De twee cantorie: Luca della Robbia en Donatello Museo dell’Opera del Duomo 4/4

We gaan nu twee cantorie bekijken: één van Donatello en de ander van Luca della Robbia.56 Een cantoria is een galerij of zangkoor voor muzikanten en zangers.

cantoria
Luca della Robbia
op de tegenoverliggende wand
cantoria
Donatello
oude opstelling
huidige opstelling
 cantoria Luca della Robbia op de tegenoverliggende wand cantoria Donatello Opera dell Duomo

De twee hangen in dit museum tegenover elkaar zodat we ze goed kunnen vergelijken, maar helaas niet op de oorspronkelijke hoogte. In 1443 kreeg Luca della Robbia de opdracht voor een cantoria. Later in hetzelfde jaar wordt Donatello gevraagd om een tweede zangkoor te maken. De zangbanken kwamen boven de deuren van de sacristieën in de Duomo: één aan de zuidzijde en de ander (Luca della Robbia’s) aan de noordzijde. In 1688 zijn de zangkoren verwijderd. Er was plaats nodig voor een groot muziekgezelschap bij het huwelijk van groothertog Ferdinand. De cantorie werden uit elkaar gehaald en opgeslagen om plaats te maken voor een groot houten podium. De hertog had immers een flink aantal zangers, honderd, en muzikanten nodig. De marmeren cantorie raakten in vergetelheid. Pas in het begin van de twintigste eeuw zijn de zangbanken weer in elkaar gezet en in het Museo dell ’Opera del Duomo geplaatst. Helaas waren er enkele onderdelen verdwenen zoals een deel van de kroonlijst bij het zangkoor van Luca della Robbia. Delen van de kroonlijst zijn nog gebruikt voor kleine restauraties in de Duomo.57 Bij Bluffton University zijn twee bladzijden met prachtige afbeeldingen van de cantoria van Luca della Robbia en één van Donatello te zien.

 

Luca della Robbia’’s cantoria

Luca della Robbia
twee zijden
mouseover

Luca della Robbia cantoria

Robbia kreeg als eerste in 1431 de opdracht voor een zangkoor. Op zijn cantoria staat op kroonlijst en de twee andere lijsten de tekst van psalm 150 die als volgt luidt:

‘Hallelujah Looft God in zijn heiligdom,
Looft Hem in zijn machtig uitspansel.
[……] Looft Hem met bazuingeschal
Looft Hem met harp en citer
Looft Hem met tamboerijn en reidans,
looft Hem met snarenspel en fluit,
Looft Hem met klinkende cimbalen,

mouseover
Luca della Robbia cantoria detail

looft Hem met schallende cimbalen
Alles wat adem heeft, love de Here
Hallelujah’

Hier te beluisteren

Als je de tien panelen (twee zijpanelen en acht aan de voorzijde) van Luca’s cantoria goed bekijkt, zie je dat hij zich houdt aan de tekst van psalm 150. Er wordt gezongen en gespeeld met cimbalen, bazuinen en fluit, ja zelfs gedanst. De panelen aan de bovenzijde worden geflankeerd door gepaarde en gecanneleerde Ionische pilasters. Luca della Robbia was op het moment dat hij aan het cantoria begon dertig jaar en had net als Donatello Rome bezocht en de klassieke sculptuur bestudeerd. De reliëfs van sarcofagen uit de Oudheid hebben duidelijk invloed gehad op Luca, maar ook op Donatello. De beide reliëfs aan de zijkanten zijn het eerste gehakt.58

Als je nauwkeurig kijkt, kun je zien dat Luca della Robbia hier nog niet echt perfect beeldhouwt. Zo zijn de twee armen van de op de voorgrond zingende jongens wel erg lang. Bovendien zijn de voeten van de twee achterste figuren nou niet bepaald overtuigend geplaatst als je dit vergelijkt met de posities van hun lichamen. Daarnaast heeft de figuur rechts op de achtergrond geen deel aan het geheel.

Luca della Robbia cantoria zingen

In hetzelfde jaar dat Luca della Robbia aan zijn cantoria begon, kreeg Donatello de opdracht voor het tweede zangkoor. Donatello was zich er terdege van bewust dat sculptuur op een afstand nog goed te zien moet zijn. De beide zangkoren kwamen immers boven de deuren van de sacristieën in de Duomo, waar nu de orgels zijn. Donatello hakte veel dieper in het marmer. Dit nu neemt Luca ook over zoals je goed kunt zien als je de verschillende reliëfs van Robbia met elkaar vergelijkt. De wijze waarop Donatello de onstuimig dansende kinderen weergeeft, heeft indruk gemaakt op Luca della Robbia.

Kijk maar eens bij de twee buitenste en bovenste panelen aan de voorzijde. Met name bij het linkerpaneel wordt wel duidelijk hoe hij beïnvloed is door Donatello. Hier zijn trompetters weergegeven met in het midden drie vrolijk en wild dansende kinderen. Het zijn deze dansende kinderen die sterk doen denken aan wat Donatello weergeeft in zijn cantoria dat op de tegenoverliggende wand hangt. Toch is aldus Pope-Hennessy het juist dit paneel dat laat zien hoe verschillend de stijl van beide kunstenaars is. Della Robbia kadert de bewegelijkheid van de middelste drie dansende meisjes binnen een strak en statisch kader van horizontalen en verticalen in: de trompetters en hun instrumenten.59

Luca della Robbia cantoria

Een ander opvallend verschil tussen de beide cantorie is dat bij Robbia het onderwerp van alle panelen wel hetzelfde is, maar dat elk paneel op zich een geheel eigen wereld vormt. Bij Donatello daarentegen is er sprake van één doorlopend reliëf: een fries met uitbundig dansende, zingende en musicerende kinderen.

Donatello
groot formaat
Donatello cantoria detail

 

Donatello’’s cantoria

Donatello was in het jaar dat hij aan het cantoria begon vijftig jaar en was teruggekeerd uit Rome. Hier had hij natuurlijk onder meer de klassieke sculptuur goed bestudeerd. Beide cantorie zijn gebaseerd op klassieke reliëfs van Romeinse sarcofagen. Sommige figuren van Robbia zijn zelfs te herleiden tot kunstwerken uit de Oudheid.60 Robbia combineerde deze klassieke voorbeelden wel met een studie naar het leven. Voor Donatello waren de klassieke reliëfs op de sarcofagen niet zozeer een bron waaruit hij putte, maar veeleer iets wat hij wilde overtreffen. De figuren op het tweede plan, de achtergrond, zijn bij klassieke sarcofagen vaak nogal arbitrair in verhouding tot die op de voorgrond. Bovendien is de beweging van de figuren ook niet altijd overtuigend. Bij Donatello zijn de verhoudingen van de figuren zeer realistisch en worden de bewegingen op een natuurlijke wijze weergegeven.

Sommige onderdelen van Donatello’s zangkoor zijn te herleiden tot klassieke bronnen. De kroonlijst is gebaseerd op de tempel van Concordia en de thermen van Agrippa. De draagstenen zijn afgeleid van het Forum van Nerva en wederom de tempel van Concordia. Delen van de fries, direct onder de dansende kinderen, zijn te herleiden tot Etruskische antefixen.61

 

Dit geldt niet voor de engelen. Donatello was meer geïnteresseerd in een stijl dan in concrete voorbeelden die hij kon gebruiken. De lauwerkransen die Donatello zijn engelen meegeeft, stammen natuurlijk uit de klassieke tijd, maar nu zijn het geen zegekransen meer. De uitbundige, vrolijke, ja bijna wilde wijze waarop de kinderen zingend en dansend worden weergegeven doet denken aan een optocht van het gevolg van Bacchus. Het spreekt natuurlijk voor zich dat het hier niet de Griekse god van de wijn is, maar Christus. Het zangkoor is immers gemaakt voor de Duomo.

Er wordt vaak gezegd dat het cantoria van Donatello geen begin noch einde heeft, als ware het een schildering op een Griekse vaas. Dit is aldus Pope-Hennessy onjuist. Net als bij menig klassieke sarcofaag is er aan het einde een afsluitende figuur.

Rechts bijvoorbeeld heeft Donatello een figuur geplaatst met trompet die naar binnen is gericht.62

Donatello
cantoria
zijkant
Donatello cantoria

Het verhaal dat Donatello beeldhouwt, kent een ritme van verschijnen, verdwijnen en weer opnieuw tevoorschijn komen achter een scherm met zuiltjes. Kwam Donatello misschien op dit idee toen hij door een loggia liep? Het is volstrekt uniek, er zijn hiervan geen voorbeelden te vinden in de Oudheid, noch in de geschiedenis van de Italiaanse kunst.

De fries met putti is eens losgehaald en gefotografeerd. Dan blijkt dat de putti sterk van houdingen wisselen. Het dansen is meer spontaan dan choreografisch.63 Bovendien is er ook nog een tweede rij achter de eerste die in tegenovergestelde richting loopt. De putti houden elkaar bij de hand of de arm vast. Het geheel werkt verwarrend, maar wordt in balans gehouden door het ritme van de gepaarde zuilen.

Een vergelijking tussen de twee cantorie

Volgens Vasari was het zangkoor van Donatello beduidend beter. Zo schrijft hij in het leven van Luca della Robbia:

‘[…] op de onderbouw van dit orgel bracht Luca enige taferelen aan van zijn zangkoren die op verscheidene manieren aan het zingen zijn; hij deed hier zo zijn best op en slaagde zo goed in zijn bedoelingen dat men gewaarwordt, hoewel het zich zeventien el boven de grond bevindt, hoe de kelen van de zangers zwellen en hoe de koorleider met zijn handen op de schouders van de kleineren de maat slaat, kortom, allerlei soorten klanken, gezang, dans en andere aangename bezigheden die hetgenoegen van de muziek uitmaken.’ [……] ‘hoewel Donatello, die later het ornament voor het andere, zich hiertegenover bevindende orgel vervaardigde, in het zijne met veel meer inzicht en ervaring te werk ging dan Luca had gedaan, zoals te bestemder plaatse ter sprake zal komen: Donatello namelijk voerde zijn werk welhaast schetsmatig uit, en niet

groot formaat
mouseover

Donatello cantoria detail

gladgepolijst, opdat het –wat inderdaad het geval is vanuit de verte veel beter zou uitkomen dan dat van Luca; want hoewel Luca’s werk zorgvuldig en naar goed ontwerp is vervaardigd, is het niettemin zo gepolitoerd en tot in details uitgewerkt dat het oog dit alles vanuit de verte niet meer onderscheidt en het niet zo goed waarneemt als het werk van Donatello, waarvan de vormen slechts zijn aangeduid.’

Giorgio Vasari, ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I blz. 117 (oorspronkelijke uitgave 1568).

Donatello zou dus bewust zijn werk ruw hebben afgeleverd.64 Donatello’s cantoria heeft zoals reeds beschreven indruk gemaakt op Della Robbia. Zijn werk veranderde onder invloed van Donatello.

Het zangkoor van Luca della Robbia is niet alleen fijner afgewerkt, maar hij gebruikt ook geen kleuren, terwijl je bij Donatello op de achtergrond van de fries met de putti juist wel rode en goudkleurige steentjes vindt. Bovendien doet het werk van Robbia statisch aan in vergelijking met de reliëfs van Donatello. Het hakwerk van Donatello is veel vrijer en gaat ook dieper dan dat van Robbia. Sommige benen en armen zijn door Donatello voor een groot deel uitgehakt, waardoor er een schaduw op het achterliggende mozaïek valt. Als je dit vergelijkt met de twee bovenste en middelste panelen van Robbia zie je hoe groot de verschillen zijn. Tenslotte is de benadering van Donatello in vele opzichten aardser. Zo staan de putti niet op wolken, maar op grond die bedekt is met fruit en eikels.

Het roosvenster en de cantorie

De twee cantorie zijn in dezelfde periode in opdracht gegeven als het roosvenster in de Duomo van Donatello. Volgens Kauffmann zijn het roosvenster en de twee zangkoren op elkaar afgestemd.65 De gebruikelijke dansende en muziekmakende engelen bij de Hemelvaart en Kroning van Maria zijn in Donatello’s roosvenster niet aanwezig, maar wel in de reliëfs van de cantorie. Deze twee onderwerpen op de hoofdas en boven het hoofdaltaar van de kerk passen heel goed bij een kathedraal die gewijd is aan Maria. De naam Santa Maria del Fiore betekent immers ook: de heilige Maria van de bloemen. Daarnaast zie je bij het cantoria van Donatello bloemen en bladeren op de grond liggen waar de putti overheen lopen en houden zij een bloemenkrans vast. Bij Robbia houdt een danser een roosblad in zijn hand, een andere putti is tamboerijnspeler en een ‘drummer’ heeft een roos in zijn haar.

Donatello
roosvenster
diameter 380 cm
1434-1337
Duomo
Donatello roosvenster Duomo Florence

We lopen nog even door naar de ruimte waar enkele originele panelen van de Paradijspoort te zien zijn. Het aardige is dat ze in plexiglas zitten waardoor de achterzijde ook te zien is. Zo kun je alleen hier zien hoe handig Ghiberti veel brons uitspaarde, maar liefst zeven kilo per reliëf. Het verhaal over deze tweede deur van Ghiberti, de Paradijspoort, is reeds beschreven bij de deuren voor het Baptisterium. Klik hier voor dit verhaal.

Opstelling Ghiberti's reliefs Paradijspoort Opera dell Duomo

Op onze weg naar beneden komen we in een kleine kamer één van de laatste beelden van Michelangelo, ‘de Duomo Pietà’, tegen. We bekijken nog even een van de laatste beelden die Buonarroti gehakt heeft: een Pietà voor zijn eigen graf. De man die Christus vasthoudt, is de kunstenaar zelf. Het aardige van dit museum is, dat je nog rondom deze beeldengroep kunt lopen.

foto: OKG

Aan de achterkant van de Pietà is wel heel duidelijk te zien waarom dit beeld naar de toenmalige maatstaven voor kunst mislukt is. Dit verklaart ook waarom Michelangelo het beeld stuk heeft geslagen zoals je aan de voorzijde kunt zien. Een flink deel van het been van de dode Christus is verdwenen. Niet hier, maar later bij het graf van Michelangelo in de Santa Croce zal de achtergrond van dit werk uit de doeken worden gedaan. Dit in verband met de chronologische ontwikkeling (de leidraad van dit verhaal) van de beeldhouwkunst. Wil je toch nu meer over deze Pietà van Buonarroti lezen: klik dan hier.

Michelangelo Buonarroti
Duomo Pièta
mouseover
Michelangelo Buonarroti Duomo Pièta

 

We verlaten de Opera del Duomo en gaan naar de Orsanmichele. Een gildengebouw dat erg belangrijk is geweest voor de ontwikkeling van de beeldhouwkunst in Florence

Orsanmichele

Orsanmichele florence

foto: Wikipedia

Naar de volgende bladzijde