De drie bronzen deuren van het Baptisterium ofwel de San Giovanni en de competitie in 1401 voor het tweede paar deuren van het Baptisterium.

Baptisterium
Baptisterium Florence

Foto: Jack Seikaly

De eerste deur van Andrea Pisano
1330-1336
Baptisterium
zuidzijde
Baptisterium zuidzijde deuren Andrea Pisano Florence

 

Het besluit om de bronzen deuren te gieten

De derde belangrijke beeldhouwer, Andrea Pisano, uit het trecento kwam ook al niet uit Florence (voor de architectuur van het Baptisterium klik hier). Hij is waarschijnlijk opgeleid in Pisa. Er is van de periode vóór 1330 nauwelijks iets over deze kunstenaar bekend. Hij maakte de eerste van de drie bronzen deuren voor het Baptisterium. Andrea Pisano kreeg de opdracht van het rijke wolgilde: het Calimala. Hij wordt in 1330 voor het eerst vermeld in de bronnen als maestro delle porte. Oorspronkelijk wilde het wolgilde aldus een document uit 1329 gewoon houten deuren bekleden met verguld roodkoper of een ander metaal.Enige jaren later wordt dan toch het besluit genomen om de deuren geheel van brons te maken. Florence moest immers steden als Pisa of Venetië overtreffen. De goudsmid, Piero di Jacopo, wordt erop uitgestuurd om tekeningen van de bronzen deuren in Pisa te maken. Deze deuren uit de tweede helft van de twaalfde eeuw van Bonanno waren voor die tijd een ongekend technisch hoogstandje.

‘In het voornoemde jaar 1330 werd begonnen met het vervaardigen van de metalen deuren voor de Doopkapel, zeer schoon en van wonderbaarlijk vakmanschap en kosten; en ze werden gevormd in was en vervolgens schoongemaakt en de figuren werden verguld door meester Andrea Pisano, en geworpen werden ze in het vuur van de oven door Venetiaanse meesters. En wij, die dit schrijven, waren door het gilde van de Calimala, dat het toezicht had op de bouw van de Doopkapel, officieel belast met het doen uitvoeren van voornoemde werken.’

Aldus Giovanni Villani in zijn Chronica. Geciteerd uit: Antonio Paolucci, ‘Het ontluiken van de Renaissancekunst De deuren van de Doopkapel te Florence’, Gallenbach, Baarn, 1996 blz. 8.

bronzen deuren
Duomo
Pisa
mouseover

Bonanno bronzen deuren Duomo Pisa

De eerste deur Andrea Pisano (nu zuidzijde)

Ook moest Jacopo op zoek gaan naar de beste bronsgieters die er in die tijd te vinden waren. In Venetië, dat bekend stond om zijn grote kennis van het brons gieten, werd ene Leonardo d’Avanzo gevonden. Onder zijn leiding en met vaklieden uit Venetië zijn de panelen en de deuren uiteindelijk gegoten. Trouwens zo is ook het mozaïek in de koepel van het Baptisterium door ambachtslieden uit Venetië gemaakt. In Florence had men immers geen ervaring met het gieten van zulke grote deuren. Bekend is nog uit de bronnen dat er een gietfout gemaakt is, want ‘de deuren waren zo krom, dat ze niet gebruikt konden worden’.8  De wasmodellen voor deze deur had Andrea Pisano al in 1330 voltooid en zes jaar later werd het gietwerk gedaan. Het frame en de panelen zijn apart gegoten zoals dit aan de achterzijde goed te zien is. Voor meer afbeeldingen van de deur Pisano zie Wikipedia.

deur van Andrea Pisano
gesloten deur
zuidzijde

 Andrea Pisano deur Baptisterium Florence

foto: dvdbramhall

De reliëfs zijn later in de omlijsting gemonteerd. De veertiende-eeuwse kroniekschrijver, Simone della Tosa, beschreef in 1336 de inwijding van deze deur als volgt:

‘Heel Florence liep te hoop om de bronzen deur te zien welke Andrea Pisano vervaardigd had voor de Doopkapel en die in de middelste toegang geplaatst werd [later overgebracht naar de zuidzijde]. De Signoria, die gewoonlijk nooit het palazzo verliet, behalve op de belangrijkste feestdagen, kwam om haar te zien oprichten, samen met de ambassadeurs van de beide Kronen van Napels en van Sicilië, en ze schonk aan Andrea als beloning voor zijn inspanningen het burgerschap van Florence [later mocht Andrea Pisano nog aan de Campanile werken].’

Aldus Tosa, geciteerd uit: Antonio Paolucci, ‘Het ontluiken van de Renaissancekunst De deuren van de Doopkapel te Florence’, Gallenbach, Baarn, 1996 blz. 27.

Pisano signeerde de deurvleugels anno 1330 met de woorden: Andreas: Ugolini: Nini: de: Pisis: me: fecit: A: D: M: CCC: XXX ofwel ‘Andrea zoon van Ugolino Nino uit Pisa heeft me gemaakt in het jaar des Heeren 1330’

Ghiberti zal bij zijn deuren het verhaal van links naar rechts over de beide vleugels door laten lopen. Gewoonlijk werden de verhalen uit het Oude Testament van boven naar onderen gerangschikt. Scènes uit het Nieuwe Testament daarentegen werden van onderen naar boven geordend. Pisano houdt zich hier echter niet aan. Hij rangschikt het verhaal van boven naar onderen en dat terwijl de geschiedenis van Johannes de Doper in het Nieuwe Testament beschreven wordt. (klik hier voor een overzicht van de panelen met de scènes). Door dit te doen wordt waarschijnlijk duidelijk gemaakt dat Johannes gezien moet worden als de profeet van de oude wet en als voorloper van Christus. De panelen zijn van brons, maar het landschap, de figuren en de inscripties op de deuren zijn verguld. Voor vele afbeeldingen van de deur van Pisano zie Wikipedia.

Uitzondering in de reeks van verhalende panelen is ‘de Geboorte van Johannes de Doper.’ Elisabeth, de moeder van Johannes, ligt op haar bed en kijkt naar de vrouwen die haar pasgeboren kind wassen. Het bed waarop Elisabeth ligt, is ongeloofwaardig ten opzichte van de vloer. Uit deze ongelukkige ruimtebehandeling die in de andere panelen niet te zien is, wordt vaak afgeleid dat Pisano vermoedelijk als eerste met ‘de Geboorte van Johannes’ begonnen is en al doende veel heeft bijgeleerd.9

Pisano
Geboorte van Johannes
groot formaat
Baptisterium Pisano Geboorte van Johannes

In ‘Johannes doopt de heidenen’ giet de gebogen Johannes water over het hoofd van een half naakte, knielende en voorovergebogen heiden. Dez

e scène heeft weinig diepte. Het landschap wordt met enkele eenvoudige elementen zoals een rotspartij, een boom, een struik, enkele plantjes en een toekijkende vogel overtuigend weergegeven. Het verhaal is in één oogopslag leesbaar. Door gebaren, houdingen en blikrichtingen wordt het oog van de kijker gestuurd en het verhaal verteld. Dit geldt grosso modo ook voor de overige verhalende scènes. De plooien in de draperieën van de verschillende figuren zijn allemaal verschillend.

Andrea di Pisano 'Johannes doopt de heidenen' deuren Baptisterium

Wel heel anders dan Bonanno dit in de twaalfde eeuw bij zijn reliëfs in de deuren van de Duomo te Pisa deed zoals je dit hieronder kunt zien.

Bonanno Duomo Pisa

Als je de gewaden die de figuren van Bonnona dragen, vergelijkt met die van Pisano, zie je een enorm verschil. Bij Pisano zijn de draperieën veel overtuigender en krijg je meer de indruk, hoe gebrekkig nog ook, dat er zoiets als een lichaam onder de kleren aanwezig is. Bovendien is het ritme van de plooien bij elk figuur van Pisano verschillend dit in tegenstelling tot de figuren van Bonanno. Hiermee is niet gezegd dat Pisano tot de Renaissance gerekend kan worden. Zo gebruikt hij voor zijn figuren vaak dezelfde neus of baard waardoor sommige mensen in de verschillende reliëfs wel heel sterk op elkaar lijken.

De invloed van Giotto op Andrea Pisano’ deur

Er is een duidelijk verband tussen het werk van Pisano aan de deuren en de fresco’s van Giotto (Web Gallery of Art) in de Peruzzi-kapel (Santa Croce).10  Niet alleen wat de stijl betreft, maar zelfs wat betreft het onderwerp zoals bij de naamgeving van Johannes de Doper.

Pisano en Giotto
Johannes de Doper
mouseover
Pisano en Giotto
Peruzzi kapel
mouseover
Andrea di Pisano Salome biedt het hoofd van Johannes de Doper aan deuren Baptisterium

Andrea di Pisano Johannes krijgt zijn naam deuren Baptisterium

Het interieur wordt door Giotto en Pisano met enkele eenvoudige elementen, een soort poppenhuisje en spaarzame details zoals een stoel, doeltreffend aangeduid. Door gebaren en houdingen wordt de gebeurtenis direct duidelijk. De figuren hebben de nodige volumes en zijn overtuigend gemodelleerd. Voor de deugd, Spes, heeft Pisano de figuur die Giotto in de Arenakapel in Padua schilderde overgenomen.

Andrea Pisano
Spes Hoop
Giotto
Spes
Padua
Andrea Pisano Spes (hoop) deuren Baptisterium

Giotto was de uitvinder van de wet van Apelles zoals te lezen is bij het onderdeel over de schilderkunst in Florence. Wel heel anders dan de figuren van Bonanno zoals hieronder te zien is.

Bonanno bronzen deuren Duomo Pisa

Bij het reliëf van ‘de Doop van Christus door Johannes’ is een opmerkelijk lichaam van Christus te zien. Een naakt bovenlichaam, voor het eerst sinds duizend jaar, dat zo uit de klassieke tijd lijkt te zijn gewandeld omdat het zo levensecht aandoet. De echte anatomische perfectie zou echter pas op het einde van de vijftiende eeuw begrepen worden door een beeldhouwer als Michelangelo.11

Andrea Pisano
Doop van Christus
detail
 Andrea Pisano Doop van Chrisrus Baptisterium deur detail

De omlijsting van de deur van Pisano is later door het atelier van Ghiberti aangebracht in een stijl die ver verwijderd is van die van de maker van de eerste deur: Andrea Pisano (Wikipedia: omlijsting deur Pisano).


De competitie in 1401 voor het tweede paar deuren van het Baptisterium

De eerste deur was het resultaat van een competitie, maar niet zozeer tussen kunstenaars maar tussen steden. Bonanno’s bronzen deuren uit 1186 van de kathedraal van Pisa moesten overtroffen worden. Zo was na het begin van de nieuwe Duomo in Florence de rivaal Siena ook begonnen met de bouw van een nog grotere kathedraal. In de vijftiende eeuw werd de onderlinge concurrentie tussen de steden steeds meer een strijd tussen individuele kunstenaars. Daarnaast beconcurreerden de gilden en andere organisaties elkaar ook. Terwijl het gilde van de handelaren, Arte di Calimala (gilde van wolhandelaren), de deuren voor het Baptisterium had besteld, gaf het, Arte della Lana (gilde van wolbewerkers), opdracht voor de decoraties van de Porta della Mandorla bij de Duomo.

1. Video Brunelleschi en Ghiberti
2. Video Khan Academy  Ghiberti en Brunelleschi en de competitie  1401 (5.24 minuten)

In 1401 schrijft het Arte di Calimala een prijsvraag uit. De kunstenaar die het beste werkstuk wist te maken zou de opdracht voor het tweede paar deuren van het Baptisterium krijgen. Het onderwerp was het offer van Izaäk. Zo’n thema betekende dat de kunstenaar van alle markten thuis moest zijn. Hij moest niet alleen mensen kunnen weergeven, maar dieren, landschap en niet te vergeten een overtuigend verhaal in een goed leesbare vorm maken. In zijn, ‘I Commentarii’, noemt de schrijver, kunstenaar en de uiteindelijke winnaar, Lorenzo Ghiberti, zes van de zeven mededingers die aan de wedstrijd meededen: Filippo Brunelleschi, Symone da Colle (Simone da Colle), Nicholò d’Areco, Jacopo della Quercia, Francesco di Valdombrina en Nicholò Lamberti.12

 

Lorenzo Ghiberti   Brunelleschi
Lorenzo Ghiberti portret  Brunelleschi portret

De jury, die een oordeel moest vellen over de inzendingen bestond uit vierendertig belangrijke Florentijnen: zij moesten een keus uit de zeven reliëfs maken. Twee reliëfs vielen direct op: één van Brunelleschi en het andere van Ghiberti. Beide reliëfs zijn nog bewaard gebleven en te zien in het Bargello, waar ze naast elkaar hangen (vergelijking reliëfs vanuit de zijkanten). De andere vijf proefpanelen zijn waarschijnlijk omgesmolten. De jury koos uiteindelijk voor Lorenzo Ghiberti. Toch was er wel bewondering voor het werk van Brunelleschi als we de biograaf van de kunstenaar, Manetti, mogen geloven, want hij schrijft dat alle juryleden:

‘stonden verbaasd over de moeilijkheden die hij zichzelf had opgelegd: de houding van Abraham, de positie van diens vinger onder Izaäks kin, zijn vastberaden beweging, zijn kleding en wijze van uitbeelding, en het tengere jongenslijf van Izaäk; en de uitbeelding en draperieën van de Engel en diens houding en manier waarop hij Abrahams hand greep; en de pose en de manier van uitbeelden en de verfijndheid van de man die een doorn uit zijn voet verwijdert en ook van de andere man die vooroverbuigt en drinkt.

Brunelleschi Het offer van Isaak prijsvraag 1401

Ze stonden verbaasd over zoveel moeilijkheden in die figuren en hoe goed die figuren in het geheel functioneerden […]

Manetti, di, A, ‘The life of Brunelleschi’, Pennsylvania State University Press, University Park and London, 1970 (regels) 277-285.

Brunelleschi
Brunelleschi and Ghiberti (foto: E.J.Duckworth)
offer van Izaäk

Brunelleschi Het offer van Isaak prijsvraag 1401 voor deur Baptisterium Bargello

 

Ghiberti
Ghiberti and Brunelleschi (foto: E.J.Duckworth)
offer van Izaäk
Ghiberti Ghiberti offer van Izaäk

De moeilijkheden waar Manetti over schrijft, worden in die tijd hogelijk gewaardeerd. Het was een manier om andere kunstenaars te overtreffen.13 Wat dit betreft is er al sprake van het begin van de Renaissance. Hoewel Ghiberti en ook Brunelleschi gebruik maken van voorbeelden uit de Oudheid zoals de doorntrekker en het naakte bovenlichaam van Izaäk (gebaseerd op een klassieke torso  van een centaur Metropolitan NY), is er nog niet sprake van een echte nieuwe stijl: de Renaissance.

Ghiberti
offer van Izaäk
detail
Ghiberti offer van Isaak detail Bargello
Brunelleschi
offer van Izaäk
detail
Brunelleschi offer van Izaak detail Bargello

Bij de definitieve keus voor het paneel van Ghiberti heeft waarschijnlijk ook de hoeveelheid brons een rol gespeeld. Het winnende reliëf woog, maar liefst zeven kilo minder dan dat van Brunelleschi. Dit zullen we op de dag dat we het Bargello bezoeken nog kunnen zien. Enkele originele panelen van Ghiberti’s tweede deur, de Paradijsdeur, zijn in het Museo dell’Opera del Duomo ook aan de achterkant te bekijken. Dan kun je zien hoe handig Ghiberti zoveel brons uitspaarde. Op de gehele deur met achtentwintig panelen is een aanzienlijke besparing bereikt van een kleine tweehonderd kilo brons.

Brunelleschi
offer van Izaäk
achterzijde
Brunelleschi offer van Izaäk achterzijde baptisterium Florence

bron: ARTSTOR

Ghiberti
offer van Izaäk
achterzijde
Ghiberti offer van Izaäk achterzijde baptisterium Florence

bron: ARTSTOR

Volgens Ghiberti werd hij door alle juryleden en mededingers unaniem als beste aangewezen.14 Lorenzo Ghiberti beschrijft in zijn, I commentarii, de uitslag van de competitie als volgt:

‘Mijn mededingers waren: Filippo di Ser Brunellesco, Symone da Colle, Nicholò d’Areco, Jacopo della Quercia da Siena, Francesco di Valdombrina en Nicholò Lamberti. Met zijn zessen zouden we voornoemde proeve [offer van Izaäk] afleggen, waarmee we zouden aantonen dat we het grootste deel van de beeldhouwkunst beheersten. Alle deskundigen en allen die met mij samen de proeve hadden afgelegd kenden mij de overwinningspalm toe. Met algemene stemmen, zonder één uitzondering, werd mij de glorie verleend. Allen waren van mening dat ik de anderen was voorbijgestreefd, zonder één uitzondering en na zeer rijp beraad en onderzoek van bekwame mannen. De kerkvoogden van voornoemd bestuur wilden hun oordeel eigenhandig opschrijven –het waren zeer bekwame mannen, waaronder schilders en goud-, zilver- en marmerwerkers. De beoordelaars waren er vierendertig in getal, uit de stad en uit de omliggende gebieden: allen onderschreven de victorie te mijnen faveure, consuls en kerkvoogden en het gehele koopmansgilde dat de tempel van Johannes de Doper [Baptisterium] bestuurt. Er werd bepaald dat ik de toestemming kreeg om voornoemde bronzen deur voor voornoemde tempel te maken. En dat deed ik, met grote ijver.’

Geciteerd uit: René van Stipriaan, ‘De jacht op het meesterwerk Ooggetuigen van twintig eeuwen kunstgeschiedenis’, Athenaeum-Polak&van Gennep, Amsterdam 2010 blz. 45-46

Vasari, die Donatello ten onrechte nog opvoert als één van de kunstenaars die meedeed aan de competitie, bevestigt dit voor de mededingers want:

‘Filippo [Brunelleschi] en Donatello [vonden] dat alleen dat van Lorenzo voldeed, en ze waren van mening dat hij geschikter was voor dit werk dan zij of dan de anderen die een tafereel hadden ingeleverd. Dus gingen ze naar de consuls en met goede redenen overtuigden ze hen ervan dat ze hun opdracht bij Lorenzo [Ghiberti] moesten plaatsen, waarbij ze aantoonden dat zowel de publieke als de persoonlijke zaak daarbij het best zou zijn gediend; en hiermee lieten ze zien dat ze echte vrienden waren, met talent vrij van afgunst, en met een gezonde zelfkennis, [..]’

Giorgio Vasari, ‘De levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, deel 1, 1992 blz. 162 (oorspronkelijke uitgave 1568).

De biograaf van Brunelleschi, Manetti, heeft echter een heel ander verhaal. Volgens Brunelleschi was er met de competitie geknoeid. Manetti schrijft dat de jury verdeeld was en geen keus kon maken tussen de twee reliëfs. Beide kunstenaars zouden de opdracht voor de deuren krijgen. Mocht Brunelleschi hier niet mee akkoord gaan dan dreigde de opdracht aan Ghiberti toegewezen te worden.15 Daar het rapport van de jury verloren is gegaan, zullen we nooit weten wie gelijk heeft: Ghiberti en Vasari of de biograaf van Brunelleschi.

Toch is de keuze van de jury wel begrijpelijk al was het alleen maar vanwege de flinke besparing van brons. Waarschijnlijk speelde bij de keus voor Lorenzo Ghiberti ook nog mee dat deze kunstenaar een atelier had dat als degelijk en betrouwbaar gold.16  Zo heeft Ghiberti zijn paneel, op de figuur van Izaäk na, in één keer gegoten.17 Brunelleschi heeft zijn paneel in zeven aparte delen gegoten. Het verschil in stijl zal zeker ook een belangrijke rol in de overwegingen van de juryleden hebben gespeeld.

Het paneel van Brunelleschi is duidelijk anders dan dat van zijn rivaal. Brunelleschi is opvallend realistisch. Zo gaat er een sterke dreiging uit van Abraham. Je blijft in het ongewisse of de dolk het lichaam van zijn zoon, Izaäk, zal doorboren, ondanks de hand van de engel die de arm van de vader al stevig omklemt. Heel anders dan het werk van Ghiberti waar op het eerste gezicht al duidelijk is dat de reddende engel het offer zal voorkomen. Bovendien heeft Brunelleschi zijn realisme in de ogen van de jury misschien wel wat erg ver doorgevoerd. Zo heeft hij twee figuren gemaakt, die zich absoluut niet bewust zijn van wat er zich afspeelt. De een haalt een doorn uit zijn voet (gebaseerd op een beroemd klassiek beeld), terwijl de ander vooroverbuigt en drinkt.

Zelfs het schaap nabij Izaäk krabt met de achterpoot aan zijn kop. Het werk van Ghiberti daarentegen maakt een wat elegantere indruk zoals dit ondermeer in de plooien van de mantel te zien is. Toch gebruikt Ghiberti ook wel realistische details zoals de beide figuren links op de voorgrond die de ezel een zadel opbinden. Opvallend is wel dat Abrahams kleed een duidelijk gotische dus meer decoratieve plooival heeft, terwijl het naakte lichaam van zijn zoon zo uit de Oudheid zou kunnen komen.18

Naar de volgende bladzijde