De Orsanmichele en zijn beelden 1/3

 

Orsanmichele ingang 
Video Khan Academy Orsanmichele (4.52 minuten)
mouseover

Orsanmichele ingang Florence

foto: Wikipedia en lakikuchi

Dit gildengebouw is oorspronkelijk een kloostertuin met kerk geweest [orti di san Michele, orto = tuin]. In 1240 werd de kerk afgebroken.66 Op de vrijgekomen plek werd door Arnolfo di Cambio een hal met open arcaden voor een graanmarkt gebouwd. Op één van de pijlers van deze graanhal werd een schildering van de H. Michaël en Maria aangebracht als herinnering aan de oude kerk. Wat bleek nu: het fresco van Maria verrichtte allerlei wonderen.

Orsanmichele
hoek
Orsanmichele exterieur nissen Florence

Zodoende werd dit schilderij heel populair, er werden zelfs liederen (laudi) voor gezongen. Zo werd de graanhal niet alleen een plaats voor de handel en nog later een ruimte voor graanopslag, maar ook een oratorium: gebed- en zangplaats. Door een brand werd de open hal van Cambio in de as gelegd. Het stadsbestuur besloot tot de bouw van een nieuwe graanmarkt.

Orsanmichele
Orsanmichele facade hoek Florence

foto: Steven Zucker

Tussen 1337 en 1350 werd de huidige drie verdiepingen tellende Orsanmichele gebouwd. Op de begane grond werd gehandeld en de andere verdiepingen werden als graanopslag gebruikt. Het graan werd van de bovenste verdiepingen ging door twee kokers, verborgen in pijlers, (rechts als je binnenkomt) naar de begane grond, waar het verkocht werd. In het pestjaar 1348 kreeg de broederschap van het oratorium 350.000 florijnen, meer dan Florence in één jaar aan inkomsten had. Dit geld werd als boetedoening – de pest werd als een straf van boven gezien – ondermeer voor de lijst van een beroemd altaarstuk gebruikt dat we binnen zullen bekijken en dat door Orcagna gemaakt is. In 1352 werd ook besloten om de handel in graan te verplaatsen en vanaf dat moment werd – tot op de huidige dag -de ruimte alleen nog als oratorium gebruikt. De lijst bevatte een oud schilderij waar een magische kracht vanuit ging. Tegen betaling kon de vreemdeling vroeger het gordijn voor dit altaarstuk even opzij laten schuiven om zo de kracht van het Mariabeeld te ondergaan. De Orsanmichele is de trots geweest van de gilden.

Het werk van Orcagna en Francesco da Sangallo in de Orsanmichele

We gaan eerst naar binnen om het beroemde schilderij even te bekijken, maar natuurlijk bekijken we vooral het tabernakel van Andrea di Cione, beter bekend als Andrea Orcagna, en een beeldengroep van Francesco da Sangallo.

Orsanmichele
interieur
mouseover
Orsanmichele interieur Florence

Foto’s: Miguel Calleja en mouseover Lance Griffin

Het originele schilderij dat wonderen verrichtte, is deels verbrand. Bernardo Daddi schilderde in 1347 een nieuw paneel van Maria. Als je binnenkomt, zie je rechts een tabernakel en links een altaar met daarop de beeldengroep: Anna-te-drieën. Het eerste dat we bekijken is het tabernakel van Orcagna met het schilderij van Daddi.

interieur
Orsanmichele

Orsanmichele tabernakel

foto: zioWoody

 

Orsanmichele tabernakel met paneel van Maria Florence

foto

In de zuidoosthoek staat het tabernakel dat tussen 1353 en 1359 gebouwd is. De balustrades komen uit 1366 en zijn voorzien van vele achthoekige reliëfs. Vier octagonale pijlers steunen een koepel. De voorzijde is in tegenstelling tot de achterkant open. Achter het fronton is een koepel die doet denken aan het oude ontwerp dat Neri di Fioravanti maakte voor de Duomo. Langs de onderzijde worden hexagonale reliëfs met scènes uit het leven van Maria afgewisseld met de deugden.

Tronende Maria met Kind
paneel Maria met kind tabernakel Orcagna Orsanmichele

foto: HEN-Magonza

Aan de achterzijde bij het reliëf van Maria signeerde de kunstenaar met: ANDREAS CIONIS PICTOR FLORENTIN(VS) ORATORII AR CHIMAGISTER EXTITIT HVI (VS) MCCCLIX Het grote reliëf, dat al even aan de orde gekomen is in een vergelijking met de Maria Hemelvaart van Nanni di Banco bij de Porta della Mandorla, is ook op de achterkant te vinden.67

Andrea Orcagna
groot formaat
Maria Hemelvaart
Andrea Orcagna Maria Hemelvaart Orsanmichele

Ghiberti schrijft in zijn, ‘I Commentarii,’ enthousiast over het tabernakel waarbij hij Orcagna prijst en de som van 86.000 gouden florijnen vermeldt.68

Velen hadden na hun dood, de Zwarte Dood, geld nagelaten voor het wonderbaarlijke schilderij van de Madonna dat wonderen verrichtte (meer lezen over de invloed van de pest op de kunst? Klik hier).

Het grote reliëf met de dood van Maria en de Hemelvaart heeft de typische kenmerken van een kunstwerk uit het midden van het trecento. Volgens Millard Meiss is er door de pest die in 1347 vernietigend toesloeg een terugval in de kunst ge weest. Die komt er in het kort op neer dat kunstenaars weer teruggrijpen op de kunst uit de twaalfde eeuw.69 Deze twaalfde-eeuwse kunst gaat uit van afbeeldingen als heilige tekens. Er is hierbij sprake van:

  • een strakke hiërarchie, waarbij dat wat heilig is groter wordt afgebeeld.
  • het gebruik van bladgoud.
  • figuren die vaak frontaal worden afgebeeld.
  • dat het menselijke grotendeels verbannen wordt en het realisme aanzienlijk afneemt.

Veel van deze kenmerken zijn te vinden in het grote reliëf op de achterzijde van het tabernakel. Zo is er bij de dood van Maria sprake van een nauwe ruimte waarbinnen de figuren wel erg dicht bij elkaar staan. Het effect van teveel mensen in een te kleine ruimte wordt nog eens versterkt doordat er nauwelijks een voorgrond te zien is.

Andrea Orcagna
Maria Hemelvaart
detail
onderzijde
Andrea Orcagna Maria Hemelvaart detail onderzijde graflegging Maria Orsanmichele

Aan de bovenzijde, waar Maria naar de Hemel gaat, heeft Orcagna vergulde en gekleurde marmerstukjes gebruikt. Van een realistische achtergrond is hier geen sprake.

De heilige Thomas ontvangt de gordel van Maria, net als bij het reliëf van Nanni di Banco bij de Porta della Mandorla, beeldde Orcagna dit ook af. Waarschijnlijk heeft Orcagna Thomas gebeeldhouwd omdat de hymnen die broederschap van de heilige Maagd hier zongen grotendeels over Thomas en de gordel gaan.70

Andrea Orcagna
Hemelvaart
detail
Andrea Orcagna Hemelvaart detail Orsanmichele

De twee figuren in de tweede rij geheel rechts bij de dood van Maria dragen geen klassieke gewaden, maar kleren uit de tijd waarin dit kunstwerk gemaakt is. Eén van de twee figuren is waarschijnlijk een zelfportret van de kunstenaar. Deze twee zijn groter dan de andere figuren, maar zijn ook veel overtuigender meer als echte individuen van bloed en vlees.

De boven- en onderzijde wordt verbonden door de Christusfiguur die in het midden achter de baar staat waarop Maria ligt. Christus omklemt met zijn linkerarm een kind. Dit stelt de ziel van Maria voor die opstijgt naar de hemel en hier zijn we aanbeland bij de bovenste scène van dit grote reliëf. Als na 1400 de Renaissance begint, wordt de Hemelvaart van Maria door Nanni di Banco bij de Porta delle Mandorla veel natuurgetrouwer weergegeven zoals we dit reeds gezien hebben.

Nanni di Banco
Maria Hemelvaart
detail
timpaan van de Porta della Mandorla
gehele timpaan
Nanni di Banco Maria Hemelvaart detail timpaan van de Porta della Mandorla Duomo

De terugval in kunst is inderdaad te zien bij het grote reliëf, maar dit geldt zeker niet voor alle sculpturen van dit tabernakel.71 Bij de balustrade zijn achthoekige reliëfs te zien. Enkele hiervan, zoals ‘de Annunciatie’ of ‘de geboorte van Jezus’ zijn heel overtuigend wat betreft de ruimtewerking en de reacties van de figuren op elkaar. Het hele iconografische programma van het tabernakel is trouwens ook allesbehalve pessimistisch zoals je zou verwachten in het midden van het trecento in Florence.

reliëf balustrade van het tabernakel
geboorte van Christus

reliëf balustrade van het tabernakel geboorte van Christus Orcagna Orsanmichele

 

Francesco da Sangallo
‘Anna-te-drieën
Francesco da Sangallo ‘Anna-te-drieën Orsanmichele

Tenslotte werpen we nog een blik op het altaar aan de andere kant. Hier staat een beeld van, ‘Anna-te-drieën’, van Francesco da Sangallo. Dit beeld is in één opzicht nogal bijzonder: het is namelijk uit één marmerblok gehakt en dat is geen sinecure. Michelangelo ontdekte dit ook toen hij vier figuren uit één blok hakte.

altaar
Kapel  Anna-te-drieën
altaar Kapel  Anna-te-drie Francesco da Sangallo Orsanmichele

Dit mislukte jammerlijk en uit woede sloeg hij zijn Pietà, die we nog in het Museo dell’ Opera del Duomo hebben gezien, stuk. Gezien de chronologische ontwikkeling van de beeldhouwkunst in dit verhaal komt de Anna-te-drieën later aan de orde en wel bij Michelangelo. Buonarroti stuitte op de grenzen van het hakken van meer figuren uit één blok. Mocht je dit verhaal nu toch willen lezen: klik dan hier. We gaan nu naar buiten om de beelden in de veertien nissen aan de buitenzijde van dit gildengebouw te bekijken.

De beelden in de nissen van de Orsanmichele 

De buitenzijde – de open arcaden werden al vrij snel dichtgemetseld – heeft tien pijlers. In elke hoekpijler kwamen twee nissen en in de anderen zes: één nis  per pijler, veertien in totaal dus. Het oudste beeld, ‘Maria met de roos’, van een onbekende beeldhouwer uit ca. 1399 is kenmerkend voor de Gotiek.

Orsanmichele
Orsanmichele facade nissen Florence

Maar het  schoot maar niet op met de andere beelden, zodat in 1406 besloten werd dat elke gilde die een beeld in één van de nissen mocht plaatsen na tien jaar dit recht  verspeeld had. Het gevolg was dat de gilden haastig op zoek gingen naar goede beeldhouwers en ook bereid waren om meer dan de gebruikelijke prijs te betalen.  We zullen een aantal beroemde beelden – de nissen zijn nu gevuld met replica’s – bekijken en bespreken.

Uitgang
van Orsanmichele naar Palazzo dell’Arte
blik vanuit Palazzo dell’Arte
mouseover
Uitgang van Orsanmichele naar Palazzo dell'Arte blik vanuit Palazzo dell'Arte

De beelden worden tegenwoordig gerestaureerd. Op de bovenste etage van de Orsanmichele is nu het museum van de Orsanmichele. Ingang bij de Via Arte della Lana en dan links bij deurtje in de hoekpijler. De uitgang gaat via het Palazzo dell’Arte. Alleen op maandag geopend gratis. Meer lezen en zien klik hier bij de officiële site van dit museum en over het Palazzo dell’Arte klik hier bij Wikipedia.

Uitgang van boog Orsanmichele naar Palazzo dell'Arte Florence

foto: xmeli554x

Palazzo dell’Arte della Lana

Palazzo dell’Arte della Lana trap Florence

 

Orsanmichele bovenste verdieping met de originele beelden

 

Orsanmichele bovenste verdieping met de originele beelden uit de nissen
mouseover
Orsanmichele bovenste verdieping met de originele beelden uit de nissen Florence

 

Orsanmichele
hoek Via Calimala en Via Lamberti
Via dei Calzaiuone
mouseover
Orsanmichele hoek Via Calimala en Via Lamberti Via dei Calzaiuone

Donatello heeft drie beelden voor de nissen gemaakt (Lodewijk van Toulouse werd later verwijderd voor een beeld van Verrocchio), net als Ghiberti en Nanni di Banco. Verder hebben Lamberti, Baccia da Montelupo, Ciuffagni en Giambologna elk één beeld gemaakt.72 Klik hier voor een plattegrond met een overzicht van de nissen, de beelden en de beeldhouwers.

foto’s: mberry en Ray Streeter


Madonna della Rosa 

We lopen eerst de Via de’Lamberti in. Hier is het oudste beeld te zien. De ‘Madonna della Rosa’ geheel in de stijl van de Gotiek zoals we dit al bij de eerste deuren van het Baptisterium hebben gezien bij het werk van Andrea Pisano. Het gilde van artsen en apothekers had dit beeld voor hun nis besteld. De frontale houding van Maria, de proporties van haar lichaam, de plooien in het gewaad, zijn niet natuurlijk. Dit geldt niet voor de houding van het kind Jezus. Hier zie je al wat menselijks in doorschemeren, iets waar Giotto mee begonnen is. Als je deze Madonna met kind als uitgangspunt neemt, kun je prachtig zien hoe de beeldhouwkunst zich in de eerste helft van de vijftiende eeuw razendsnel ontwikkeld heeft.

Nis met Maria en Kind
origineel
inzoomen
mouseover

Orsanmichele nis met Nis met Maria en Kind Madonna della Rosa

Drie bronzen beelden van Ghiberti voor de nissen van de Orsanmichele: Johannes de Doper, Mattheüs en Stefanus

We lopen nu de hoek om en staan dan in de drukke winkelstraat: de Via dei Calzaiuoli. Aan deze korte zijde van de Orsanmichele zie je bij de linkerhoekpijler het eerste levensgrote vrijstaande beeld van brons dat in Florence gegoten is. Het is Johannes de Doper van Ghiberti.73 In 1406 werd besloten dat de drie belangrijkste gilden – het Calimala, het Lana en het Cambio- elk één beeld in brons mochten laten maken. Een bronzen beeld is zeker tien keer zo duur als een marmeren. Alleen de rijkste gilden konden dit betalen. Elke gilde moest zijn patroonheilige laten maken. Opvallend is dat alle drie de gilden Ghiberti de opdracht gaven. Zijn naam als bronsgieter was al stevig gevestigd door zijn werk aan de eerste deur die hij voor het Baptisterium maakte.


Ghiberti: Johannes de Doper 

Het eerste beeld dat Ghiberti maakte, was Johannes de Doper. Waarschijnlijk gemaakt tussen 1413 en 1416. In dat laatste jaar is het in de nis gezet en eind 1414 of begin 1415 is het gegoten. Het Arte di Calimala stond erop dat het gieten op risico ging van de kunstenaar. Gieten was tamelijk riskant en zeker een figuur van 254 cm hoog. Daar komt nog bij dat Johannes de Doper in één keer gegoten is.74 Ghiberti schrijft in zijn dagboek op 1 december 1414 hier het volgende over:

‘In het volgende zal ik alle kosten die ik voor het gieten van de figuur maak noteren. Ik nam het op mij om de figuur op eigen kosten te gieten: in geval van een mislukking zouden de kosten voor mij zijn, in geval van succes […] het bestuur en de opera […] zou zij dezelfde voorwaarden gebruiken als zij een andere gieter zouden laten komen’75

De kosten bedroegen rond de 1100 florijnen. Ghiberti ontving zelf 530 florijnen. De Mattheüs die Ghiberti na de Johannes maakte, kostte 1100 florijnen waarvan Ghiberti zelf 650 florijnen ontving. Het gieten was big business. Bronsgieters behoorden tot de klasse van bankiers, maar het bleef wel link, als het gieten mislukte, kon je grote verliezen leiden.

Ghiberti
Johannes de Doper in de nis
hoofd
replica
origineel
mouseover
Ghiberti Johannes de Doper in de nis Orsanmichele

Foto: daniel_philpott en origineel van bishopsavas

Op de zoom van het kleed staat de signatuur: POVS LAVR (E)NTII. Natuurlijk werd het beeld verguld. Dit beeld is gegoten terwijl Ghiberti nog aan zijn eerste deur werkte. Niet verwonderlijk dus dat de draperie hier ook aan doet denken: sterk decoratief in de stijl van de internationale gotiek. Johannes de Doper heeft een wat overdreven contrapposto houding, net als de marmeren David van Donatello of de Jesaja van Nanni di Danco voor de steunberen. Decoratieve elementen zie je overal: in de plooien natuurlijk, maar ook bij zijn haren, de baard, de haren van zijn kleed en de knoop die het gewaad bijeenhoudt. De plooien van de draperie lopen precies naar de rechtervoet. Het gezicht van Johannes de Doper is opmerkelijk als je dit vergelijkt met de sierlijke en liefelijke lijnen in de gewaden. De nis die voor Johannes de Doper is gemaakt is vrij diep en het beeld staat dan ook duidelijk in de nis zelf. Heel anders dan de nis voor het tweede beeld van Ghiberti: de Mattheüs. We lopen nu via de Via de’Lamberti naar deachterzijde van de Orsanmichele en komen in de Via dell’Arte della Lana waar de twee andere bronzen beelden van Ghiberti te zien zijn: Mattheüs en Stefanus.

 

Ghiberti: Mattheüs

Eerst bekijken we het beeld van de evangelist, Mattheüs, in de linkerhoekpijler. Op 26 augustus 1419 kreeg Ghiberti van het Arte del Cambio de opdracht voor een Mattheüs. Ghibeti signeerde het beeld een jaar later op de zoom van de mantel met OPVS VNIVERSITATIS CANSORVM FLORENTIE ANNO DOMINI MCCCCXX zoals je hier kunt zien. In het contract wordt nadrukkelijk vermeld dat dit beeld op zijn minst even hoog moest worden als dat van Johannes de Doper. Tevens werd geëist dat het beeld in één keer gegoten zou worden. Alleen het hoofd mocht indien Ghiberti dit wilde nog wel apart gegoten worden. Het brons kwam uit Venetië. Het gieten lukte bij de eerste keer niet geheel zoals Ghiberti aan de opdrachtgevers meedeelde. Sommige delen moesten opnieuw gegoten worden.

Ghiberti
Mattheüs replica
details: hoofd boek
origineel

Ghiberti Mattheüs nis replica Orsanmichele

Foto: Matteo Bimonte

Het verschil tussen de Mattheüs en het vorige beeld van Ghiberti is het verschil tussen de Gotiek en de Renaissance. Wat dit betreft past deze sculptuur goed bij de reliëfs van de tweede deur (de Paradijspoort) van Ghiberti en bij zijn opvattingen die je in zijn, ‘I Commentari’, kunt lezen. Het interieur van de nis met pilasters, de klassieke draperie waaronder echt een lichaam aanwezig is, de krachtige houding van de evangelist die naar voren stapt en de klassieke gezichtstrekken zijn wel heel anders dan de nis met het beeld van Johannes de Doper. De overdreven contrapposto van Johannes heeft plaats gemaakt voor een ongekunstelde houding. De sierlijke decoratieve lijnen en plooien zijn bij de Mattheüs verdwenen, de plooival is veel natuurlijker. Hoewel Mattheüs slechts veertien centimeter groter is dan Johannes, maakt de evangelist een monumentale indruk in tegenstelling tot het beeld van Ghiberti, dat we hiervoor bekeken hebben. Johannes is op sommige plekken verguld, maar Mattheüs is geheel verguld.Mattheüs is volgens mathematische verhoudingen gemaakt die Cennini nog beschrijft in zijn ‘Libro dell’Arte’.76 Cennino Cennini die een boek voor kunstenaars heeft geschreven waarin hij veel praktische en ambachtelijke tips geeft waaronder, ‘de verhoudingen die een perfect gevormd mannenlichaam zou moeten hebben’:

‘[…] wil ik jou tot in detail de juiste verhoudingen van een mannenlichaam geven. Die van een vrouw zal ik overslaan, want zij heeft geen perfecte verhoudingen. Ten eerste is het gezicht, zoals ik hiervoor heb gezegd, verdeeld in drie delen, namelijk het voorhoofd, de neus, en van de neus tot de kin. Van de zijkant van de neus over de hele lengte van het oog is één maat. […] Een man is even lang als zijn gespreide armen. De armen, met inbegrip van de handen, reiken tot het midden van het dijbeen. De volledige lengte van en man is acht gezichten en twee van de drie maten.’

Cennino Cennini, ‘Het handboek van de kunstenaar Il Libro dell’Arte’, Contact, Amsterdam/ Antwerpen 2001 blz. 115-117 (oorspronkelijk rond 1400 geschreven)

Het is duidelijk dat de opvattingen van Vitruvius over de mens zoals we al in de architectuur hebben gezien door Cennini worden overgenomen. Mattheus is ¼ braccia ongeveer veertien centimeter hoger dan Johannes. De hoogte van het tabernakel is precies twee keer zo hoog als het beeld met de sokkel. Deze klassieke verhouding die, zoals we al gezien hebben ook zo’n belangrijke rol in de architectuur speelde (onder andere bij de gevel van de Santa Maria Novella), komt in dit geval van de kerkvader en christelijke filosoof Augustinus. Hij was de overtuiging toegedaan dat de Schepper de kosmos volgens goddelijke verhoudingen geschapen had.  

 

Ghiberti: Stefanus 

In de middelste nis naast de Mattheüs is ook de Stefanus van Ghiberti te zien. Dit is het laatste beeld dat Ghiberti voor de Orsanmichele maakte. Het was een opdracht van het wolgilde: Arte della Lana. Deze gilde was de eerste geweest die een beeld, Stefanus, had laten maken, maar dan wel van marmer. Dit beeld leek nu wel heel erg ouderwets zeker in vergelijking met de bronzen beelden die Ghiberti voor de andere gilden, het Calimala en het Cambio, had gemaakt. Dit kon natuurlijk niet. Dus besloot het Lana om ‘vanwege de pracht van deze gilde, die er altijd naar streefde om de beste in zijn soort te zijn en aan het hoofd van alle gilden te staan’ een nieuwe Stefanus te laten maken en dit keer natuurlijk van brons.78 Wie anders dan Ghiberti kwam hiervoor in aanmerking. In 1425 krijgt Ghiberti de opdracht en drie jaar later wordt het beeld in de nis geplaatst. De wijze waarop de plooien van het gewaad bij Stefanus zijn weergegeven doet meer denken de Johannes de Doper en heeft veel weg van de internationale stijl. Het gezicht van de heilige Stefanus is bijna uitdrukkingsloos zeker als je dit vergelijkt met het sprekende gezicht van Johannes de Doper. Overbodig te zeggen dat ook dit beeld verguld werd.

Ghiberti
Stefanus replica
origineel
hoofd
Lorenzo Ghiberti Stefanus nis replice Orsanmichele

Naar de volgende bladzijde