Voetnoten schilderkunst Florence

1. Voor het verhaal over de drie panelen van Duccio, Cimabue en Giotto in het Uffizi met als onderwerp ‘Tronende Madonna met Kind’ is gebruik gemaakt van de volgende literatuur: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 187-221; Chiellini, M., ‘Cimabue’, Scala Istituto Fotografico Editoriale S.p.A., Antella, Florence, 1988 49-52; Gombrich, E.H., Light and highlights The Heritage of Apelles Light, Form and texture in Fifteenth-century painting North and south the Alps in: Gombrich, E.H., ‘The heritage of Apelles Studies in the art of the renaissance,’ Phaidon Press, Oxford 1976 3-38; Janella, C., ‘Duccio’, Scala Istituto Fotografico Editoriale S.p.A, Antella, Florence, 1991 10-14; Derbes, A., Sandona, M., (Edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto’, Cambridge University Press, Cambridge 2004, met name de studie van Miller, J.I., Taylor- Mitchell, L.T., ‘The Ognissanti Madonna and the Humiliati Order in Florence 157-176; Weber, A., ‘Duccio’, (Masters of Italian Art), Könemann, Köln, 1997 14-17.
2. Aldus Kitzinger. Zo besluit hij zijn studie met: [……] I have been able to show that during a crucial period of its artistic development the west received from Byzantium vital help in finding herself.’ Kitzinger, E., ‘The Byzantine contribution to western art of the twelfth and thirteenth Centuries.’ In: Kitzinger, E., ‘The art of Byzantium and the mediaval art’, Indiana University Press, Bloomington Ind., London 1988 378, 357-378
3. Vasari in het leven van Cimabue: ‘[……] Cimabue, om als een eerste licht te brengen aan de schilderkunst.’ En op het einde van het leven van Cimabue: ‘Hieraan kunnen we zien dat Cimabue een eerste nieuw licht liet schijnen en voorzichtig de weg opende in een nieuwe richting [……]’ Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 49, 53
4. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 71
5. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 69
6. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 69
7. Chiellini, M., ‘Cimabue’, Scala Istituto Fotografico Editoriale S.p.A., Antella, Florence, 1988 12
8. Purgatorio XI, 94-6; c. 1315. Twee artikelen bespreken onder meer de ontvangst van het werk van Giotto door tijdgenoten en later: Maginnis, H.B.J., ‘In search of an artist’ en Derbes, A., Sandona, M., ‘Giotto Past and Present: an Introduction’ in: Derbes, A., Sandona, M., (Edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto’, Cambridge University Press, Cambridge 2004 10- 31, 1-9
9. Giovanni Boccaccio, ‘Decamerone’, (vertaling Frans Denissen), Athenaeum-Polak&van Gennep, Amsterdam 2003 (tweede druk 2004) 434
10. Maginnis, H.B.J., ‘In search of an artist’ en Derbes, A., Sandona, M., ‘Giotto Past and Present: an Introduction’ in: Derbes, A., Sandona, M., (Edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto’, Cambridge University Press, Cambridge 2004 11
11. Aldus Lorenzo Ghiberti in zijn, I Commentarii, Geciteerd uit: Holt, G.E., ‘A documentary history of art’, Princeton University Press, Princeton New Jersey, 1947 (reprint: 981) volume I 153; zie verder Maginnis, H.B.J., ‘In search of an artist’ en Derbes, A., Sandona, M., ‘Giotto Past and Present: an Introduction’ in: Derbes, A., Sandona, M., (Edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto’, Cambridge University Press, Cambridge 2004 11 e.v.
12. Gombrich schrijft over een transformatie die niet echt begrepen werd, maar waar toch nog resten van licht en hooglichtjes te bespeuren zijn. Schilders in Byzantium en de Middeleeuwen hanteerden een schema dat (of een ‘formula) ‘was translated from white into gold, thereby losing something of the differentiation in favour of a general effect of splendour.’ Gombrich, E.H., Oxford 1976 Light and highlights The heritage of Apelles 8.
13. Plinius schrijft over een werk van Apelles waarbij hij Alexander de Grote weergaf zo:‘ Het lijkt wel alsof de vingers naar voren komen en de bliksem zich buiten het paneel bevindt!’ Plinius, ‘De wereld Naturalis historia,’ Athenaeum-Polak&van Gennep, Amsterdam 2004 (vertaling Joost van Gelder, Mark Nieuwenhuis en Ton Peters) 666
14. Het verhaal over methode van Giotto om vleeskleuren te schilderen is volledig gebaseerd op en na te lezen in: Gombrich, E.H., ‘The heritage of Apelles Studies in the art of the renaissance,’ Phaidon Press, Oxford 1976 Light and highlights Light, Form and Texture in the Fifteenth-Century Painting North and South of the Alps 25-26
15. Cennino Cennini, ‘Het handboek van de kunstenaar Il Libro dell’Arte,’ Contact, Amsterdam/Antwerpen 2001 (oorspronkelijke uitgave na 1400) 109-111
16. Het verhaal over de zeer bijzondere positie van de heiligen bij het paneel van Giotto is gebaseerd op: Miller, J.I., Taylor-Mitchell, L., ‘The Ognissanti Madonna and the Humiliati Order in Florence’ in: Derbes, A., Sandona, M. (edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto,’ University Press, Cambridge 2004 157-175
17. Aldus Ghiberti, aangehaald uit: Cannon. J., ‘Giotto and Art for the Friars: Revolutions Spiritual and Artistic’, in: Derbes, A., Sandona, M. (edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto,’ University Press, Cambridge 2004 132. De volgende literatuur is gebruikt voor de fresco’’s van Giotto in de Bardi- en de Peruzzikapel in de Santa Croce: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 225-230; Bellosi, L., ‘Giotto’, Scala Istituto Fotografico Editoriale, Firenze, 1981 65-66, 71-77; Cook, W.R., ‘Giotto and the Figure of St. Francis’ in: Derbes, A., Sandona, M. (edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto,’ University Press, Cambridge 2004 142-156; Haegen, von der, A.M., ‘Giotto’, (Masters of Italian Art), Könemann, Köln, 1998 94-103, 116-123; Maginnis, Hayden, B.J., In search of an Artis’ in: Derbes, A., Sandona, M. (edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto,’ University Press, Cambridge 2004 18-23; Radke, G.M., ‘Giotto and Architecture’ in: Derbes, A., Sandona, M. (edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto, University Press, Cambridge 2004 92-97; Tintori, L., Borsook, E., ‘Giotto The Peruzzi chapel,’ Harry N. Abrams, Inc. Publishers, New York 1965
18. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 69
19. Cennino Cennini, ‘Het handboek van de kunstenaar Il Libro dell’’Arte,’ Contact, Amsterdam/Antwerpen 2001 (oorspronkelijke uitgave na 1400) 107, 108
20. Over de datering wordt nogal verschillend gedacht: ergens tussen 1317 en 1328. Voor de hypothese dat de twee kapellen bijna gelijktijdig in opdracht zijn geschilderd en direct na elkaar zie: Goffen, R., Spirituality in Conflict: Saint Francis and Giotto’s Bardi Chapel’, University Park, Pennsylvania State University Press, 1988 52-54
21. Zie bovenstaande noot en Kohl, B.G., ‘Giotto and His lay Patrons’, in: Derbes, A., Sandona, M. (edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto,’ University Press, Cambridge 2004 195
22. Voor deze restauratie zie: Tintori, L., Borsook, E., ‘Giotto: The Peruzzi Chapel’, Harry N. Abrams, New York 1965
23. De monografie van Tintori en Borsook over de Peruzzi kapel gaat uitgebreid in op de restauratie en de voorgeschiedenis van de Peruzzi kapel. Tintori, L., Borsook, E., ‘Giotto: The Peruzzi Chapel’, Harry N. Abrams, New York 1965
24. Voor de betekenis van de cyclus zie onder meer onder: The significance of the Chapel program: Tintori, L., Borsook, E., Giotto: The Peruzzi Chapel’, Harry N. Abrams, New York 1965 23-25
25. Niet lang daarna gebeurde dit wel in kapellen in Siena en Casentino. Tintori, L., Borsook, E., ‘Giotto: The Peruzzi Chapel’, Harry N. Abrams, New York 1965 23
26. Tintori, L., Borsook, E., ‘Giotto: The Peruzzi Chapel’, Harry N. Abrams, New York 1965 23
27. Zie hiervoor ondermeer een diagram waar precies de veertien plekken worden aangegeven van de steigerpalen en de attaccature: Tintori, L., Borsook, E., ‘Giotto: The Peruzzi Chapel’, Harry N. Abrams, New York 1965 21
28. Tintori, L., Borsook, E., ‘Giotto: The Peruzzi Chapel’, Harry N. Abrams, New York 1965 16
29. Het is mogelijk dat Giotto zelf: ‘sketched in the general lines for some of compositions onto the intonaco. But it is very unlikely that these complex compositions were conceived and developed directly on the wall. The designs must already have been clear before work on the wall.’ Tintori, L., Borsook, E., ‘Giotto: The Peruzzi Chapel’, Harry N. Abrams, New York 1965 14 en 22 voor de argumentatie waarom kleine tekeningen zijn gebruikt.
30. Tintori, L., Borsook, E., ‘Giotto: The Peruzzi Chapel’, Harry N. Abrams, New York 1965 16
31. Deze verklaring geven Tintori en Borsook in: Tintori, L., Borsook, E., ‘Giotto: The Peruzzi Chapel’, Harry N. Abrams, New York 1965 22
32. Aldus Maginnis Hayden in: Maginnis, Hayden, B.J., ‘In search of an Artis’ in: Derbes, A., Sandona, M. (edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto,’ University Press, Cambridge 2004 23
33. De analyse is gebaseerd op en gedetailleerder na te lezen in: Maginnis, Hayden, B.J., ‘In search of an Artis’ in: Derbes, A., Sandona, M. (edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto,’ University Press, Cambridge 2004 18-23
34. Cook, W., ‘Giotto and the Figure of ST. Francis’, in: Derbes, A., Sandona, M. (edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto, University Press, Cambridge 2004 143
35. Voor de geschilderde architectuur is hier onder meer gebruik gemaakt van Maginnis, H., ‘In search of an artist’ en Radke, G.M., ‘Giotto and Architecture’ in: Derbes, A., Sandona, M. (edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto,’ University Press, Cambridge 2004 18-23; 76-102
36. Aldus Maginnis, H., ‘In search of an artist’, in: Derbes, A., Sandona, M. (edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto, University Press, Cambridge 2004 20
37. Radke, G.M., ‘Giotto and Architecture’ in: Derbes, A., Sandona, M. (edited), ‘The Cambridge Companion to Giotto, University Press, Cambridge 2004 94-95
38. Deze analyse is gebaseerd op en wat uitgebreider te lezen in: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 226-227
39. Villani, Giovanni, Croniche; Geciteerd uit: Tintori, L., Borsook, E., ‘Giotto: The Peruzzi Chapel’, Harry N. Abrams, New York 1965 14 39. Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 230-236; Oertel, R., ’Die Frühzeit der italienischen Malerei,’ W. Kohlhammer Verlag, Stuttgart Berlin Köln Mainz 1966 85-123.
40. Oertel heeft een stuk geschreven over ‘Giotto und seine Schüler’ in: Oertel, R.,’ Die Frühzeit der italienischen Malerei, W.Kohlhammer Verlag, Stuttgart Berlin Köln Mainz 1966 85-123.
41. Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 230 e.v.
42. Cennino Cennini, ‘Het handboek van de kunstenaar Il Libro dell’’Arte,’ Contact, Amsterdam/Antwerpen 2001 (oorspronkelijke uitgave rond 1400) 32
43. Het verhaal over de Baroncelli-kapel met de fresco’’s van Taddeo Gaddi is gebaseerd op de volgende literatuur: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 234-235; Gardner, J., ’The decoration of the Baroncelli chapel in Santa Croce,’ Zeitschrift für Kunstgeschichte, 34 Band 1971, Deutsche Kunstverlag, München Berlin 89-114; Janson-La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975; Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982.
44. Gardner, J.,’ The decoration of the Baroncelli chapel in Santa Croce,’Zeitschrift für Kunstgeschichte, 34 Band 1971, Deutsche Kunstverlag, München Berlin 89 Janson-La Plame relativeren dit standpunt nogal sterk. Janson-La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975 186-187
45. De intocht in Jeruzalem is rond 1330 geschilderd in de onderste kerk in Assisi. Janson-La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975 207 e.v.
46. Geciteerd uit: La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975 212
47. Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton university Press, New Jersey, 1951 (herdruk 1978) 26; Janson-La Plame merkt op dat niet bekend was in de tijd dat Taddeo aan de Baroncelli kapel werkte dat de Franciscanen van de Santa Croce ook aanhangers waren van het dogma van de onbevlekte ontvangenis. La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975 229
48. Deze analyse is te vinden in: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 235
49. Zie hiervoor: Gardner, J.,’ The decoration of the Baroncelli chapel in Santa Croce,’Zeitschrift für Kunstgeschichte, 34 Band 1971 91 e.v. ; Deutsche Kunstverlag, München Berlin en Janson-La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975 246
50. Volgens Janson-La Palma is deze tekening niet van de hand van Taddeo Gaddi, maar van een kunstenaar die van het fresco een kopie gemaakt heeft. Meiss daarentegen schrijft de tekening wel toe aan Taddeo Gaddi. Janson-La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975 252 e.v.
51. Janson-La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975 262
52. Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 28-29; Andere schrijvers zoals Gardner of Janson-La Palme geven verklaringen waarbij een brief van de schilder aan de augustijner predikant Fra Simon Fidati da Casa als bewijs wordt gebruikt. Taddeo zou dan bepaalde opvattingen van deze monnik hebben weergegeven. Dit nu is onzin daar de brief helemaal niet van Taddeo Gaddi is. Zie hiervoor: Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 98-90
53. Het verhaal over de mattinata en het fresco is volledig gebaseerd op en na te lezen in: Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 28-29
54. Aldus Jacobus de Voragina; geciteerd en vertaald uit: Janson-La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975 291
55. Dit verhaal over de ster in de vorm van een Christuskind is volledig gebaseerd op en na te lezen in: Janson-La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975 317 e.v.
56. Dit verhaal over Jesse en David is volledig gebaseerd op en na te lezen in: Janson-La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975 337-345
57. Janson-La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975 340
58. Janson-La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975 345
59. Voor het altaarstuk is gebruik gemaakt van: Janson-La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975 403-412; Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 29, 31
60. De auteur Janson-La Palma heeft het altaarstuk ter plekke en in het laboratorium onder de loep genomen en geen voor Taddeo kenmerkende verfstreken kunnen ontdekken. Janson-La Palme, R.J.H., ‘Taddeo Gaddi’s Baroncelli chapel Studies in Design and context,’ Dissertation Faculty of Princeton University 1975 403
61. Gardner, J.,’ The decoration of the Baroncelli chapel in Santa Croce,’Zeitschrift für Kunstgeschichte, 34 Band 1971, Deutsche Kunstverlag, München Berlin 89 e.v.
62. Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 36 e.v.
63. Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 36-37
64. De volgende literatuur is gebruikt voor het werk van Taddeo Gaddi in de refter van de Santa Croce: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 235; Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 42-43; Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 66-73 en 171-185
65. Ladis en Borsook denken verschillend over de periode waarin Taddeo deze fresco’’s maakt. Ladis heeft het over ‘rond 1360’ en Borsook plaatst het eerder tussen 1335 en 1340. Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné, University of Missouri Press, Columbia 1982 66; Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 42
66. Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 66; Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 42
67. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 42
68. Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 67-68
69. Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 68
70. De inscripties zijn na te lezen in: Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné, University of Missouri Press, Columbia 1982 171-172
71. Een beschrijving van deze gebeurtenis in de refter van de Santa Croce en het commentaar van Enzo Ferroni, onder wiens leiding, de restauratie plaatsvond, is te lezen in: Shulman, K., ‘Anatomy of a restauration The Brancacci chapel,’ Walker and Company, New York 1990 129-139
72. Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 235-236; Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 38-42; Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 136-141qq
73. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 39
74. Deze vraag wordt door Eva Borsook gesteld in: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 40 en noot 48 41-42
75. Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 137
76. Borsook en Bergson schreven dit ten onrechte toe aan Gaddi. Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 136
77. Longhi geciteerd uit: Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 136
78. Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 137
79. Ladis, A., ‘Taddeo Gaddi Critical reappraisal and catalogue raissonné,’ University of Missouri Press, Columbia 1982 137
80. De volgende literatuur is voor dit verhaal gebruikt: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 237-239 en Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 61-69
81. Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 238; Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 65; Molho, A., ‘Masaccio’s Florence in Perspective: Crisis en Discipline in a medieval Society’ in: Ahl, D., C., (edited), ‘The Cambridge Companion to Masaccio,’ Cambridge University Press 2002 16-39 met name 21
82. Tegenwoordig wordt gedacht dat het niet in 1348 of later geschilderd is, maar zelfs enkele jaren ervoor. Dit is niet zo vreemd daar de epidemieën Toscane al vanaf 1340 teisterden. Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 301
83. Meiss behandelt in zijn boek alleen Siena en Florence. In hoofdstuk II onder de kopjes: ‘Economic and Social Consequences of the Plague en ‘The effect upon Culture and Art in: Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 67-73
84. De analyse is volledig gebaseerd op en terug te vinden in: Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 43
85. De analyse is volledig gebaseerd op en terug te vinden in: Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 27-31; dit verhaal is sterk ingekort en met andere woorden ook te lezen in: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 304
86. Voor de Spaanse kapel is gebruik gemaakt van de volgende literatuur: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 316-318; Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 48-54; Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 23, 33, 39, 79, 94 –104
87. De broer van Guidalotti betaalde 200 en Mico zelf 500. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 48-49
88. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press, vertaald door Luuk Huitink Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 48
89. Deze analyse is volledig gebaseerd op en te lezen in: Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 95
90. Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 95
91. Dit verhaal is te vinden in: Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 97 e.v.
92. Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 97
93. Meiss beschrijft in een voetnoot dat Johannes XXII had beslist dat de menselijke ziel alleen na het Laatste Oordeel God kon zien. Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 99 voetnoot 10
94. Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 99
95. Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 99 voetnoot 5
96. Alvredo Venturi schrijft dat de fresco’’s sterk beïnvloed zijn door een geschrift van Passavanti: Specchio di vera penitenzia. Vele schrijvers na hem nemen dit over. Dit nu is volgens Meiss onjuist. Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in he Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 101
97. De volgende literatuur is voor de Strozzi-kapel in het linkertransept gebruikt: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 302-303; Kempers, B., ‘Kunst macht en mecenaat Het beroep van schilder in sociale verhoudingen 1250-1600’, De Arbeiderspers, Amsterdam 1987 217-218; Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 9-14
98. Meiss, M., ‘Painting in Florence and Siena after the Black Death The Arts, Religion, and Society in the Mid-Fourteenth Century’, Princeton University Press, New Jersey 1951 (herdruk 1978) 9
99. Dit deel is gebaseerd op en na te lezen in: Kempers, B., ‘Kunst macht en mecenaat Het beroep van schilder in sociale verhoudingen 1250-1600’, De Arbeiderspers, Amsterdam 1987 217-218
100. Zie noot 5
101. Baxandell heeft een boek geschreven waarin de opvatting uit het quattrocento over ondermeer wat goede schilderkunst behoort te zijn uit de doeken wordt gedaan. Baxandell, M., ‘Schilderkunst en leefwereld in het Quattrocento. Een inleiding in de sociale geschiedenis van de picturale,’ Sun, Nijmegen 1987 (2e druk) 142
102. Alberti, L.B., ‘Over de schilderkunst,’ (vertaling Lex Hermans, Inleiding en annotaties Caroline van Eck en Robert Zwijnenberg) Boom, Amsterdam Meppel 1996 125
103. Geciteerd uit: Erftemeijer, A., ‘De aap van Rembrandt Kunstenaarsanekdotes van de klassieke oudheid tot heden’, Becht, Haarlem 2000 12
104. De volgende literatuur is gebruikt voor de Heilige Drie-eenheid van Masaccio: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 486-487; Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 58-63; Casazza, O., ‘Masaccio’, Scala Istituto Fotografico Editoriale, Antella (Firenze), 1990 70-73; Goffen, R., (edited) ‘Masaccio Trinity,’ Cambridge University Press 1998; Spike, J.T., ‘Masaccio, ’Abbeville Press Publishers, New York/London/Paris 1995 170-177, 204-206; Verdon, T., ‘Masaccio’s Trinity: Theological, Social, and Civic Meanings’ in: Cole, D., (edited), ‘The Cambridge Companion to Masaccio’, Cambridge University Press 2002 158-176; Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 15
105. Manetti, di, A., ‘The life of Brunelleschi’, Pennsylvania State University Press, University Park and London, 1970 (regels) 143, 149 en 167. Ook Vasari beschrijft dit in het Leven van Brunelleschi in: Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 159
106. Alberti spreekt over buitenstralen en tussenstralen van de zichtpiramide. Voor de bepaling van de grootte, en vooral van de verandering van de grootte, van een object in onze waarneming maken wij gebruik van de buitenstralen die gebruikt worden als een passer. ‘Dat kijken gebeurt door middel van een driehoek waarvan de basis de waargenomen omvang is en waarvan de benen precies de stralen zijn die vanaf de hoekpunten van de omvang het oog bereiken.’ Hoe groter de hoek van een dergelijke gelijkbenige driehoek is, des te groter is de basis, dat wil zeggen de omvang die wij zien. ‘Ik heb aangetoond dat bij wijziging van de afstand en positie van de middenstraal het oppervlak veranderd lijkt.’ Een schilderij aldus Alberti kan worden opgevat als een dwarsdoorsnede van een zichtpiramide, dat wil zeggen een doorsnede loodrecht op de middelstraal.’ Door een schilderij voor te stellen als een dwarsdoorsnede van de zichtpiramide geeft Alberti aan hoe in een schilderij de afbeeldingen moeten worden vastgelegd in hun juiste proportionele afmetingen, te berekenen volgens de euclidische theorie. Hiermee wordt ook de perspectiefmachine verklaard. Alberti beschrijft de meest simpele machine die Dürer in zijn, Unterwyssung der Messung, heeft afgebeeld. Het raam is in feite de dwarsdoorsnede van de zichtpiramide. Aldus de inleiding van C. A. van Eck en R. Zwijnenberg op Alberti’s Over de Schilderkunst in: Alberti, L.B., ‘Over de schilderkunst,’ (vertaling Lex Hermans, Inleiding en annotaties Caroline van Eck en Robert Zwijnenberg) Boom, Amsterdam Meppel 1996 22 e.v.
107. Dit wordt door meerdere schrijvers vermeld waaronder Goffen en Ornella Casazza in: Goffen, R., (edited), ‘Masaccio Trinity, Cambrige University Press 1998 20; Casazza, O., ‘Masaccio’, Scala Istituto Fotografico Editoriale, Antella (Firenze), 1990 70
108. Borsook baseert zich hier op een artikel van H.W. Janson, ‘Ground Plan and Elevation in Masaccio’s Trinity Fresco,’ Essay in the History of art Presented to Rudolf Wittkower (London, 1967) 88. Dit deel van het verhaal is volledig gebaseerd op en na te lezen in: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 59
109. Deze analyse is volledig gebaseerd op en na te lezen in: ‘Introduction: Masaccio’s Trinity and the Early Renaissance in: Goffen, R., (edited) ‘Masaccio Trinity,’ Cambrige University Press 1998 20 e.v.
110. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 59
111. Dit verhaal is volledig gebaseerd op Timothy Verdon en uitgebreider na te lezen in: Verdon, T.,’ Masaccio’s Trinity: theological, social, and civic meanings,’ in: Ahl, D.C., (edited) The Cambridge Companion to Masaccio, Canbridge University Press 2002 158-176
112. Verdon, T.,’ Masaccio’s Trinity: theological, social, and civic meanings,’ in: Ahl, D.C., (edited) The Cambridge Companion to Masaccio, Cambridge University Press 2002 174-175
113. Verdon, T.,’ Masaccio’s Trinity: theological, social, and civic meanings,’ in: Ahl, D.C., (edited) The Cambridge Companion to Masaccio,’ Cambridge University Press 2002 Verdon baseert zich op een bron uit de 16e eeuw waarin sprake is van een altaar 159 noot 7 (259)
114. Verdon, T.,’ Masaccio’s Trinity: theological, social, and civic meanings,’ in: Ahl, D.C., (edited) The Cambridge Companion to Masaccio,’ Canbridge University Press 2002 163
115. Verdon, T., ’Masaccio’s Trinity: theological, social, and civic meanings,’ in: Ahl, D.C., (edited) ‘The Cambridge Companion to Masaccio,’ Canmbridge University Press 2002 164
116. Hier wordt in de literatuur verschillend over gedacht. Polzer gaat uit van het gebruik van kartons en Janson van het overbrengen van een modello op grote schaal door het gebruik van een raster. Uit: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 59-60 en noot 44 62
117. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 59
118. Het verhaal over de fresco’’s van Uccello in het Chiostro is grotendeels op de monografie van de gebroeders Borsi gebaseerd. Verder is gebruik gemaakt van: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 655-656; Borsi.,F., en S., ‘Paolo Uccello, Harry N. Abrams, nc., Publishers, New York 1994 178-187, 323-325; Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 71-74; Paolucci, A., ‘Paolo Uccello, Domenico Veneziano Andrea del Castagno, Scala, Istituto Fotografico Editoriale, S.p.A., Antella (Florence), 1991 13-14; Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 124-131
119. Deze datering, die gebaseerd is op stilistische gronden, is onder meer te vinden bij: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York printed 1994) volume I 655 en Borsook, E.,‘ The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 71.
120. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 71.
121. Franco en Stefano Borsi besteden uitgebreid aandacht aan de datering en sommen nogal wat kunsthistorici op die met verschillende jaren komen waaronder Pope-Hennessy die 1450-1455 noemt. Over de datering mag dan verschillend gedacht worden dit geldt niet voor de toeschrijving aan Uccello. Borsi., F., en S., ‘Paolo Uccello, Harry N. Abrams, Inc., Publishers, New York 1994 323-325
122. Het is de kusthistoricus Pope-Hennessy die hierop wijst en wordt aangehaald door Borsook. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 71.
123. Borsi., F., en S., ‘Paolo Uccello, Harry N. Abrams, Inc., Publishers, New York 1994 182
124. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 71.
125. Voor de techniek en de conditie van de fresco’’s zie Borsi en Borsook. Borsi., F., en S., ‘Paolo Uccello, Harry N. Abrams, Inc., Publishers, New York 1994 323; Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 72-73
126. Voor de Strozzi kapel en de fresco’’s van Filippino is gebruik gemaakt van de volgende literatuur en dan in het bijzonder van Eve Borsook: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 122-127 en Paoletti, J.T., en Radke, ‘G.M.,Art in Renaissance Italy,’ Laurence King Publishing, London 2005 (third edition) 277-278
127. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 122
128. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 122
129. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 122
130. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 123
131. Aldus Gino Corti geciteerd door Borsook. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) voetnoot 23 123
132. Borsook gebruikt hiervoor een studie van David Friedman uit 1970. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) voetnoot 29 123-124
133. Borsook haalt hiervoor een studie van Sale uit 1976 aan. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) voetnoot 32 124
134. Aldus Vasari. Vertaald en geciteerd uit: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 124
135. Dit deel van het verhaal over de gebruikte techniek en het materiaal is volledig gebaseerd op Borsook. Borsook, E., ‘The muralpainters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 124-126
136. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 126
137. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 126
138. Het verhaal over Ghirlandaio en de Tornabuoni-kapel is gebaseerd op: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York printed 1994) volume II 848-870; Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000; Micheletti, E., ‘Domenico Ghirlandaio,’ Scala, Florence 1990 38-61; Quermann, A., ‘Ghirlandaio’, Könnemann, Köln 1998 67-81; Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 249-254
139. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 249-250
140. Voor het contract zie: Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 350-351; een Engelse vertaling is te vinden in: Chambers, D.S., Patrons and Artists in the Italian Renaissance’, Columbia, SC, 1971 173-175
141. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000; Micheletti, E., ‘Domenico Ghirlandaio,’ Scala, Florence 1990 68
142. Quermann, A., ‘Ghirlandaio’, Könnemann, Köln 1998 67-68
143. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/New Haven, London 2000 68
144. Dit verhaal is volledig gebaseerd op en uitgebreider na te lezen in: Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan, Yale University Press/ New Haven, London 2000 78-79
145. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 78-79
146. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/New Haven, London 2000 123-14; Vasari identificeerde de vier figuren rechts als: ‘[……] degene die oud en gladgeschoren is en een rode kap draagt – Alesso Baldovinetti, Domenico’’s leermeester in de schilder –en mozaiek-kunst; de tweede, blootshoofds, met een hand in de zij en gehuld in een rode mantel waaronder een blauw kort gewaad, is Domenico zelf, de meester van dit werk, die hier met behulp van een spiegel zijn zelfportret heeft gemaakt; en hij met die lange zwarte manen en dikke lippen is Bastiano da San Gimignano, zijn leerling en zwager; en de volgende, die een mutsje draagt en ons de rug toewendt, is de schilder David Ghirlandaio, zijn broer [……]’ Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 251
147. Dit verhaal is volledig gebaseerd op en uitgebreider na te lezen in: Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan, Yale University Press/ New Haven, London 2000 74-79
148. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione, Contact, Amsterdam, deel I 246
149. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged)
150. Het verhaal over de presentatie van Maria en haar huwelijk is grotendeels gebaseerd op: Micheletti, E., ‘Domenico Ghirlandaio, Scala, Florence 1990 46-47; Quermann, A., ‘Ghirlandaio’, Könnemann, Köln 1998 76-81; Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 252
151. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 252
152. Micheletti, E., ‘Domenico Ghirlandaio,’ Scala, Florence 1990 40
153. Micheletti, E., ‘Domenico Ghirlandaio,’ Scala, Florence 1990 48
154. Quermann, A., ‘Ghirlandaio’, Könnemann, Köln 1998 96
155. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/New Haven, London 2000 67, 350-351
156. In de monografie over Ghirlandaio besteedt Cadogon uitgebreid aandacht aan de tekenwijze van de kunstenaar: Cadogan, J.K., Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/New Haven, London 2000 103-152
157. Quermann, A., ‘Ghirlandaio’, Könnemann, Köln 1998 102
158. Zo schrijft Vasari het volgende: ‘In het tafereel waar Petrus aan het dopen is, valt vooral een naakt te waarderen dat tussen de andere dopelingen staat te rillen en te huiveren van de kou, dat heel mooi met diepte en in een gracieuze stijl is uitgevoerd. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 154
159. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/New Haven, London 2000 82
160. Het verhaal over de Brancacci-kapel is gebaseerd op de volgende literatuur: Cole Ahle, D., ‘Massaccio in the Brancacci’ in: Cole Ahl, D., (edited) ‘The Cambridge Companian to Masaccio,’ Cambridge Uniniversity Press 2002 138-157; Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’ Abbeville Press, New york printed 1994 Volume I 485-492; Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 63-67; Casazza, O., Masaccio, Scala Istuto Fotografico Editoriale, Antella firenze 1990 7-59; Spike, J.T., ‘Masaccio’, Abbeville Press Publishers, New York/London/Paris 1995; Shulman, K.O., ‘Anatomie of a Restoration The Brancacci Chapel’, Walker and Compagny, New york 1991; Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione, Contact, Amsterdam, deel I 149-156; Voragine, J., De hand van God De mooiste heiligenlevens uit de Legenda Aurea, (vertaling Vincent Hunink en Mark Nieuwenhuis) Athenaeum-Polak&van Gennep, Amsterdam 2006 De heilige Apostel Petrus 111-126
161. Cole Ahl, D., ‘Masaccio in the Brancacci Chapel,’ in: Ahl, D.C., (edited) ‘The Cambridge Companion to Masaccio, Cambridge University Press 2002 144
162. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 63
163. Cole Ahl, D., ‘Masaccio in the Brancacci Chapel,’ in: Ahl, D.C., (edited) ‘The Cambridge Companion to Masaccio, Cambridge University Press 2002 141
164. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 63
165. Casazza, O., ‘Masaccio’, Scala Istituto Fotografico Editoriale, Antella (Firenze), 1990 14
166. Aldus Spike. Zekerheid over het tijdstip dat de Madonna del Popolo in de Brancacci kapel geplaatst is, is er niet. Ahl schrijft dat het altaarstuk mogelijk al in 1406 als de oorlogsbuit die op Pisa was buitgemaakt voor het altaarstuk werd opgesteld. In 1454 was er een broederschap opgericht van vrome vrouwen om voor het altaarstuk en de kapel te zorgen. Spike, J.T., ‘Masaccio, Abbeville Press Publishers, New York/London/ Paris 1995 189; Ahl, D.C., ‘Masaccio in the Brancacci Chapel,’ in: Cole Ahl, D., (edited) ‘The Cambridge Companion to Masaccio,’ Cambridge University Press 2002 141
167. Voor een aardig overzicht over de restauratie die officieel in 1981 begon zie: Shulman, K., ‘Anatomy of a restoration,’ Walker and Company, New York 1991. Ornella Casazza, de auteur van het door mij gebruikte boek, (zie noot 160) was ook betrokken bij de restauratie. Voor het verwijderen van het altaar zie Shulman 71-84
168. Een goed artikel in dit verband is te vinden in ‘The Cambridge Companion to Masaccio’: Roberts, P.L.,’ Collaboration in Early Renaissance Art: The Case of Masaccio and Masolino’ in: Cole Ahl, D., ‘Masaccio in the Brancacci Chapel,’ in: Ahl, D.C., (edited) The Cambridge Companion to Masaccio,’ Cambridge University Press 2002 87-104
169. Lindberg ontdekte in 1931 dat de schilders in dit altaarstuk hebben samengewerkt. Zie: Spike, J.T., ‘Masaccio,’ Abbeville Press Publishers, New York/London/ Paris 1995 90-91 en Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, deel I 151
170. Cole Ahl, D., ‘Masaccio in the Brancacci Chapel,’ in: Cole Ahl, D.C., (edited) ‘The Cambridge Companion to Masaccio, Cambridge University Press 2002 145
171. Cole Ahl, D., ‘Masaccio in the Brancacci Chapel,’ in: Cole Ahl, D.C., (edited) ‘The Cambridge Companion to Masaccio, Cambridge University Press 2002 152-153
172. In de door mij gebruikte literatuur zijn de meningen hierover wel verdeeld. Zo is Baldini, onder wiens leiding de grote restauratie plaats vond, er van overtuigd dat de Preek van Petrus geheel van de hand van Masolino is en de Doop aan de andere kant van het raam volledig door Masccio is gedaan. Auteurs als Cole Ahl en Spike, zijn er van overtuigd dat wel degelijk vier handen zoals in de tekst beschreven het schilderwerk hebben uitgevoerd. Baldini Geciteerd uit: Casazza, O., ‘Masaccio’, Scala Istituto Fotografico Editoriale, Antella (Firenze), 1990 33; Cole Ahl, D., ‘Masaccio in the Brancacci Chapel,’ in: Cole Ahl, D., (edited) ‘The Cambridge Companion to Masaccio,’ Cambridge University Press 2002 153; Spike haalt voor zijn standpunt Bellosi en Berti aan in: Spike, J.T., ‘Masaccio,’ Abbeville Press Publishers, New York/London/ Paris 1995 112, 114
173. In de literatuur wordt dit gegeven vaak niet vermeld. Volgens Cole Ahl was er sprake van ‘obligation to honor the apostle Peter because he was the patron saint of Felice’s ancestor, Piero di Piuvichese, who had founded the family funerary chapel in 1367. Cole Ahl, D., ‘Masaccio in the Brancacci Chapel,’ in: Ahl, D.C., (edited) ‘The Cambridge Companion to Masaccio, Cambridge University Press 2002 145-146
174. Het is Astrid Debold-von Kritter geweest die in 1975 de link tussen Adam en Eva en Petrus heeft verklaard; Debold-von Kritter, Studien zum Petruszyklus in der Brancacci-kapelle (Berlin, 1975), pp. 153-7 geciteerd uit: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 64 en 66 (voetnoot 19)
175. Pope-Hennesy, J., Donatello’s Relief of the Ascention (London, 1949) verder worden nog verschillend auteurs genoemd zoals H.W. Janson, Meller, Meiss en Debold-von Kritter, aangehaald uit: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 64 en 66-67 (voetnoot 30)
176. Casazza, O., ‘Masaccio’, Scala Istituto Fotografico Editoriale, Antella (Firenze), 1990 19
177. Borsook twijfelt al sterk aan de opvatting dat de cijnspenning een commentaar is op de catasto en Cole Ahl verwerpt het waarbij zij aantoont dat de cijnspenning helemaal geen uniek onderwerp is en om die reden dus niet geïnterpreteerd kan worden als een commentaar op de ingevoerde belasting in 1427: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 64; Cole Ahl, D.C., ‘Masaccio in the Brancacci Chapel,’ in: Cole Ahl, D., (edited) ‘The Cambridge Companion to Masaccio,’ Cambridge University Press 2002 146
178. Aldus Ladis, A., The Brancacci chapel (Florence and New York: 1933), pp. 42-45; uit: Spike, J.T., ‘Masaccio,’ Abbeville Press Publishers, New York/London/ Paris 1995 106, 110
179. Aldus Robert Oertel, Die Früh des Masaccio,’ Marburger Jahrbuch für Kunstwissenschaft, vii (1933), 234 e.v.; Geciteerd uit: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 65, 67
180. Voragine, J. da., Legenda Aurea. Legendatio delle Vite de Santi. Trans. G. Ryan and H.Ripperger (New York: 1969), pp. 168-171
181. De bron waarop de door mij gebruikte schrijvers zich baseren is: Peter Meller. Hij heeft enkele portretten kunnen achterhalen. Meller, P., ‘La Cappella Brancacci. Probelimi ritrattistici e iconografici,’ in ‘Acropoli’. III, 1961. pp. 186 e.v. en IV, pp. 273 e.v. Zie verder: Spike, J.T., ‘Masaccio,’ Abbeville Press Publishers, New York/London/ Paris 1995 128; Casazza, O., ‘Masaccio’, Scala Istituto Fotografico Editoriale, Antella (Firenze), 1990 46; aldus Brockhaus. Brockhaus, H., ‘Die Brancacci Kappelle in Florenz, ’Mitt. Flor., III (1919-1929), 160-82 uit: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 63, 66; Spike, J.T., ‘Masaccio,’ Abbeville Press Publishers, New York/London/Paris 1995 189
182. Alberti, L.B., ‘Over de schilderkunst,’ (vertaling Lex Hermans, Inleiding en annotaties Caroline van Eck en Robert Zwijnenberg) Boom, Amsterdam Meppel 1996 9, 61
183. Zie Peter Miller voetnoot 181 en verder Borsook en Spike: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 64; Spike, J.T., ‘Masaccio,’ Abbeville Press Publishers, New York/London/ Paris 1995 195
184. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 154
185. Spike, J.T., ‘Masaccio,’ Abbeville Press Publishers, New York/London/ Paris 1995 195
186. Spike, J.T., ‘Masaccio,’ Abbeville Press Publishers, New York/London/ Paris 1995 52-53, 195-196
187. Voor een verdere en verfijndere argumentatie zie: Spike, J.T., ‘Masaccio,’ Abbeville Press Publishers, New York/London/ Paris 1995 195-196
188. Volgens Baldini is dit niet het geval. Masolino zou alles geschilderd hebben. Volgens Roberts is dit wel het geval. Hij baseert zich weer op: Luciano Berti, Rossella Foggi, Pope-Hennessy, J., en Christianen. Baldini in: Casazza, O., ‘Masaccio’, Scala Istituto Fotografico Editoriale, Antella (Firenze), 1990 33 en Roberts in: Roberts, P.L., ’Collaboration in Early Renaissance Art: The Case of Masaccio and Masolino’ in: Cole Ahl, D., ‘Masaccio in the Brancacci Chapel,’ in: Cole Ahl, D., (edited) ‘The Cambridge Companion to Masaccio,’ Cambridge University Press 2002 101, 240 (voetnoot 98)
189. Aldus Spike: Spike, J.T., ‘Masaccio,’ Abbeville Press Publishers, New York/London/Paris 1995 139
190. Casazza, O., ‘Masaccio’, Scala Istituto Fotografico Editoriale, Antella (Firenze), 1990 52
191. Aldus Berti (1988) aangehaald in: Casazza, O., ‘Masaccio’, Scala Istituto Fotografico Editoriale, Antella (Firenze), 1990 51
192. Aldus Spike: Spike, J.T., ‘Masaccio,’ Abbeville Press Publishers, New York/London/ Paris 1995 139
193. Casazza, O., ‘Masaccio’, Scala Istituto Fotografico Editoriale, Antella (Firenze), 1990 51
194. Longhi was de eerste (1940) die met de these kwam dat de achtergrond door Masaccio geschilderd is. Deze stelling werd algemeen geaccepteerd. Sinds de restauratie is volgens Baldini duidelijk dat dit werk volledig van de hand van Masolino is. Volgens de Kunsthistoricus, Spike, is (1995) de achtergrond wel degelijk van Masaccio, waarbij de nodige argumenten worden aangevoerd. Casazza, O., ‘Masaccio’, Scala Istituto Fotografico Editoriale, Antella (Firenze), 1990 37; Spike, J.T., ‘Masaccio, Abbeville Press Publishers, New York/London/ Paris 1995 122, 195-196
195. Aldus Robert Longhi: Longhi, R., Opere, p. 19. Aangehaald uit: Spike, J.T., ‘Masaccio,’ Abbeville Press Publishers, New York/London/ Paris 1995 122
196. Francis Ames-Lewis beschrijft dit aan de hand van twee vergelijkbare voorbeelden van Filippino Lippi het altaarstuk van Magrini en een tekening van de staande figuren (Chatworth, Devonshire Collection, 886B). Ames-Lewis, F., ‘Masaccio’s Legacy,’ in: Ahl, D.C., (edited) ‘The Cambridge Companion to Masaccio,’ Cambridge University Press 2002 211-212
197. Voragine J, de., ‘De hand van God De mooiste heiligenlevens uit de Legenda Aurea,’ (vertaling Vincent Hunink en Mark Nieuwhuis) Athenaeum-Polak&van Gennep, Amsterdam 2006 De heilige Apostel Petrus 118
198. Casazza, O., ‘Masaccio’, Scala Istituto Fotografico Editoriale, Antella (Firenze), 1990 54, 59
199. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 149
200. In de Italiaanse versie van De Pictura uit 1436 schrijft Alberti: ‘Maar toen ik uit de langdurige ballingschap waarin wij Alberti oud zijn geworden, hier in onze boven alle andere eerwaardige vaderstad [Florence] was teruggekeerd, begreep ik dat velen, maar vooral jij, Filippo, en onze boezemvriend Donatello, en anderen zoals Nencio, Luca en Masaccio, voor ieder lovenswaardige zaak een talent hebben dat niet onderdoet voor dat van degenen die in de oudheid in deze kunsten beroemd zijn geweest.’ Alberti, L.B., ‘Over de schilderkunst,’ (vertaling Lex Hermans, Inleiding en annotaties Caroline van Eck en Robert Zwijnenberg) Boom, Amsterdam Meppel 1996 61
201. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 154-155
202. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione, Contact, Amsterdam, 1990 deel I 155
203. Het verhaal over het Laatste Avondmaal in de Sant’’Apollonia is gebaseerd op: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 87-90; Hayum, A., A renaissance Audience Considered: The Nuns at S. Apollonia and Castagno’s Last Supper,’The Art Bulletin; vol 88 (2006), afl. 2 (0106) 243, 24p20060601; Horster, M., ‘Andrea del Castagno,’ Phaidon, Oxford 1980; Paollieri. A.,‘ Paolo Uccelleo Domenice Veneziano Andrea del Castagno,’ Scala Istituto Fotografico Editoriale, Antella (Firenze) 1991 56-78; Vasari, G., ‘The Lives of the Artists,’ (translation Julia Conaway Bondanella and Peter Bondanella) Oxford Press, Oxford New York 1991 ‘Andrea del Castagno and Domenico Veneziano’ 201-209
204. Horster, M., ‘Andrea del Castagno,’ Phaidon, Oxford 1980 13
205. Vasari, G., ‘ The Lives of the Artists,’ (translation Julia Conaway Bondanella and Peter Bondanella) Oxford Press, Oxford New York 1991 Andrea del Castagno and Domenico Veneziano 201
206. Vasari, G., ‘ The Lives of the Artists,’ (translation Julia Conaway Bondanella and Peter Bondanella) Oxford Press, Oxford New York 1991 Andrea del Castagno and Domenico Veneziano 205
207. In 1862 ontdekt Milanesi dat dit niet klopte. Domenico leefde langer dan zijn vriend Castagno. Waarschijnlijk verwarde Vasari Castagno met de schilder Domenico di Matteo die aan een schedelbreuk stierf, maar niet zeker is of Castagno dit heeft gedaan. Horster, M., ‘Andrea del Castagno,’ Phaidon, Oxford 1980 14
208. Hayum, A., ‘A renaissance Audience Considered: The Nuns at S. Apollonia and Castagno’s Last Supper,’The Art Bulletin; vol 88 (2006), afl. 2 (0106) 243, 24p20060601 249
209. Hayum, A., ‘A renaissance Audience Considered: The Nuns at S. Apollonia and Castagno’s Last Supper,’The Art Bulletin; vol 88 (2006), afl. 2 (0106) 243, 24p20060601 246
210. Hayum, A., ‘A renaissance Audience Considered: The Nuns at S. Apollonia and Castagno’s Last Supper,’The Art Bulletin; vol 88 (2006), afl. 2 (0106) 243, 24p20060601 252
211. Deze analyse is volledig gebaseerd op en uitgebreider na te lezen in: Horster, M.,‘ Andrea del Castagno,’ Phaidon, Oxford 1980 25-26
212. De teksten over Fra Angelico en de San Marco zijn hoofdzakelijk gebaseerd op de monografie die William Hood over deze schilder en het klooster schreef. Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., The Art of Florence, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 616-654; Bartz, G., Fra Angelico, Könemann, Köln 1998; Hood, W., Fra Angelico at San Marco, Yale Uninversity Press, New Haven and London 1993; Jacobus de Voragine, De hand van God De mooiste heiligenlevens uit de Legenda Aurea, (vertaling van Vincent Hunink en Mark Nieuwenhuis) Athenaeum-Polak&van Gennep, Amsterdam 2006 Sint-Dominicus; Sint-Cosmas en Sint-Damianus 165-186 en 215-218; Morachiello, P., Fra Angelico The San Marco Frecoes, Thames and Hudson, New York 1996; Pope-Hennessy, J., Angelico, Scala Firenze 1981 (de oorspronkelijke tekst komt uit 1974); Vasari, G., De lvens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione, Contact, Amsterdam 1990 deel I 21-221
213. Een onderdeel van de Summa historial is de Chronicon. In dit deel beschrijft Antonino de zogeheten modo orandi of manieren van bidden. Hier (wel even scrollen) ook te vinden bij de Engelse Wikipedia met afbeeldingen. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 26
214. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 97
215. Bartz gaat hier dieper op in. Bartz, G., ‘Fra Angelico’, Könemann, Köln 1998 46
216. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 212 e.v.; de verhalen over Cosmas en Domianus zijn sinds 2006 ook in het Nederlands te lezen en wel in Jacobus de Voragine, ‘De hand van God De mooiste heiligenlevens uit de Legenda Aurea,’ (vertaling van Vincent Hunink en Mark Nieuwenhuis) Atheneum-Polak&Van Gennep, Amsterdam 2006 Sint-Cosmas en Sint-Damianus 215-218
217. Dit verhaal is volledig gebaseerd op en uitgebreider na te lezen in Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco, Yale University Press, New haven and London 1993 114 e.v.
218. Dit verhaal is volledig gebaseerd op en uitgebreider na te lezen in Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 110-113
219. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 107-108
220. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 69-70
221. Dit verhaal is volledig gebaseerd op en uitgebreider na te lezen in Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 147-158
222. Dit verhaal is volledig gebaseerd op en uitgebreider na te lezen in Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 158-165
223.. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 158-159
224. Dit verhaal is volledig gebaseerd op en uitgebreider na te lezen in Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 167-169; 180-193
225. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 188 e.v.
226. Dit verhaal is volledig gebaseerd op en uitgebreider na te lezen in Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 195-207
227. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 199
228. Fra Antonino schrijven over kunst en in het bijzonder zijn levendige beschrijvingen van de Aankondigingen hebben sommige kunsthistorici er toe verleid om de ideeën van de fresco’’s aan hem toe te schrijven. Hoewel dit niet uit te sluiten is, volgens Hood, is hier geen greintje bewijs voor te vinden. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 26
229. Dit verhaal is volledig gebaseerd op en uitgebreider na te lezen in Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 209-236
230. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 210
231. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I Fra Angelico 215
232. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 224
233. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 216 e.v.
234. Wel zijn de ramen in de zuidzijde groter gemaakt. Dit verhaal is volledig gebaseerd op en uitgebreider na te lezen in Hood, W., Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 239-253
235. Dit verhaal is volledig gebaseerd op en uitgebreider na te lezen in Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco, Yale University Press, New Haven and London 1993 246-253
236. Dit verhaal is volledig gebaseerd op en uitgebreider na te lezen in Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 260-272
237. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 255 voetnoot 1
238. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 256
239. Waarschijnlijk heeft Dominicus deze woorden nooit uitgesproken, maar werden ze door ene Constantine van Orvieto aan Dominicus toegedicht. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 258-260
240. Dit verhaal is volledig gebaseerd op en uitgebreider na te lezen in Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 260-272
241. Er zijn volgens Baxandel vijf houdingen van Maria als zij de boodschap hoort: 1. ontsteltenis Filippo Lippi, Florence, San Lorenzo. Paneel; 2. overdenking Meester van de Barberini-panelen ofwel Fra Carnevale Washington, National Gallery of Art, Kress-collectie. Paneel; 3. Vraagstelling Alesso Baldovinetti Florence, Uffizi. Paneel; 4 onderwerping Fra Angelico Florence San Marco; 5. overpeinzing Botticelli Annunciatie Florence Ufizzi. Angelico schildert haar in de onderwerping. En zij boog haar hoofd en sprak: Zie de dienstmaagd des Heren. Baxandell, M., ‘Schilderkunst en leefwereld in het Quattrocento Een inleiding in de sociale geschiedenis van de picturale stijl’, Sun, Nijmegen 1987 (2e druk) 63
242. Vasari interviewde in 1550 een lekenbroeder genaamd Fra Eustachio. Hierop baseerde Vasari zich. Eustachio, vermaard om zijn geheugen, gaf een aantal anekdotes. Zo leerde Vasari ook over de fresco’’s die uit het N.T. kwamen. De fresco’’s zijn pas toegankelijk geworden voor het publiek op het einde van de 19e eeuw. Hood, W., ‘Fra Angelico at San Marco’, Yale University Press, New Haven and London 1993 275
243. Hij stierf niet op achtenzesjarige leeftijd, in 1455, maar met zestig. Vasari noemt 1387 als geboortejaar. Pas in 1955 is ontdekt dat Angelico in 1395 is geboren. Het grafopschrift van Angelico in de Santa Maria sopra Minerva klopt dus niet.
244. Voor het verhaal over de kapel van de Medici is gebruik gemaakt van de volgende literatuur: Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994; Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 694-695; Cole Ahl, D., Benozzo Gozzoli, New Haven and London 1996 81-119 en 292-300; Holmes, M., ‘Fra Filippo Lippi The Carmelite Painter, Yale University Press, New Haven&London 1999 176-182; Optiz, M., Benezzo Gozzoli 1420-1497,’ Könemann, Köln 1998 44-59; Roettgen, S., ‘Palazzo Medici-Riccardi Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli, in: Roettgen, S., ‘Italian Gozzoli’s Procession of the Magi Fresco Cycle in the Palazzo Medici, 1459: A new Interpretation in WJGR Vol. 12 (1) 2005; Na het schrijven van het stuk over de kapel is er nog een Kunstschrift uitgekomen dat grotendeels gewijd is aan Benozzo Gozzoli. Zeer de moeite waard en met ondermeer artikelen van Arjan De Koomen, ‘De kunst van een jong, pronkzuchtig en paraderend tijdperk’ 26-35, van Andrea Muller-Schirmer, ‘Staalkaart van een een peperduur product’, 36-43 en een overzicht met literatuur 47,Kunstschrift 54ste jaargang, nr 4 augustus/september 2010
245. Deze interpretatie is te lezen bij Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence, Abbeville Press, New Yrok 1988 (reprinted 1994) volume I 695
246. Alle door mij gebruikte schrijvers, op bovenstaande schrijver na, verwerpen de oude interpretatie. Zie onder meer: Acidini Luchinat, C. (edited),‘ The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 43
247. Het verhaal over de ligging van de kapel is geheel gebaseerd op: Roettgen, S., ‘Palazzo Medici-Riccardi Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli, in: Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Early Renaissance 1400-1470,’ Abbeville Press Publishers, New York/London 1966 326
248. Roettgen, S., ‘Palazzo Medici-Riccardi Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli, in: Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Early Renaissance 1400-1470,’ Abbeville Press Publishers, New York/London 1966 326-327
249. Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 10
250. Zie bovenstaande voetnoot
251. Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 14
252. Volgens Luchinat maakt onderzoek naar de vloer dit aannemelijk. Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 14
253. In de literatuur is het Acidini Luchinat als eerste geweest die op het essentiële belang van het Lam Gods gewezen heeft. Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 11-12; Roettgen, S., ‘Palzzo Medici-Riccardi Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli, in: Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Early Renaissance 1400-1470,’ Abbeville Press Publishers, New York/London 1966 334
254. Deze identificatie is nogal omstreden. Zo heeft Luchinat deze figuur niet kunnen identificeren en schrijft Morhart in een artikel uit 2005 dat Cole zich vergist. Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 457 en Morhart, A., ‘Re-Examinig Benozzo Gozzoli’s Procession of the Magi Fresco Cycle in the Palazzo Medici, 1459: A new interpretation in WJGR Vol. 12 (1) 2005 75-76
255. Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 40
256. Het is met name Acidini Luchinat geweest die de vele personen achter de portretten heeft achterhaald. Gombrich heeft in 1966 het portret van Cosimo achterhaald. Voor een handig schema van de portretten genummerd met de namen zie Roetggen. Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 hoofdstuk: The Medici and Citizens in The Procession of the Magi: A portrait of a Society 363-370; Roettgen, S., ‘Palazzo Medici-Riccardi Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli, in: Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Early Renaissance 1400-1470,’ Abbeville Press Publishers, New York/London 1966 457
257. Acidini Luchinat hanteert de volgorde die in de Legenda Aurea genoemd wordt, maar Marion Opitz en Steffi Roettgen is de jonge koning, Balthasar, de middelste Melchior en de oudste Caspar.
258. Acidini Luchinat, C. (edited),‘ The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 41
259. Deze analyse is gebaseerd op: Optiz, M., ‘Benezzo Gozzoli 1420-1497,’ Könemann, Köln 1998
260. Er zijn drie brieven van Benozzo Gozzoli aan Piero de Medici bewaard gebleven en één van Roberto Martelli aan Piero over de kapel. Te lezen in de Engelse vertaling bij: Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 361-362
261. In een brief gedateerd 25 september 1459; Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 362
262. Luchinat heeft een stuk over de restauratie geschreven onder de titel: ‘The Restauration of the Pictoral Cycle’ in: Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 371-381; Cole Ahl, D., Benozzo Gozzoli, New Haven and London 1996 110
263. Cole Ahl, D., Benozzo Gozzoli, New Haven and London 1996 111-112
264. Cole Ahl, D., Benozzo Gozzoli, New Haven and London 1996 111-112
265. Optiz, M., ‘Benezzo Gozzoli 1420-1497,’ Könemann, Köln 1998 56
266. Roettgen, S.,‘ Italian frescoes The Early Renaissance 1400-1470,’ Abbeville Press Publishers, New York/London 1966 331
267. Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Early Renaissance 1400-1470,’ Abbeville Press Publishers, New York/London 1966 332
268. Cole Ahl, D., Benozzo Gozzoli, New Haven and London 1996 97-98; volgens Roettgers is het mogelijk dat de hand en de vijf vingers duiden op de 500 florijnen, die hij betaald kreeg voor de schilderwerk: Roettgen, S.,‘ Italian frescoes The Early Renaissance 1400-1470,’ Abbeville Press Publishers, New York/London 1966 328
269. Het verhaal over het koor is voor het overgrote deel gebaseerd op Luchinat. Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 264
270. Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 265
271. Aldus Benozzo Gozzoli in een brief van 10 juli 1459 aan Piero de Cosimo. Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 361
272. Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 265
273. Beatrice Paolozzo Strozzi in: Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 29
274. Beatrice Paolozzo Strozzi in: Acidini Luchinat, C. (edited), ‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 29
275. Holmes, M., ‘Fra Filippo Lippi The Carmelite Painter, Yale University Press, New Haven&London 1999 176
276. Beatrice Paolozzo Strozzi in: Acidini Luchinat, C. (edited),‘The Chapel of the Magi Benozzo Gozzoli’s frescoes in the palazzo Medici-Riccardi Florence, Thames and Hudson Ltd, London and Thames and Hudson, Inc., 500 fifth Avenue New York 1994 30-31
277. Het verhaal over de twee fresco’’s met Hawkwood en Tolentino van Uccello en Castagno is gebaseerd op de volgende literatuur: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume I 700-701; Borsi F. en S., Paolo Uccello, Harry Abrams, New York 1994 152-153 ,169- 171, 204- 206, 302-305; Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press, Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 74-79; Horster, H., ‘Andrea del Castagno Complete edition with a critical catalogue’, Phaidon Press Limited, Oxford 1980 36-37;182-183; Paolieri, A., ‘Paolo Uccello Domenico Veneziano Andrea del Castagno’, Scala Antella (Florence) 1991 21-22, 24- 25, 78; Pope-Hennessy, J., ‘The complete work of Paolo Uccello, Phaidon Press, London 1950; Richter, G.M., Andrea dal Castagno, University of Chicago Press, Chicago Illinois 1943 21-22; Spencer, J.R.; ‘Andrea del Castagno and his patrons’, Duke University Press, Durham, London 1991 25-31 en 155-156; Wikipedia (Engels)
278. Zie Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press, Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 76 of Spencer, J.R., ‘Andrea del Castagno and his patrons’, Duke University Press, Durham, London 1991 28
279. Borsi F. en S.,’ Paolo Uccello’, Harry Abrams, New York 1994 302
280. Borsi F. en S.,’ Paolo Uccello’, Harry Abrams, New York 1994 302
281. De twee kunstenaars worden in een document uit 1395 genoemd. Pope-Hennessy, ‘J., The complete work of Paolo Uccello, Phaidon Press, London 1950 142
282. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press, Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 79 (voetnoot 47), 76; bij de Engelse Wikipedia (scroll naar inscription).
283. De vraag waarom Uccello zijn fresco opnieuw moest schilderen is niet meer te achterhalen. Wel is duidelijk dat de extra kosten werden betaald door de opdrachtgever en niet door de kunstenaar. Mogelijk is er iets misgegaan in de organisatie of de planning aldus Franco en Stefano Borsi. Volgens John-Pope-Hennessy was de oorzaak waarschijnlijk een technische fout in de voorbereiding van de ondergrond voor het fresco is het en niet zoals vaak wordt beweerd dat men ontevreden was over de voorstudie. Bij de Engelse Wikipedia onder, modifications, is het volgende te lezen: ‘For centuries, art historians have argued that the rejection was rooted in questions of perspective and color, while more recent scholarship suggests it was the content of the fresco to which the capo maestro objected.’ Borsi F. en S.,’ Paolo Uccello’, Harry Abrams, New York 1994 303; Pope-Hennessy, ‘J., The complete work of Paolo Uccello, Phaidon Press, London 1950 8.
284. Borsi F. en S.,’ Paolo Uccello’, Harry Abrams, New York 1994 303
285. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press, Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 74-75
286. Meerdere schrijvers merken dit op waaronder Borsook. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press, Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 76
287. Veel schrijvers wijzen op de geometrische formule waardoor de mimesis, het hoogste gebod in de Renaissance, geweld wordt aangedaan. Ook wordt hierbij vaak de term: abstract gebruikt. Dit geldt ook voor de tekening die Uccello maakte voor Hawkwood. Iets dat bij Uccello in zijn schilderijen van de slag bij San Romano verder doorvoert. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press, Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 74; Borsi F. en S.,’ Paolo Uccello’, Harry Abrams, New York 1994 304-305; Pope-Hennessy, J., ‘The complete work of Paolo Uccello, Phaidon Press, London 1950 21, 143
288. Borsi F. en S.,’ Paolo Uccello’, Harry Abrams, New York 1994 206-207
289. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press, Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 77
290. De tekening heeft lang gevouwen gezeten en is daardoor gescheurd. De restauratie is niet nauwkeurig uitgevoerd, maar als je van de oorspronkelijke tekening uitgaat kloppen de lijnen in het fresco exact. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press, Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 77
291. Caferro, W., ‘John Hawkwood: An English Mercenary in Fourteenth Century Italy’, Baltimore, Johns Hopkins University Press 321-322. Bron: Wikipedia Engels
292. Spencer, J.R., ‘Andrea del Castagno and his patrons’, Duke University Press, Durham, London 1991 26
293. In de opdracht wordt gesproken over: ‘in the manner of a tomb’. Horster. H., ‘Andrea del Castagno Complete edition with a critical catalogue’, Phaidon Press Limited, Oxford 1980 36
294. Zowel Uccello als Castagno hebben een periode in Venetië gewerkt. Meerdere schrijvers merken dit op waaronder Borsook en Spencer. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press, Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 76; Spencer, J.R., ‘Andrea del Castagno and his patrons’, Duke University Press, Durham, London 1991 29-30
295. Het verhaal over de figuren met de wapenschilden is volledig gebaseerd op Spencer. Spencer, J.R., ‘Andrea del Castagno and his patrons’, Duke University Press, Durham, London 1991 30-31
296. Spencer, J.R., ‘Andrea del Castagno and his patrons’, Duke University Press, Durham, London 1991 31
297. De volgende literatuur is gebruikt voor de Ognissanti: Borsook, E.,‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, (second edition, revised and enlarged) Clarendon Press Oxford 1980 116; Borsook, E.,‘ Stergids Florence’, Agon, Amsterdam, 1993 192-193; Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 192-194, 216-218, 213-215, 218-220; Grömling Tilman Lingsleben, ‘Alessandro Botticelli 1444/5-1510’, Könemann Verlagsgesellschaft mbH, Köln 1998 18-19, 24-25, 38-42; A Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl, 2000 (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 181-188, 213-216, 217-220, 334-337; Lightbown, R., ‘Sandro Botticelli Life and Work’, Paul Elek, London 1978 49-52; Mus. Cat. Paris, Musée Luxembourg, ‘Botticelli From Lorenzo the Magnificant to Savonarola’, Skiraq editore 2003 106-109; Quermann, A., ‘Domenico di Tommaso di Currado Biogordi Ghirlandaio 1449-1494, Könemann Verlagsgesellschaft mbH, Köln 1998 11, 18-19, 24-25, 26-33; Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 (oorspronkelijke uitgave 1568) deel I Leven van Domenico Ghirlandaio 246-249 en het Leven van Sandro Botticelli 259-260.
298. zie voetnoot 16
299. Quermann, A., ‘Domenico di Tommaso di Currado Biogordi Ghirlandaio 1449-1494′, Könemann Verlagsgesellschaft mbH, Köln 1998 32
300. Borsook haalt hiervoor een Luisa Vertova aan (Luisa Vertova, I Cenacolo fiorentini (Turijn, 1965,) pp. 41-44 in: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, (second edition, revised and enlarged) Clarendon Press Oxford 1980 116
301. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 203 (linkerkolom)
302. Deze analyse van sinopia en fresco is volledig gebaseerd op Cadogan. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan, Yale University Press/ New Haven, London 2000 215
303. Dit werk wordt in het algemeen minder gewaardeerd dan het Laatste Avondmaal van de hand van Domenico Ghirlandaio. Kecks schrijft het werk toe aan David Ghirlandaio en Sebastiano Mairandi. Velen zien het ook als een mechanische herhaling van de Ognissanti in een andere setting. Kecks, R. G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin:Dt. Kunstverl., 2000 (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 334-337 en de toeschrijving 334; Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan, Yale University Press/ New Haven, London 2000 218-220.
304. De door mij gebruikte schrijvers met name Eve Boresook, Cadogan en Kecks baseren zich voor wat de symboliek betreft grotendeels op: Vertova en Levi d’’Ancona: Vertova.L.,’ I cenacolo fiorentini’, Turin 1965; Kecks gebruikt voor de symboliek in de tuin ook nog M. Levi d’’Ancona, The garden in the Renaissance’, Florenz 1977.
305. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, (second edition, revised and enlarged) Clarendon Press Oxford 1980 116; Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 216
306. ‘Die Pflanzen und Tiere, die diesen Garten beleben, lassen ihn –wie bereits von Vertova (1965, S.45ff.) erkannt -als Paradiesmetapher verstehen: Zypressen, Palme, Orangen- und Zitronenbäume stehen dabei als Symbole des ewigen Lebens, des Sieges über den Tod, des Paradieses und der Ewigkeit v.g.l. Levi d’’Ancona, 1977, S. 120 ff., 279 ff., 272 ff., 205 ff.), für die Erlösung, die Auferstehung und das ewige Leben.‘ Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 200 (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 216
307. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, (second edition, revised and enlarged) Clarendon Press Oxford 1980 116; Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London2000 215; Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance’, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 216
308. Vele kunsthistorici wijzen er op dat Ghirlandaio met dit Laatste Avondmaal Leonardo heeft beïnvloed waaronder Burckhardt, Cadogan, Kecks die Jacop Burchhardt aanhaalt en Quermann: Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 214-215; Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 215; Quermann, A., Domenico di Tommaso di Currado Biogordi Ghirlandaio 1449-1494, Könemann Verlagsgesellschaft mbH, Köln 1998 34
309. Burckhardt,‘ J., Der Cicerone. Ein Anleitung zum Genusse der Kunstwerke Italiens, Basel 1855; Neudruck der Urausgabe, Stuttgart 1986 15
310. Over de exacte datering wordt verschillend gedacht Kecks noemt de jaartallen 1472 en 1473 en Cadogan 1470: Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 181; Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 192
311. Brockhaus, H.,‘ Das Familienbild der Vespucci von Ghirlandaio in der Kirche von Ognissanti,‘ Forschungen über Florentiner Kunstwerke, Leipzig, 1902 85-134. De auteurs, Cadogan en Kecks’ halen Brockhaus aan, maar benadrukken dat Brockhaus geen echte bewijzen heeft, maar wel allerlei gissingen en speculaties. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 215 193; Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 187 linkerkolom.
312. Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 187 linkerkolom. Cadogan spreekt over giswerk en de conclusie van Brockhaus […] is not convincing [……]: Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 193 rechterkolom.
313. Zie voetnoot 312.
314. Aldus Kecks; Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000;(Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 183 linkerkolom.
315. Aldus Kecks; Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 184 linkerkolom.
316. Cadogan haalt een aantal schrijvers aan die dit benadrukken zoals Mesnil (1911), Cadogan (1983), Ames-Lewis (1989), Rohlmann (1992) en Nuttall (1996); Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 193 rechterkolom.
317. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 194 linkerkolom.
318. Zowel Cadogan als Kecks wijzen hierop. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 194 linkerkolom; Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 184 rechterkolom
319. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 194 linkerkolom.
320. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 194 rechterkolom.
321. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 194 rechterkolom.
322. Voor een kort overzicht van de verschillende standpunten waarbij er ook aan meerdere schilders gedacht wordt en de mogelijkheid dat de twee onderwerpen oorspronkelijk voor verschillende plekken geschilderd waren die de stijlverschillen tussen de Pietà en de Mantelmadonna verklaren zie: Kecks, R.G., Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 18; Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 193
323. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 193
324. zie voetnoot 323
325. Volgens Lightbrown zijn thema en concept wel bedacht door opdrachtgevers, de monniken, maar betaalden de Ser Nastaggio Vespucci en zijn broer Giorgio Antonio voor Augustinus: Lightbown, R., ‘Sandro Botticelli Life and Work’, Paul Elek, London 1978 52; Kecks denkt dat Ser Nastaggio Vespucci de opdrachtgever is van de Hiëronymus, maar hij plaats er wel een vraagteken bij: Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 217. Terwijl Horne (1908) denkt dat Ser Nastaggio Vespucci de opdracht heeft gegeven voor beide fresco’’s: Horne, H.P., ‘Botticelli Painter of Florence’, London 1908, reprint Princeton 1980 70 uit: Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 218
327. In de Hebreeuwse letters zijn wel de namen van twee engelen te lezen: Kemuel en Uzziel. Kecks vermeldt dit niet, maar Cadogan wel en hij baseert zich op Kemps; Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 216.
328. KATA TOMEAEA[EOE] ofwel Wees mij genadig, O God naar uw goedertierenheid. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 216
329. Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 (Italienische Forschungen: Folge 4. Bd.2) 220; Lightbown, R., ‘Sandro Botticelli Life and Work’, Paul Elek, London 1978 50; Mus. Cat. Paris, Musée Luxembourg,‘ Botticelli From Lorenzo the Magnificant to Savonarola’, Skiraq editore 2003 106.
330. De briefvervalsingen komen uit het einde van de 13e eeuw en het begin van de 14e eeuw. Deze brieven in in de vele middeleeuwse boeken overgenomen en werden voor waar aangenomen
331. Deze interpretatie is oorspronkelijk van Roberts H.J.,’ St. Augustine in St. Jerome’s Study: Carpaccio’s Painting and its Legendary Source’, inThe Art Bullitin, XLI, 1959, pp. 283-30. Door vele kunsthistorici wordt deze uitleg overgenomen met uitzondering van Stapleford die de houding van Augustinus interpreteert als de bekering van de jonge Augustinus. Stapleford, R., ‘‘Intellect and Intuition in Botticelli’s Saint Augustine”, inThe Art Bulletin, 76, 1994, pp. 69-80; Mus. Cat. Paris, Musée Luxembourg,‘ Botticelli From Lorenzo the Magnificant to Savonarola’, Skiraq editore 2003 106
332. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 216
333. Rice, F.J.jr.,’ Saint Jerome in the Renaissance, Baltimore/London 1985 109 en verder. Uit: Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’Yale University Press/ New Haven, London 2000 219
334. Grömling Tilman Lingsleben, A., ‘Alessandro Botticelli 1444/5-1510’, Könemann Verlagsgesellschaft mbH, Köln 1998 41; Mus. Cat. Paris, Musée Luxembourg, ‘Botticelli From Lorenzo the Magnificant to Savonarola’, Skiraq editore 2003 108
335. Over de interpretatie van de tekst wordt verschillend gedacht in de door mij gebruikte literatuur. Baldini (1984) ziet de tekst niet als een grappig verhaal, maar als een beschrijving van een episode uit het klooster, terwijl Bagemihl het niet alleen ziet zoals in de tekst beschreven is, maar ook nog als een grap over de nabij gelegen kerk San Martino (in het Italiaans geen verschil tussen het en hij). Grömling Tilman Lingsleben, A., ‘Alessandro Botticelli 1444/5-1510’, Könemann Verlagsgesellschaft mbH,Köln 1998 41; Musée Luxembourg, ‘Botticelli From Lorenzo the Magnificant to Savonarola’, Skiraq editore 2003 108.
336. Het verhaal over de Sassetti-kapel is gebaseerd op de volgende literatuur: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 117-122; Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel, Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981; Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 93-101, 230-243, 253-255; Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 245-275; Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470-1520,’ Abbeville Press Publishers New York/ London/ Paris 1996 136-163; Quermann, A., ‘Ghirlandaio’, Könnemann, Köln199840-65; Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam 1990 (oorspronkelijke uitgave 1568) deel I Leven van Domenico Ghirlandaio 246-249
337. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 10 e.v. Deze monografie uit 1981 bevat alle bekende bronnen en documenten en wordt nog steeds beschouwd als het standaardwerk over de kapel van Sassetti in de Santa Trinita. Daarnaast is er een handige lijst in chronologische volgorde met de belangrijke gebeurtenissen die met de kapel te maken hebben: Appendix III 73-76
338. Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470-1520,’ Abbeville Press Publishers New York/ London/ Paris 1996 138
339. Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 232 rechterkolom
340. Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance’, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 247
341. Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470-1520,’ Abbeville Press Publishers New York/ London/ Paris 1996 136-137
342. Aby Wartburg is een van de eersten die geschreven heeft over de Sassetti kapel. Hij is zeer kritisch t.a.v. de beweringen die in de bronnen gedaan worden over de reden van de afwijzing dat Francesco een cyclus over Franciscus wilde laten schilderen net als; Borsook. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 13; Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470- 1520,’ Abbeville Press Publishers New York/ London/ Paris 1996 136-137.
343. Cadogan baseert zich op Simons. Simons, P.,’ Portraiture and Patronage in Quattrocento Florence with Special Reference to the Tornaquinci and their Chapel in Santa Maria Novella,’ 2 vols., Ph.D. dissertation, University of Melbourne, 1985 204-210; Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/New Haven, London 2000 233
344. Zoals dit te lezen is in de kroniek van de familie Sassetti uit 1600: Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470-1520,’ Abbeville Press Publishers New York/ London/ Paris 1996 137
345. Aldus een kroniek uit 1740: Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel’, Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 67 (nummer 27)
346. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam 1990 (oorspronkelijke uitgave 1568) deel I Leven van Domenico Ghirlandaio 248
347. Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance’, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 253
348. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 32
349. Sibillen werden sinds patristiek weliswaar gelijk gesteld met de profeten uit het O.T. , maar zo’’n prominente plek was in die tijd toch ongewoon: Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance’, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 256 rechterkolom; Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470-1520,’ Abbeville Press Publishers New York/ London/ Paris 1996 146 rechterkolom
350. Voor een vertaling van alle Latijnse inscripties in het Engels zie: Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470-1520,’ Abbeville Press Publishers New York/ London/ Paris 1996 458
351. Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 256
352. Door de derde editie van dit boek zijn de sibillen althans drie ervan, ook geïdentificeerd. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 29-30; Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance’ Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 257 linkerkolom; Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/ New Haven, London 2000 234 linkerkolom
353. De portretten zijn niet geïdentificeerd; Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance’, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 258 linkerkolom
354. Zowel Borsook/Offerhaus als Cadagon identificeren de stad als Geneve, maar een schrijver als Kecks ziet er geen individuele stad in. Kecks haalt twee kunsthistorici aan, Cavalcaselle en Crowe, die menen de porta Romana en de porta S. Frediano te herkennen, waarbij hij zelf nog wijst op een achthoekig gebouw dat doet denken aan het Baptisterium in Florence: Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 27; Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/New Haven, London 2000 235 linkerkolom; Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance’, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 258 linkerkolom
355. In de literatuur is hier grote eenstemmigheid over. Zo worden Calvalcaselle/Crow, Venturi, Küppers, Berson, Oertel en Lauts aangehaald door Kecks. Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 259
356. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk; Holland 1981 Appendix II: technique and condition 70
357. Welliver, Warman, ‘Alterations in Ghirlandaio’s S. Trinita Frescoes,’Art Quarterly, XXXVV (1969), pp. 269-28; Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 Appendix II: Technique and condition 70, 87
358. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 46
359. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 45
360. De groep die de trap oploopt in de tekening (Berlijn) zijn geestelijken aldus Borsook/Offerhaus. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 50
361. Voor een lijst met belangrijke gebeurtenissen over Francesco Sassetti en zijn kapel zie Appendix III in: Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel, ‘ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 73-76
362. Aby Wartburg heeft de laatste twee figuren die de trap op lopen geïdentificeerd. Sommige schrijvers waarschuwen tegen de identificatie van de laatste twee figuren. Zo schrijft Roettgen: […] Warburg allowed himself to be guided by historical associations in his identification of the portraits. Such hypothetical identifications would have been harmless except that he ascribed such importance to them. So that most writers have accepted them without question even up to the present day.’ Warburg, A., Gesammelte Schriften (Leipzig/Berlin, 1932). I, pp. 104-108; Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470-1520,’ Abbeville Press Publishers New York/ London/ Paris 1996 145 linkerkolom
363. Quermann, A., ‘Ghirlandaio’, Könnemann, Köln1998 65
364. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 49
365. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 52-53
366. Het stuk over de sultan en de vuurproef is grotendeels gebaseerd op Kecks; Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000; 262-263
367. Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 263 linkerkolom
368. Aldus een tekst op de site van de franciscanen voor spirituele ontwikkeling. Het verhaal over de stigmata van Franciscus is grotendeels gebaseerd op Kecks; Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 264-266
369. Teksten uit Legenda Aurea hier te downloaden als pdf-document in de Nederlandse vertaling van Vincent Hunink en Mark Nieuwenhuis 213
370. Aldus Kecks; Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 265 rechterkolom
371. De Heer zegene u en behoede u. Hij tone u zijn aanschijn en ontferme zich over u. Hij wende zijn gelaat naar u toe en geve u vrede.
372. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 28
373. Kecks haalt voor de verklaring van de symboliek Heinz-Mohr, Levi d’’Ancona, Vertova en de Physiologus aan. Voor verdere uitleg symboliek zie Kecks; Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der& Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 265-266
374. Zie voetnoot 373 266
375. Artur Rosenauer heeft deze tekeningen in 1972 geïdentificeerd als ontwerp voor de altaarwand van het kapel van Sassetti: Rosenauer. A., ‘Ein nicht zur Ausführung gelangter Entwurf Domenico Ghirlandaios für die Cappella Sassetti.Wiener Jahrbuch für Kunstgeschichte 25 (1972), pp. 187-96. Uit: Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470-1520,’ Abbeville Press Publishers New York/ London/ Paris 1996 143 en 444
376. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 18
377. Wartburg heeft deze stelling geponeerd en die is door alle latere schrijvers geaccepteerd: Warburg, A., ‘ Gesammelte Schriften (Leipzig/Berlin, 1932). I, pp. 131-32 voetnoot 5; p. 138 en pp. 45-52. Uit: Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 18 en voetnoot 52
378. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, FlorenceHistory and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 18-19
379. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, FlorenceHistory and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 19
380. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam 1990 (oorspronkelijke uitgave 1568) deel I Leven van Domenico Ghirlandaio 247
381. Rosenauer, A., ‘Ein nicht zur Ausführung gelangter Entwurf Domenico Ghirlandaios für die Cappella Sassetti.Wiener Jahrbuch für Kunstgeschichte 25 (1972), p. 194 en Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 28
382. Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 269 rechterkolom
383. Volgens Cavalcaselle/Crowe zijn de drie mannen dicht bij en achter de lijkbaar de drie die mannen die Vasari in zijn tekst noemt: Maso degli Albizzi, messer Agnolo Acciaiuoli en messer Palla Strozzi: Cavalcaselle, G.B, en Crowe, J.A., Storia della pittura in Italië, VII (Florence, 1896) 283. Uit: Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 269 rechterkolom
384. De identificatie van de dochters van Sassetti is niet onomstreden. Zo wijzen Borsook en Offerhaus de vrouw geheel links in het zwart aan als Violante of haar jongere zus Sibilla terwijl Kecks haar identificeert als Sibilla. Ik baseer mij hier op Kecks: Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 269 rechterkolom; Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 38-39
385. In de door mij gebruikte literatuur wordt met uitzondering van Cadogan de persoon naast Domenico Ghirlandaio geïdentificeerd als Sebastiano Mainardi. Volgens Cadogan is het de zoon van Domenico Ghirlandaio: David. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 41; Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl.,2000 270 rechterkolom; Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470-1520,’Abbeville Press Publishers New York/ London/ Paris 1996 145 linkerkolom; Cadogan, J.K., ‘Domenico Ghirlandaio Artist and Artisan,’ Yale University Press/New Haven, London 2000 236 linkerkolom
386. Laus, Jan, Domenico Ghirlandaio (Vienna, 1943) 54; uit: Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 269 linkerkolom
387. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 39-40
388. Kent, Francis William, Household lineage in Renaissance Florence: the Family Life of the Capponi, Ginori and Rucellai, Princeton, 1977 pp. 233, 241-242 uit: Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 40 en voetnoot 142
389. Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 270
390. Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470-1520,’ Abbeville Press Publishers New York/ London/ Paris 1996 142
391. Aldus een mogelijke verklaring van Roettgen; Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470-1520,’ Abbeville Press Publishers New York/London/ Paris 1996 142
392. Kecks is het met de interpretatie van Roettgen oneens. De man is volgens hem een vrouw en kan dus niet Lazerus zijn. Bovendien vindt de opwekking van de zoon van de notaris op de lijkbaar plaats; Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 269 linkerkolom
393. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van ;Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam 1990 (oorspronkelijke uitgave 1568) deel I Leven van Domenico Ghirlandaio 247
394. De beschrijving van de scène van de dodenmis is grotendeels gebaseerd op Kecks; Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 270-272
395. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam 1990 (oorspronkelijke uitgave 1568) deel I Leven van Domenico Ghirlandaio 247
396. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, DoornspijkHolland 1981 Kecks bevestigt de portretten van Poliziano en Fonzio; Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 272 linkerkolom
397. Kecks schrijft over ‘Vermutung’ ‘sinnvol’ en een zekere gelijkheid met portretten in de bevestiging van de orderegels. Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 272 rechterkolom
398. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged); 119
399. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 117 rechterkolom
400. De beschrijving van het panel is grotendeels gebaseerd op die van Kecks: Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 273-274
401. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 34-35
402. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam 1990 (oorspronkelijke uitgave 1568) deel I Leven van Domenico Ghirlandaio 248
403. Borsook en Offerhaus identificeren slechts één portret in het altaarstuk namelijk de oude herder met het lam in zijn armen dat zou de schilder: Gherardo di Monte di Giovanni di Miniato zijn een gevierde illuminator van handschriften zijn. Steinman en Cavalaeselle wijzen het zelfportret ook af en Kecks denkt dat de man iemand is uit de kringen van Domenico mogelijk: Gherardo di Monte di Giovanni di Miniato; Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 42; Cavalcaselle, G.B, en Crowe, J.A., Storia della pittura in Italië, VII (Florence, 1896) 36; Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 274 linkerkolom
404. De datum is beschadigd: Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470-1520,’ Abbeville Press Publishers New York/ London/ Paris 1996 138 linkerkolom; Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 981 19-20
405. Voor de inscripties en een Engelse vertaling er van zie Roettgen: Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470-1520,’ Abbeville Press Publishers New York/ London/ Paris 1996 456. In het algemeen worden de inscripties toegeschreven aan Fonzio. Deze toeschrijving gaat terug op Saxl: Saxl, Fritz.’‘ The Classical Inscriptions in Renaissance Art and Politic’, Journal of the Wartburg and Courtauld Institutes, Lectures , I (London, 1957), pp. 28-29 uit: Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 34 en voetnoot 112
406. Aldus de Legenda Aurea. Geciteerd en vrij vertaald uit: Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 275 linkerkolom
407. Kecks verwijst naar een studie van Steinmann uit 1897 die als basis hiervoor diende: Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 275 linkerkolom
408. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 35 en voetnoot 115; Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz, Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 275 linkerkolom
409. Kecks baseert zich op Milard Meiss: Kecks, R.G.,‘ Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘ Kunsthistorisches Institut in Florenz,-Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 274 rechterkolom 410 Geciteerd uit:
410. Citaat van de auteur Hans Brandhorst uit: Physiologus Handbibliotheek KB Den Haag
411. Kecks baseert deze interpretatie op Lavin (1990): Kecks, R.G., ‘Domenico Ghirlandaio und die Malerei der Florentiner Renaissance‘, Kunsthistorisches Institut in Florenz,- Munchen; Berlin: Dt. Kunstverl., 2000 274 rechterkolom
412. Voor de inscripties en een Engelse vertaling er van zie Roettgen: Roettgen, S., ‘Italian frescoes The Flowering of the Renaissance 1470-1520,’ Abbeville Press Publishers New York/ London/ Paris 1996 456.
413. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 21
414. Het thema is ‘Het offer van Eros’ genaamd en is waarschijnlijk een toespeling op de dood van de oudste zoon van Francesco en Nera: Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 23
415. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 43
416. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 43 en voetnoot 162
417. Deze interpretatie komt van Saxl; Saxl, Fritz.’‘ The Classical Inscriptions in Renaissance Art and Politic’, Journal of the Wartburg and Courtauld Institutes, Lectures , I (London, 1957), p. 28; uit: Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 44 en voetnoot 163
418. Borsook, E., Offerhaus, J., ‘Francesco Sassetti and Ghirlandaio at Santa Trinita, Florence; History and Legend in a Renaissance Chapel,’ Davaco Publishers, Doornspijk Holland 1981 44-45
419. Het verhaal over het Chiostro dello Scalzo met de fresco’s van Andrea del Sarto en Franciabigio is gebaseerd op de volgende literatuur: Borsook, E., The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 127-132; Freedberg, S.J., ‘Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 (Volume I and II) Volume I: 28-32, 40-42, 62-75; Volume II: 9-17, 42-43, 47, 49-50, 66-68, 73-74, 104-105, 120-123, 130-131, 139-140; Natali, A., ‘Andrea del Sarto’, Abbeville Press Publishers, New York /London / Paris, 1999 28-29, 63-64, 69-73, 117, 126-129, 162-164; Padovani, S., ‘Andrea del Sarto’, Scala, Florence, 1986 26-32; Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 (Volume I and II) Volume I: 52-74, Volume II: 294-307; Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione,’ Contact, Amsterdam, 1990 deel II 66-95
420. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione,’ Contact, Amsterdam, 1990 deel II 67-68
421. Voor de veranderingen aan het voorhof zie: Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 127; Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 (Volume I and II) I: 52-55, II: 294.
422. Freedberg, S.J., ‘Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 I, 30
423. Dankzij een serie belangrijke tapijten uit 1588-1590 waar de frescocyclus in de scalzo is afgebeeld, zijn nog alle onderschriften op de plaquettes te achterhalen. Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 II, 295 rechterkolom
424. Deze analyse is volledig gebaseerd op Borsook. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 129
425. Sinds 1960 zijn vele documenten en bronnen over de scalzo gevonden en gepubliceerd door Freedberg en Shearman; zie: Freedberg, S.J., ‘Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 II, 265- 280; Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 II, Documents 378-403
426. Zowel Freedberg als Shearman gebruiken hier stilistische argumenten voor. Volgens Freedberg begon Sarto in 1509-1510 aan de Doop van Christus. Shearman denkt 1511-1512 en Padovani 1513; Freedberg, S.J., ‘Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 I, 29; Padovani, S., ‘Andrea del Sarto’, Scala, Florence, 1986 26; Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 I, 57
427. Borsook, E., ‘The mural painters of Tuscany From Cimabue to Andrea del Sarto, Clarendon Press Oxford 1980 (second edition, revised and enlarged) 128 linkerkolom
428. Voor deze leeftijd, Sarto werd in 1486 of 1487 geboren zie voetnoot 426
429. Freedberg, S.J., ‘Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 II, 16 rechterkolom
430. Shearman schrijft onder meer over het hoofd van Herodus in het feest van Herodus na de restauratie: ‘[……] fully achieves a piotilliste brevety and gives to the fattura an impasto and an open texture unusual in fresco painting’ Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 I, 72
431. Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 I, 61–62
432. Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 I, 61
433. Shearman benadrukt dit ook, maar hij noemt niet het model dat is afgebeeld. Shearman noemt een model dat tegenwoordig in het Szépmûvészeti Múzeum in Boedapest te zien is. In een artikel uit 28 juli 2010 in Artfixdaily wordt hier naar verwezen en wel als volgt: ‘Charity (circa 1510), a terracotta statue, is a masterpiece by Jacopo Sansovino, who was, after Michelangelo, the leading sculptor of the sixteenth century. No work by the artist has come to light and been acquired by a museum since 1931. Sansovino is celebrated for the Raphaelesque style of his sculpture, and that is especially true of this work, with its exceptionally graceful pose and elegant draperies. Sansovino’s models, according to Vasari, were used by Andrea del Sarto and other Florentine painters. Sarto used this statue as the basis of his painting of Charity in the Chiostro dello Scalzo in Florence and it also influenced his Madonna of the Harpies (now on view in the Uffizi) among other works. Als deze toeschrijving en datering juist is, dan is Charitas volledig gebaseerd op een model van zijn vriend Jacopo Sansovino; Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 I, 62.
434. Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 I, 66
435. Het is met name Fraenckel geweest die onderzocht waar Sarto gebruik maakte van het werk van Dürer’; Fraenckel, I., ‘Andrea del Sarto, Gemälde und Zeichnungen, Strasbourg, 1935 pp.40, 151 geciteerd uit: Freedberg, S.J., ‘Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 II, 301 linkerkolom en I, 31.
436. Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 II, 300
437. De zittende vrouw met kind komt uit de serie Geboorte van Maria 1503 houtsnede; de man geheel rechts in het beeldvlak en het gezicht met de ‘puntmuts’ uit de gravures van de kleine passie (Ecce Homo).
438. Aldus Padovani; Padovani, S., ‘Andrea del Sarto’, Scala, Florence, 1986 30
439. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione,’ Contact, Amsterdam, 1990 deel II 79
440. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione,’ Contact, Amsterdam, 1990 deel II 79
441. Deze analyse is volledig gebaseerd op Freedberg. Freedberg, S.J., ‘Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 I, 62
442. Deze analyse is volledig gebaseerd op Freedberg: Freedberg, S.J., ‘Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 I, 64
443. Freedberg, S.J., ‘Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 II, 121 linkerkolom
444. Aldus Shearman; Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 II, 304 linkerkolom
445. Freedberg, S.J., ‘Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 I, 67
446. Aldus Vasari anno 1568; Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione,’ Contact, Amsterdam, 1990 deel II 73, 93
447. Fraenckel suggereert dit (zie voetnoot 435 pp. 57, 152 en 220). Shearman deelt deze opvatting. Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 II, 304 rechterkolom
448. Bron: het heiligennet (Zacharias)
449. Deze analyse is volledig gebaseerd op Freedberg; Freedberg, S.J., ‘Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 I, 70-71
450. Deze inscriptie is tegenwoordig verdwenen, maar dankzij nog bestaande tapijten waarin de frescocyclus is weergegeven, is het onderschrift nog bekend. Zie voetnoot 423
451. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione,’ Contact, Amsterdam, 1990 deel II 87
452. De analyse van de compositie van de naamgeving of geboorte van Johannes is volledig gebaseerd op Freedberg; Freedberg, S.J., ‘Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 I, 74
453. Zie voetnoot 440
454. Het verhaal over de refter (cenacolo) van San Salvi met het Laatste Avondmaal van Andrea del Sarto is gebaseerd op de volgende literatuur: Freedberg, S.J., Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 (Volume I and II) I: 75-76; II: 140-145; Natali, A., ‘Andrea del Sarto’, Abbeville Press Publishers, New York/ London / Paris, 1999 162-171; Padovani, S., ‘Andrea del Sarto’, Scala, Florence, 1986 54-58; Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 (Volume I and II) I: 93-97; II: 254-258; Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel II 66-95
455. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel II 70
456. Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 II; 255 rechterkolom
457. Shearman schrijft over ‘a head (fresco) without a torso’: Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 I; 94-95
458. Er is geen overeenstemming in de literatuur over in welk jaar Sarto begonnen is aan het Laatste Avondmaal. Voor een overzicht van de verschillende dateringen zie: Freedberg, S.J., ‘Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 II, 142 en Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 II; 256-257. Natali gaat uit van het jaar 1526 ‘some fifteen years after he had frescoed the undersite of the arch’; Natali, A., ‘Andrea del Sarto’, Abbeville Press Publishers, New York/ London / Paris, 1999 165. Het jaar dat het fresco voltooid is, staat wel vast: 1527: Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 I; 93
459. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel II 88; voor het aantal van 66 giornate zie: Padovani, S., ‘Andrea del Sarto’, Scala, Florence, 1986 58
460. Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 I; 93-94
461. Zie voetnoot 458
462. Het werk van Rafaël is verdwenen wel is er nog een prent die Marcantonio Raimondi ca. 1517 van het Laatste Avondmaal van Rafaël maakte, bewaard gebleven.
463. Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 I; 96
464. Aldus Shearman: Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 I; 96
465. Deze interpretatie is terug te vinden bij Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 I; 95-96
466. Deze analyse is volledig gebaseerd op Freedberg. Freedberg, S.J., ‘Andrea del Sarto’, Cambridge, Massachusetts, The Belknap Press of Harvard University press, 1963 I; 76
467. Voor de visuele bronnen die Sarto gebruikte zie Shearman; Shearman, J., ‘Andrea del Sarto’, Clarendon Press, Oxford 1965 II; 257
468. Geciteerd en vertaald uit: Natali, A., ‘Andrea del Sarto’, Abbeville Press Publishers, New York/ London/Paris, 1999 164
469. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel II 88
470. Het verhaal over het werk van Pontormo in de Capponi-kapel of Barbadori-kapel in de Santa Felicita is gebaseerd op de volgende literatuur: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume II 1105-1107; Krystof, D.,‘ Pontormo Masters of Italian Art,’ Könemann, Köln, 1998 92-103; Shearman J., ‘Pontormo’s altarpiece in S. Felicita,’ Charlton Lectures on Art delivered in the University of Newcastle upon Tyne 1971; Steinberg, L., ‘Pontormo’s Capponi Chapel’,The Art Bulletin; an illustrated quarterly; vol. 56, 1974, afl. 3 (sep), 385 -398; Stumpel, J., ‘Rosso en Pontormo,Kunstschrift, jg. 38,1994, nr. 3, 12-27; Vasari, G.,‘ De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, ‘Contact, Amsterdam, 1990 deel II 130-158; Waldman, L.A., ‘New Light on the Capponi chapel in S. Felicita,’The Art Bulletin; an illustrated quarterly, vol.84, 2002, nr. 2 293-314; Wasserman, J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence,’Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol. 53 35-72 In 2017 heeft een grote restauratie plaatsgevonden. De tekst is volledig gebaseerd op ARTTRAV zie voetnoot 553
471. Waldman, L.A., ‘New Light on the Capponi chapel in S. Felicita,’The Art Bulletin; an illustrated quarterly, vol.84, 2002, nr. 2 293 rechterkolom. De documenten zijn in een appendix te vinden.
472. Waldman, L.A., ‘New Light on the Capponi chapel in S. Felicita,’The Art Bulletin; an illustrated quarterly, vol.84, 2002, nr. 2 296; Shearman, J., ‘Pontormo’s altarpiece in S. Felicita,’ Charlton Lectures on Art delivered in the University of Newcastle upon Tyne 1971 8
473. In de literatuur is er vaak van uitgegaan dat er al eerder een wat breder raam in de kapel heeft gezeten. Dit is onjuist aldus Waldman, die enkele nieuwe bronnen heeft opgedoken. Het gat in de gevel is eerst breder, maar niet hoger gehakt. Waarschijnlijk moest het raam de vorm van een oculus krijgen. In de onderhandelingen met de familie Guicciardini is vermoedelijk als compromis tot een smaller raam besloten. Waldman, L.A., ‘New Light on the Capponi chapel in S. Felicita,The Art Bulletin; an illustrated quarterly, vol.84, 2002, nr. 2 297 en verder 296-298
474. In 1999 ontdekte Beatrice Paolozzi Strozzi het originele antependium uit de kapel van Capponi: Waldman, L.A., ‘New Light on the Capponi chapel in S. Felicita,The Art Bulletin; an illustrated quarterly, vol.84, 2002, nr. 2 293 rechterkolom en voetnoot 8
475. Niet zeker is wanneer. Over de reden waarom de originele koepel is vervangen, heerst in de door mij gebruikte literatuur geen overeenstemming. Steinberg geeft in voetnoot 3 een kort overzicht van de verschillende opvattingen over het vervangen van de originele koepel; Steinberg, L., Pontormo’s Capponi Chapel,The Art Bulletin; an illustrated quartely; vol. 56, 1974, afl. 385 voetnoot 3
476. Waldman, L.A., ‘New Light on the Capponi chapel in S. Felicita,’The Art Bulletin; an illustrated quarterly, vol.84, 2002, nr. 2 293 rechterkolom
477. Shearman, J., ‘Pontormo’s altarpiece in S. Felicita,’ Charlton Lectures on Art delivered in the University of Newcastle upon Tyne, 1971 10
478. Het verhaal over het glas-in-loodraam is volledig gebaseerd op Waldman; Waldman, L.A., ‘New Light on the Capponi chapel in S. Felicita,’The Art Bulletin; an llustrated quarterly, vol.84, 2002, nr. 2 303 rechterkolom
479. Waldman, L.A., ‘New Light on the Capponi chapel in S. Felicita,’The Art Bulletin; an illustrated quarterly, vol.84, 2002, nr. 2 295
480. Historici wijzen het idee af dat er sprake is van een graflegging daar dit immers al door Marcillat is afgebeeld in het glas in lood raam; Wasserman, J., Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence,Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol.53 44
481. Aldus Jeroen Stumpel in een artikel waarin Rosso en Pontormo vergeleken worden: Stumpel, J., ‘Rosso en Pontormo,’Kunstschrift, jg. 38 1993, nr. 3 17
482. Steinberg haalt hier Kurt Foster aan die over de compositie o.a. het volgende schrijft: ‘um ein leeres Zentrum angeordnete Gruppe’; Steinberg, L.‘, Pontormo’s Capponi Chapel’,The Art Bulletin; an illustrated quarterly; vol.56, 1974, afl. 3 (sep), 387 en voetnoot 10
483. De analyse van de compositie en de vergelijking met de graflegging van Rafaël is volledig gebaseerd op Shearman: Shearman, J., ‘Pontormo’s altarpiece in S. Felicita,’ Charlton Lectures on Art delivered in the University of Newcastle upon Tyne 1971 11 e.v.
484. Aldus Leonardo da Vinci. The notebooks of Leonardo da Vinci Compiled and edited from the originel Manuscript by Jean Paul Richter Dover publications, Inc. New York 1979 Vol I The practice of painting 295 (nummer 592) onder het kopje: Della Gratia Della Membra. Het door mij gebruikte Nederlandse citaat komt uit: Baxandall, M., Schilderkunst en leefwereld in het Quattrocento een inleiding in de sociale geschiedenis van de pictorale stijl, Sun, Nijmegen 1986 (tweede druk 1987) 153.
485. De kusthistorica, Doris Krystof, duidt deze gracieuze houding als een hint op de verlossing van de mensheid door het offer dat God zijn zoon liet brengen met de kruisiging; Krystof, D.,‘ Pontormo Masters of Italian Art,’ Könemann, Köln, 1998 95
486. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel II 147
487. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel II 138
488. Shearman, J., ‘Pontormo’s altarpiece in S. Felicita,’ Charlton Lectures on Art delivered in the University of Newcastle upon Tyne 1971 27
489. Shearman J., ‘Pontormo’s altarpiece in S. Felicita,’ Charlton Lectures on Art delivered in the University of Newcastle upon Tyne 1971 26
490. Shearman, J., ‘Pontormo’s altarpiece in S. Felicita,’ Charlton Lectures on Art delivered in the University of Newcastle upon Tyne 1971 10
491. Shearman, J., ‘Pontormo’s altarpiece in S. Felicita,’ Charlton Lectures on Art delivered in the University of Newcastle upon Tyne 1971 21
492. Volgens Krystof is het waarschijnlijk Marcus. Volgens Shearman heeft Bronzino twee evangelisten geschilderd: Marcus en Lucas. Vasari spreekt over één evangelist. Krystof, D.,‘ Pontormo Masters of Italian Art,’ Könemann, Köln, 1998 101; Shearman J., ‘Pontormo’s altarpiece in S. Felicita,’ Charlton Lectures on Art delivered in the University of Newcastle upon Tyne 1971 21; Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel II 146
493. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel II 146
494. Deze tekeningen zijn gepubliceerd in de Burl. Mag., XCVIII, 156 pp.17-18; geciteerd uit Wasserman: Wasserman, J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence, Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol. 53 35 en 61 voetnoot 5
495. Janet Cox-Rearick, ‘The drawings of Pontormo’, Princeton 1964
496. Beide auteurs gebruiken de tekeningen voor een verklaring van de betekenis van het werk van Pontormo in de kapel wel komen zij tot andere conclusies: Shearman, J., ‘Pontormo’s altarpiece in S. Felicita,’ Charlton Lectures on Art delivered in the University of Newcastle upon Tyne 1971; Steinberg, L.‘, Pontormo’s Capponi Chapel’,The Art Bulletin; an illustrated quarterly; vol.56, 1974, afl. 3 (sep)
497. Wasserman, J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence, Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol. 53 met name 35-44
498. Wasserman, J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence, Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol. 53
499. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel II 147
500. In de 15e eeuw verdwijnen de stralen al wel zoals in een Aankondiging van Fra Filippo Lippi in de San Lorenzo
501. Waldman, L.A., ‘New Light on the Capponi chapel in S. Felicita,’ The Art Bulletin; an illustrated quarterly, vol.84, 2002, nr. 2 303
502. Aldus Hall: Hall, J.,’ Hall’s Iconografisch Handboek Onderwerpen, symbolen en motieven in de beeldende kunst , Primavera Pers, Leiden 1992 onder de term Annunciatie 19 rechterkolom
503. God wordt ook vaak geschilderd als degene waar de stralen vanaf komen; Aldus Waldman: Waldman, L.A., ‘New Light on the Capponi chapel in S. Felicita,The Art Bulletin; an illustrated quarterly, vol.84, 2002, nr. 2
504. Aldus Waldman: Waldman, L.A., ‘New Light on the Capponi chapel in S. Felicita,’The Art Bulletin; an illustrated quarterly, vol.84, 2002, nr. 2 314
505. Vasari, G., ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel II 146
506. Drie interpretaties gaan uit van een Pietà. Hierbij wordt dit wel verschillend uitgelegd. Zo gaat de Pietà over in een graflegging (Shearman). Bij een andere in de Triniteit en de ten hemel opnemen en vereniging van Vader, Zoon en de Heilige Geest (Steinberg) en bij derde gaat het over in de eucharistie. Verdere interpretaties: een visioen, Christus die uit de hemel daalt om op te gaan in de celebrant die de eucharistie uitvoert of de zuivere devotie zonder een verhaal. In zijn artikel over de Capponi-kapel geeft Jack Wasserman anno 2009 een kort overzicht over de verschillende interpretaties. Hij noemt er zes en voegt er zelf een zevende aan toe. Hierbij haalt hij een aantal auteurs aan die ik niet heb gebruikt waaronder Georgia Wright, Jean-Claude Lebensztejen, Philippe Costamagna en Louis A. Waldman, Ilka Braunschweig-Kuhl; Wasserman, J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence,Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol. 53 46 en wat de literatuur betreft zie onder meer voetnoten 64 en 68
507. Wasserman, J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence,Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol. 53 35-59
508. De volgende analyse over de betekenis van het werk van Pontormo is volledig gebaseerd op Wasserman. Zie voetnoot 507
509. Aldus Pseudo-Bonaventura. Oorspronkelijke bron: Meditations on the Life of Christ. An illustrated manuscript of the fourteenth century. Paris, Bibliothèque Nationale, Ms. ital. 115, eds. Isa Ragusa/ Rosalie B. Green, Princeton 1961, pp. 343-344. Tekst vertaald en geciteerd uit: Wasserman J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel SantaFelicita, Florence,Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol. 53 49 en voetnoot 82
510. Vasari schrijft over vier patriarchen. Hier maakt Vasari een fout. In de koepel kunnen zowel patriarchen als profeten hebben gezeten. Voor verdere argumentatie van Wasserman en voor het doek als identificatie voor Mozes: Wasserman, J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence,Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol. 53 38 e.v. en 42
511. Diogenes geciteerd uit Wasserman: Wasserman, J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence, Mitteilungen desKunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol. 53 53-54
512. Wasserman, J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence,Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol. 53 54
513. Wasserman, J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence, Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol. 53 56
514. Wasserman, J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence,Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol. 53 56
515. Wasserman, J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence,Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009
516. Het testament is door Waldman in zijn artikel opgenomen: Waldman, L.A., ‘New Light on the Capponi chapel in S. Felicita,’ The art bulletin; an illustrated quarterly, vol.84, 2002, nr. 2 p. 307, doc.5
517. Wasserman, J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence,Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol. 53 59; Steinberg gaat er ook vanuit dat het hoofd van Christus gericht is op dezelfde figuur in de koepel. Hij gaat daarbij wel uit van het onderwerp van de drie tekeningen die Janet Cox-Rearick had geïdentificeerd als God de Vader. Hieruit concludeert hij dat er ook nog sprake is van een Triniteit waarbij God de Vader zich verenigt met zijn dode Zoon en de Heilige Geest. God de Vader staat op het punt zijn zoon in de armen te nemen. Shearman gaat ervan uit dat God de Vader zijn zoon (altaarstuk) zegent; Steinberg, L.. ‘Pontormo’s Capponi Chapel’,The Art Bulletin; an illustrated quarterly; vol.56, 1974, afl. 3 (sep) 394 linkerkolom; Shearman J., ‘Pontormo’s altarpiece in S. Felicita,’ Charlton Lectures on Art delivered in the University of Newcastle upon Tyne 1971 22
518. Wasserman, J., ‘Jacopo Pontormo’s paintings in the Capponi Chapel Santa Felicita, Florence,Mitteilungen des Kunsthistorischen Institut in Florenz, 2009 Vol. 53 59
519. Het verhaal over het Uffizi gaat ook over de architectuur, toch zijn de voetnoten bij schilderkunst geplaatst omdat het overgrote deel van het verhaal over de schildercollectie gaat en twee verschillende rijen voetnoten in de tekst lijkt mij voor de lezer verwarrend. De volgende literatuur voor het verhaal over de bouw en de collectie van het Uffizi is door mij gebruikt: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume II 1132-1135; Borsook, E., ‘Stergids Florence’, Amsterdam, Agon, 1988 236-239; Caneva, C., Cecchi. A., Natali.A., ‘Die Uffizien Rundgang durch alle kunstsammlungen und Gemäldekatalog’, Becoccio/ Scala z.j.; Christiaan Janssens, ‘Uffizi’, (deze auteur baseert zich bijna volledig op Zimmermanns zonder deze bron te vermelden); Zimmermanns. K., ‘ Florenz Ein europäisches Zentrum der Kunst Geschicht Denkmäler. Sammlungen’, Dumont Buchverlag Köln 1984 119-122
520. Borsook, E., ‘Stergids Florence’, Amsterdam, Agon, 1988 236
521. Borsook, E., ‘Stergids Florence’, Amsterdam, Agon, 1988 236
522. Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume II 1132-1133
523. Geciteerd en vertaald uit: Zimmermanns, K., ‘Florenz Ein europäisches Zentrum der Kunst Geschichte. Denkmäler. Sammlungen’, Dumont Buchverlag Köln 1984 120
524, zie voetnoot 523
525. zie voetnoot 523
526. Borsook, E., ‘Stergids Florence’, Amsterdam, Agon, 1988 237
527. Deze analyse is volledig gebaseerd op: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’ Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume II 1133-1134
528. Borsook, E., ‘Stergids Florence’, Amsterdam, Agon, 1988 238-239
529. Aldus Janssens, die dit heeft vertaald uit Zimmermans; Christiaan Janssens, ‘Uffizi’; Zimmermanns, K., ‘Florenz Ein europäisches Zentrum der Kunst Geschichte. Denkmäler. Sammlungen’, Dumont Buchverlag Köln 1984 120
530. Zimmermanns, K., ‘ Florenz Ein europäisches Zentrum der Kunst Geschichte. Denkmäler. Sammlungen’, Dumont Buchverlag Köln 1984 120
531. De analyse over de invloed van Michelangelo op het ontwerp van Vasari is volledig gebaseerd op: Andres, G.M., Hunisak, J.M., Turner, R.A., ‘The Art of Florence’, Abbeville Press, New York 1988 (reprinted 1994) volume II 1135-1136
532. Het verhaal over de collectie is gebaseerd op Borsook, Caneva en Zimmerman: Borsook, E., ‘Stergids Florence’, Amsterdam, Agon, 1988 238; Caneva, C., Cecchi. A., Natali.A.,’ Die Uffizien Rundgang durch alle kunstsammlungen und Gemäldekatalog, Becoccio/ Scala z.j.; Zimmermanns, K., ‘Florenz Ein europäisches Zentrum der Kunst Geschichte. Denkmäler. Sammlungen’, Dumont Buchverlag Köln 1984 121-122
533. Caneva, C., Cecchi. A., Natali.A., ‘Die Uffizien Rundgang durch alle kunstsammlungen und Gemäldekatalog’, Becoccio/ Scala, z.j. 31 Dit deel van het verhaal is volledig gebaseerd op: Zimmermans; Zimmermanns. K., ‘Florenz Ein europäisches Zentrum der Kunst Geschichte. Denkmäler Sammlungen’, Dumont Buchverlag Köln 1984 121-122
534. De teksten over de altaarstukken van Simone Martini en Ambrogio Lorenzetti in zaal drie van het Uffizi zijn gebaseerd op de volgende literatuur: Frugioni, C., ‘Pietro and Ambrogio Lorenzetti’, Scala, Institutio Fotografico Antella, Florence 1988 52-54; Janella, C., ‘Simone Martini’, Scala, Institutio Fotografico Antella, Florence 1989 67-70; Martindale, A., ‘Simone Martini’, Phaidon Press, Oxford 1988 187-190; Southe, K., ‘Simone Martini’s The Annunciation Altarpiece 1333′ paper, hier te downloaden; Van Os, H., ‘Simone Martini’s Annunciation Revisited’, Forschungsberichte, vol. 63, aflevering 4 2010 156-165. De literatuur die niet gebruikt is, maar voor verdere bestudering van groot belang is, is een monografie over de aankondiging van Simone Martini die naar aanleiding van een grote restauratie in 2001 geschreven is: Cecchi. A., (ed) ‘Simone Martini e l’Annunciazone degli uffizi’, Cinisello Balsamo 2001. Voor verdere literatuur over Simone Martini klik hier.
535. De lijst uit de 19e eeuw heeft een oude lijst uit de 18e eeuw vervangen. De originele Middeleeuwse lijst is verdwenen; Janella, C., ‘Simone Martini’, Scala, Institutio Fotografico Antella, Florence 1989 67
536. Over wat Lippi Menni nu precies geschilderd heeft, lopen de meningen uiteen in de door mij gebruikte literatuur. Volgens Martindale is het werk volledig van de hand van Simone Martini. Volgens Cecilia Janella is alleen de vrouwelijke heilige door Lippi Memmi geschilderd; Martindale, A., ‘Simone Martini’, Phaidon Press, Oxford 1988 189; Janella, C., ‘Simone Martini’, Scala, Institutio Fotografico Antella, Florence 1989 67
537. Voor alle opschriften zie Martindale: Martindale, A., ‘Simone Martini’, Phaidon Press, Oxford 1988 linker -en rechterkolom. De twee andere teksten luidden: ECCE VIRGO CONCIPIE[T] ET PARIET FILIVM ET VOC (ABITVR NOMEN EIVS EMMANVEL). Daarom zal de HEER zelf u een teken geven: geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immannuel noemen. (Jesaja 7: 14) ASPICIEBAM … ET ECCE CV[M] NVB[IBVS] CELI Q[VAS]I FILI[VS] HO[MIN]IS VENIEBAT In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. (Daniel 7: 13)
538. Aldus Henk van Os; Van Os, H., ‘Simone Martini’s Annunciation Revisited’,Forschungsberichte, vol. 63, aflevering 4 2010 161
539. Aldus Henk van Os; Van Os, H., ‘Simone Martini’s Annunciation Revisited’,Forschungsberichte, vol. 63, aflevering 4 2010 160-161
540. Henk van Os haalt hier Kees van der Ploeg aan die dit overtuigend heeft aangetoond: Van Os, H., ‘Simone Martini’s Annunciation Revisited’,Forschungsberichte, vol. 63, afleverring 4 2010 161
541. Henk van Os schrijft: ‘In fact, the painter initially intended to representa gothic altarpiece, in all likelihood Simone’s Annunciation, over the altar, as his incised preparatory lines betray; a plan probably abandoned for better legibility.’ Van Os, H., ‘Simone Martini’s Annunciation Revisited’,Forschungsberichte, vol. 63, aflevering 4 2010 161
542. Aldus Martindale; Martindale, A., ‘Simone Martini’, Phaidon Press, Oxford 1988 42
543. Krystal South haalt hier een artikel van Martindale aan: Martindale, Andrewe; Simone Martini The Oxford Campanion to Western Art. Ed. Hugh Brigstocke. Oxford University Press, 2000 Grove Art Online, Oxford University Press 2005; Southe., K., ‘Simone Martini’s The Annunciation Altarpiece 1333′, paper, hier te downloaden
544. Southe, K., ‘Simone Martini’s The Annunciation Altarpiece 1333′, paper, hier te downloaden
545. Martindale, A., ‘Simone Martini’, Phaidon Press, Oxford 1988 189 rechterkolom
546. ‘Echte aanwezigheid’ aldus Henk van Os; Van Os, H., ‘Simone Martini’s Annunciation Revisited’,Forschungsberichte, vol. 63, aflevering 4 2010 163
547. Van Os, H., ‘Simone Martini’s Annunciation Revisited’, Forschungsberichte, vol. 63, aflevering 4 2010 163
548. Het deel over het altaarstuk van Ambrogio Lorenzetti in het Uffizi is volledig gebaseerd op Chiara Frugoni: Frugioni, C., ‘Pietro and Ambrogio Lorenzetti’, Scala, Institutio Fotografico Antella, Florence 1988 54-56
549. Aldus Henk van Os in zijn vergelijking die hij trekt uit de beide altaarstukken; Van Os, H., ‘Simone Martini’s Annunciation Revisited’,Forschungsberichte, vol. 63, aflevering 4 2010 164
550. Vasari maakt dit duidelijk in zijn voorrede op de Levens; Vasari, G., ‘De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten, ‘Van Cimabue tot Giorgion,’ Contact, Amsterdam 1990 deel I 161-162
551. Aldus Henk van Os; Van Os, H., ‘Simone Martini’s Annunciation Revisited’, Forschungsberichte, vol. 63, aflevering 4 2010 161-162
552. Deze analyse is volledig gebaseerd op het artikel van Van Os; Van Os, H., ‘Simone Martini’s Annunciation Revisited’, Forschungsberichte, vol. 63, afleverring 4 2010 162
553. The restoration of Pontormo’s Deposition  By arttrav on Sep 5, 2017  Zie voor andere literatuur over de Capponi kapel voetnoot 470