze vleesmarkt in het nieuwe gebouw op te nemen. Hier werd toch vanaf gezien daar er te weinig ruimte was voor meerdere slagers en ruimtes om te slachten. De ruimte op de eerste etage van deze vijf laatste traveeën werd bestemd voor appartementen voor de procuratoren. De vleesmarkt werd verplaatst en Scamozzi voltooide de laatste vijf traveeën.

vleesmarkt met er achter de bibliotheek in aanbouw en links de Zecca

Het gebouw werd alom bewonderd. Vasari sprak van een meesterwerk. Palladio schreef: ‘het rijkste en mooist versierde gebouw sinds de oudheid’. Het all’antica karakter maakte diepe indruk. De dichter Aretino schreef aan Jacopo: ‘Jij bent de man die weet wat een Vitruvius moet zijn.’

Na de prenten en geschriften van Serlio zagen de Venetianen nu een ‘echt’ klassiek gebouw in hun stad. In een notitie van de senaat wordt duidelijk vermeld dat de bibliotheek een bewuste poging was om de antieken te overtreffen (emulatio het gebod van de kunstenaar in de renaissance).

Vitruvius, maar ook Alberti hebben in hun geschriften hun bewondering voor de klassieke bibliotheken uitgesproken. Toch hebben beiden nooit verteld hoe een goede en mooie bibliotheek eruit moet zien. In de klassieke literatuur zijn wel aanwijzingen te vinden onder meer bij Pausanius. Hij beschrijft een bibliotheek bij de Hadrianus tempel in Athene als volgt:

‘De honderden zuilen van Phrygisch marmer, met muren gebouwd net als de zuilen, en paviljoens met vergulde plafonds en albast, gedecoreerd met beelden en schilderijen.’

Dit lijkt verdacht veel op wat Sansovino ontworpen en gebouwd heeft. Arcaden en zuilen van tempels, aparte vestibule en bibliotheekzaal, rijke versierde plafonds en beelden. Zelfs de plaats van de bibliotheek komt overeen met de klassieke eis dat het licht uit het oosten moet komen en dit klopt perfect bij de bibliotheek die aan de westzijde van het piazzetta ligt. Door het ochtendlicht beschadigen de boeken niet en is er toch voldoende licht om te lezen.

Biblioteca Marciana jacopo Sansovino

Vasari schrijft dat dit gebouw volgens de Vitruviaanse opvattingen is uitgevoerd, maar dit klopt niet. De doorsnede van de zuil is hier dus niet als moduul voor het geheel gebruikt. Sansovino gebruikte de ‘grammatica’ veel vrijer zoals ook terug te vinden is in de Romeinse architectuur. Het moest natuurlijk wel all’ antica lijken niet alleen vanwege de bibliotheek, maar ook voor de grandeur van de stad.

Sommige all’ antica elementen, die nog niet bekend waren, maakten grote indruk op de Venetianen. Voor iemand die niet uit Venetië kwam, deed het gebouw ondanks de klassieke elementen zeer Venetiaans aan. Sansovino maakte in zijn ontwerp in feite een synthese tussen de Venetiaanse en de klassieke traditie. Toch past de bibliotheek ook perfect bij de oude gebouwen die er al stonden, want zij hebben een aantal kenmerken gemeenschappelijk zoals

  • twee verdiepingen waarbij de begane grond arcaden heeft
  • oosterse kantelen die veranderd worden in een andere decoratie: een balustrade met beelden. De beelden lijken wel op figuren die je bij de San Marco aantreft zij het wel in klassieke stijl.
  • Het bouwmateriaal: istrische steen

De gevel van de bibliotheek heeft geen enkele structurele of tektonische functie. Het is niet meer dan een mooi scherm. Achter het marmer zit slechts eenvoudige baksteen.

Waarom is de gevel van de bibliotheek zo beroemd geworden ook buiten de serenissima?

Het basisgegeven: een lange piano nobile met grote ramen boven een loggia was typisch Venetiaans, absoluut niet nieuw dus. Dit geldt tevens voor het rijk gesneden Istrische marmer en de klassieke ordening van een gevelwand. Codussi had dit al in zijn kerken en palazzi toegepast. Waarschijnlijk is de gevel precies dat wat de Venetianen zochten. Een klassieke Romeinse stijl op Venetiaanse bodem, aansluitend bij de Venetiaanse traditie. Er zijn veel klassieke elementen zoals zwikfiguren, een rijke versierde fries, guirlandes met putti, obelisken en sluitstenen met leeuwenkopjes. Het juiste gebruik van de Dorische (begane) en Ionische (piano nobile) orden, gaf de gevel een klassiek uiterlijk, veel meer dan de Venetianen gewend waren. Dit wordt wel heel duidelijk als je de twee tegenover elkaar liggende gevels met elkaar vergelijk. De combinatie zuil en boog komt uit het theater Marcellus en werd later ook in het Colosseum toegepast.

Een grote trap leidt naar de eerste etage. De vierkante vestibule werd gebruikt als lesruimte. De leeszaal wordt prachtig en overvloedig belicht door een lange rij ramen aan de oostzijde. Het is geen toeval dat Vitruvius de oostzijde net als voor slaapkamers al aanraadde. Het plafond bevat schilderijen van Paolo Veronese, Titiaan verloor de wedstrijd. Er waren oorspronkelijk rijen met banken die nu nog in de bibliotheek van Michelangelo in Florence te zien zijn. De andere ruimtes werden gebruikt als kantoren voor de Procuratie. De begane grond werd gebruikt voor winkels en die brachten aardig wat geld op. Als je het exterieur bekijkt dan is niet te zien waar de bibliotheek zich precies bevindt. Wat dit betreft was Sansovino veel vrijer dan bij zijn Zecca. Al bij het ontwerp hield Sansovino rekening met het gehele plein dus de piazzetta en het piazza. Hij zorgde ervoor dat de al bestaande campanile vrij kwam te staan. Bovendien schiep hij door de campanile vrij te laten een trapeziumvormig plein (klik hier voor de tekening van het plein met de campanile; onderzijde na de ingreep van Sansovino). Hierdoor wordt de San Marco het middelpunt als je op dit deel van het plein staat. Dit is goed te zien als je het huidige plein vergelijkt met het schilderij van Gentile Bellini in de Accademia. Door de oplossing van Sansovino is bovendien het Ducale ook nog te zien.

Klik hier voor het vervolg van dag 4