Donatello’s beelden voor de Orsanmichele 2/3

Donatello: Marcus en Sint-Joris 

Donatello heeft drie beelden voor de nissen van de Orsanmichele gemaakt. Eén beeld, de Lodewijk van Toulouse is later, uit de middelste nis aan de Via dei Calzaiuoli, verwijderd. Dit beeld is tegenwoordig te zien in de oude refter van het klooster, nu een museum, van de Santa Croce. In de nis die Donatello nog ontworpen heeft, werd later een beeldengroep van Verrocchio gezet: Christus en de ongelovige Thomas. We lopen weer even terug naar de Via de l’Amberti, waar in de linkerhoekpijler, de replica van de Marcus van Donatello staat.

De Marcus van Donatello: een ware revolutie

Op 15 februari 1409 kreeg de beeldhouwer Niccolò di Pietro Lamberti de opdracht van het linnengilde om drie blokken marmer met een hoogte 3,75 braccia uit Carrara te halen onder meer voor een beeld van Marcus: de patroonheilige van deze gilde.79 Vijf jaar later, op 29 april 1411, geeft het gilde, Arte dei Lianiauoli e Rigattieri (gilde van linnenmakers en straathandelaren) Donatello de opdracht om van het marmerblok uit Carrara een beeld voor hun nis in de Orsanmichele te hakken. In het contract stond dat het beeld in negentien maanden voltooid moest worden. Donatello beloofde het beeld ‘verguld en met alle gepaste decoraties’ te maken.80 Al enkele maanden nadat Donatello het contract getekend had, maakten twee steenhouwers de nis. Het beeld is rond 1413 bijna geheel voltooid.81 Voor een beeld als dit, was rond de negentig florijnen de gebruikelijke prijs. Donatello kreeg iets meer dan het dubbele: tweehonderd florijnen. Het beeld moest immers snel af anders zouden de rechten op de nis vervallen.82

Donatello
Marcus in de nis
inzoomen
mouseover
 Donatello Marcus in de nis replica Orsanmichele

foto: Linde De Volder

Als je dit beeld vergelijkt met de beelden die we van Donatello, maar ook van Nanni di Banco hebben gezien in het Museo dell’Opera del Duomo en de Duomo kun je met recht spreken van een ware revolutie. De stijl van Donatello’s profeet David en de David (Bargello) of Nanni di Banco’s Jesaja vallen onder de Middeleeuwen en dan met name de hoofse stijl. Als je uitgaat van de maatstaf die kunstenaars en kunstcritici uit de Renaissance aanlegden voor goede kunst dan valt het beeld van Marcus hier duidelijk onder. Kortom, het beeld van Marcus is in alle opzichten een beeld in de nieuwe stijl: de Renaissance. Tien jaar later zal de Masaccio voor het eerst in verf ook in deze stijl schilderen. Dit zullen we nog kunnen zien als we op de dagen van de schilderkunst de Brancacci-kapel bekijken. Het zijn beeldhouwers geweest zoals Donatello en Ghiberti met wie de Renaissance begonnen is. De schilderkunst zou pas jaren later volgen.83

De evangelist Marcus van Donatello: een buono maniera moderna?

De wijze waarop Marcus staat is heel natuurlijk. Als je de duidelijk overdreven houding van de Profeet David van de hand van dezelfde kunstenaar hiermee vergelijkt, zie je pas goed hoe groot het verschil is. Marcus leunt op zijn rechterbeen, zijn schouder erboven is iets teruggetrokken en de rechterarm en hand hangen naar beneden. De andere arm is net als het speelbeen ook licht gebogen. Zijn linkervoet is op de uiterste rand van het kussen geplaatst. De ene knie is gebogen en de linkerschouder steekt iets naar voren. De zware foliant van het evangelie wordt door zijn hand op de plaatst gehouden en ondersteund door zijn heup.

Donatello
Marcus replica
Video Khan Academy Contrapposto 9.39 minuten
Video Khan Donatello Marcus 5.43 minuten
origineel
Donatello Marcus nis replica Orsanmichele

Als je het kleed van Donatello’s, profeet David, vergelijkt met dat van Marcus zie je grote verschillen. Bij Marcus is er duidelijk een lichaam onder het kleed. Sterker nog je krijgt de indruk dat de kunstenaar is uitgegaan van een naakt lichaam en er dan een kleed en vervolgens nog een mantel aan heeft toegevoegd. Bij de profeet David lijkt er wel eerst één groot gewaad te zijn gehakt om er ter afronding nog een hoofd, handen en voeten bij aan te zetten. Vergelijk je de plooien met elkaar dan is er een wereld van verschil die zich in drie woorden laat samenvatten: decoratief versus realistisch. Donatello heeft echte kledij in gips gedoopt en dit als model gebruikt. Waarschijnlijk heeft zelfs iemand model gestaan voor het beeld van Marcus.84 De plooien van het standbeeld lopen parallel aan de cannelures van de zuilen. De plooien bij het speelbeen daarentegen zijn onregelmatig. Hier is dus geen sprake meer van een decoratief patroon zoals dat gebruikelijk is bij de internationale of hoofse stijl. De overjas die veel lijkt op een toga is van dun materiaal, misschien wel het linnen dat de opdrachtgevers van dit beeld produceerden, terwijl het wat grover geweven kleed andere plooien heeft dan de mantel.

Door de realistisch gehakte handen en voeten en de gedecideerde draaiing van het hoofd lijkt het, althans wat de houding betreft, alsof de evangelist Marcus contact maakt. De blik en het hoofd van Marcus zijn zeer overtuigend. De inkerving in de pupillen en de rimpels in zijn voorhoofd geven de indruk dat deze evangelist zich in een geestesgesteldheid van innerlijke concentratie bevindt. Hiermee krijgt dit marmeren beeld niet alleen een natuurlijke houding, perfecte proporties en realistische kledij met echte plooien, maar ook een menselijke gemoedsuitdrukking. Deze Marcus zou bij wijze van spreken zo uit de nis kunnen stappen. Michelangelo die toch bepaald niet scheutig was met complimenten voor andere kunstenaars maakte voor Donatello en zijn Marcus een uitzondering, want aldus Vasari in het leven van Michelangelo Buonarroti:

‘En eens was hij blijven staan bij de Orsanmichele om Donatello’s beeld van Marcus te bekijken, en toen een burger hem vroeg wat hij van die figuur vond, antwoordde Michelangelo nooit een andere figuur te hebben gezien die zozeer de indruk wekte van een rechtschapen man, en als Marcus zo was, zei hij, kon men gerust geloven wat hij had geschreven.’

Giorgio Vasari, ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel II blz. 287 (oorspronkelijke uitgave 1568).

De Marcus is weliswaar niet direct gebaseerd op een klassiek portret of beeld, maar wel is duidelijk dat er een intensieve studie van klassieke beelden en portretten aan ten grondslag ligt. Donatello is zoals reeds eerder vermeld in Rome geweest. De wijze waarop het gerimpelde voorhoofd, de baard, de wenkbrauwen en de uitsparingen in de pupillen gehakt zijn, is echter veel vrijer dan de klassieke beeldhouwers dit bij portretbustes deden.85

Marcus heeft geen gebruikelijke sokkel zoals je dat bij de andere beelden in de nissen van de Orsanmichele kunt zien, maar een kussen. Dit is een toespeling op het linnengilde. Het kussen heeft echter nog een belangrijke functie. Het laat immers ook zien dat het gewicht van Marcus tastbaar is door zijn voeten die het kussen licht indrukken.

Door de diepe nis waarin Marcus gezet is, is het onmogelijk om het beeld van meer kanten te bekijken. Hoewel het een vrijstaand beeld is, wordt het door de nis in feite een reliëf zij het een zeer diep. De achterkant van het beeld is dan ook nauwelijks uitgewerkt dit was immers toch niet zichtbaar. Dit hebben we al gezien bij de Johannes de Evangelist in het Museo dell’Opera del Duomo, waar de achterkant eveneens slechts ruw en schetsmatig gehakt is.

De nis is 2,4 meter boven straatniveau, zestig centimeter lager dan de nis bij de Duomo voor de Johannes. Je kijkt dus in onderaanzicht naar Marcus. Ook hier maakt Donatello het bovenlichaam, tussen de heupen en de schouders, langer. Oog in oog met het beeld is dit bepaald lelijk, maar in onderaanzicht werkt het juist heel goed. Vasari wist dit maar al te goed zoals blijkt uit zijn relaas over het beeld van deze evangelist:

‘[…] en voor het gilde van de vlashandelaren de evangelist Marcus; aan dit laatste beeld was hij samen met Filippo Brunelleschi begonnen, maar vervolgens maakte hij het alleen af, met goedvinden van Filippo. Deze figuur werd door Donatello zo oordeelkundig vervaardigd dat, zolang het beeld op de grond stond, zij die níet ter zake kundig waren niet inzagen hoe goed het was, zodat de consuls van het gilde het niet wilden laten plaatsen; hierop zei Donatello dat ze hem toestemming moesten geven het daarboven neer te zetten, omdat hij wilde aantonen dat ze dan, nadat hij er nog aan zou hebben gewerkt, een andere figuur te zien zouden krijgen. Dit geschiedde, en hij hield het werk twee weken lang bedekt; vervolgens, zonder er nog iets aan te hebben gedaan, onthulde hij het en deed iedereen versteld staan.’

Giorgio Vasari, ‘De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten Van Cimabue tot Giorgione’, Contact, Amsterdam, 1990 deel I blz. 196 (oorspronkelijke uitgave 1568).

Bij een grote schoonmaak in de jaren negentig zijn met name bij de randen van de mantel en het kleed sporen van vergulde stempels (sjablonen) ontdekt. Wat dit betreft hield Donatello zich dus aan zijn eigen belofte de Marcus ‘verguld en met alle gepaste decoraties’ te maken.

Donatello
Marcus
Orsanmichele
Donatello Marcus nis replica Orsanmichele

Het volgende beeld dat Donatello voor de Or San Michele hakte was een legendarische heilige ridder.

De Sint-Joris van Donatello

We lopen nu naar de zuidzijde van het gildengebouw, naar de Via Or San Michele en bekijken bij de rechterhoekpijler de nis en het beeld van Sint-Joris.86 Het beeld dat je nu in de nis ziet, is van brons. De authentieke nis met het beeld van marmer zullen we in het Bargello nog zien.

Donatello
Sint-Joris
origineel
Bargello

Donatello Sint-Joris nis origineel Bargello

 

Donatello
Sint-Joris
groot formaat
replica
Orsanmichele

Donatello Sint-Joris in de nis replica Orsanmichele

Foto: aurelio candido

twee zijden van Sint-Joris
replica
mouseover
twee zijden van Sint-Joris replica Orsanmichele

De Sint-Joris is tussen 1415-1416 voor het wapengilde gemaakt: de Corazzai. Donatello borduurt verder op zijn Marcus. Ook de Sint-Joris is in de nieuwe stijl, de buono maniera moderna, gemaakt. Anders dan bij Marcus is de aandacht van Joris, die op wacht staat, op iets buiten hem gericht: een mogelijk gevaar misschien? Vasari beschrijft het beeld als ‘een bijzonder levendige figuur van een geharnaste Sint-Joris, wiens hoofd jeugdige schoonheid uitdrukt, moed en bekwaamheid in het krijgsbedrijf, alsmede een ontzagwekkend fiere levendigheid, en er ligt in dit stenen beeld een prachtige beweging besloten […].87

In 1552 beschreef Doni in zijn, ‘I Marmi’, een korte dialoog tussen Sint-Joris en een beeldhouwer uit Fiesole: ‘Waarom vroeg het narcistische beeld, verwerp je mijn schoonheid? Het is onmogelijk dat Donatello mij anders zou weergeven.’88 Doni was door de individuele trekken in het gelaat van Sint-Joris op zoek gegaan naar de man die hier was afgebeeld. Hij begreep niet dat er geen individu maar een ideaaltype wordt uitgebeeld, zoals Michelangelo later ook zou doen en iets wat de Griekse beeldhouwers uit de vijfde eeuw voor Christus al deden. De figuur is vrij uniek in het werk van Donatello: een jonge knaap volgens de klassieke normen van schoonheid zoals de Griekse beeldhouwer, Polyclitus, dat in zijn Canon uit de vijfde eeuw voor Christus al had beschreven. Er is in de zestiende eeuw nog een erotisch gedicht over dit beeld gemaakt waarbij de dichter deze Sint-Joris betitelde als ‘mijn mooie Ganymedes’.89 Meestal vermeed Donatello de klassieke schoonheid zoals we zo duidelijk hebben gezien bij het houten beeld van Maria Magdalena. De gezichten kijken vaak bezorgd of zijn ronduit lelijk.

Donatello
hoofd  vanSint-Joris
achterzijde hoofd

Opvallend aan de nis is dat zij wel erg ondiep is. Dit komt omdat er hier aan de binnenzijde van het gebouw een trap is zodat er weinig ruimte voor een nis overbleef. Van deze handicap maakt Donatello handig gebruik. Hij plaatst het beeld bijna uit de nis, waardoor zijn Sint-Joris voor een deel ook echt als een driedimensionaal beeld te zien is. Nieuw is dat, hoewel het beeld frontaal geplaatst is, je het gezicht van Sint-Joris als kijker toch vanuit meer gezichtshoeken kunt zien. Dit verklaart ook waarom de kunstenaar de kop hier wel aan alle kanten geheel uitgewerkt heeft in tegenstelling tot zijn Marcus of Johannes. Wat dit betreft is Donatello duidelijk een voorloper van latere ontwikkelingen in de beeldhouwkunst. Zo waren de beeldhouwers uit de zestiende eeuw er heel erg op gespitst dat een beeld vanuit meerdere hoeken bekeken kan worden en dus aan verscheidene zijden een mooie indruk moet maken. Als je langs de Sint-Joris loopt, begrijp je het beeld pas goed. Doordat de Sint-Joris zo aan de voorzijde van de ondiepe nis staat, komt hij meer op de kijker af waardoor de impact ook groter wordt.

De stand van de benen wordt gedicteerd door de wijze waarop soldaten op wacht hun schild staande op de grond voor hen hielden. De verticale lijn van het kruis op het schild en de naar beneden hangende rechterarm leiden het oog naar boven naar het hoofd dat licht naar links is gedraaid. Dit werd in de zestiende eeuw hogelijk gewaardeerd door beeldhouwers vanwege het prachtige designo.

Oorspronkelijk had Joris een helm op en droeg hij een zwaard of een lans in zijn rechterhand. Ook had hij een zwaardschede om zijn gordel, de boorgaten hiervoor zijn rechts bij zijn heup nog te zien.90

Als de Sint-Joris buiten de nisgeplaatst wordt, lijkt het beeld stijf en verandert de alerte pose in een rigide houding. De architectuur en het beeld zijn dus nauwkeurig op elkaar afgestemd. Vanuit het fronton van de nis kijkt God je aan. Van dichtbij is God vervormd, maar niet in sitù, dan buigt God zijn hoofd perfect naar de kijker. Hier blijkt Donatello erg goed rekening te houden met de plaats van het werk ten opzichte van de kijker.91 De halo overlapt het frame en door zijn vooroverbuigende hoofd ontstaat er ook een relatie tussen God en de wakkere op wacht staande ridder Sint-Joris in de nis. Het hoofd van Christus is weliswaar in ‘laagreliëf’, maar lang niet zo gedrukt als bij sommige delen van het reliëf aan de onderzijde van deze nis. Het moest immers nog wel goed te zien zijn voor de toeschouwer beneden.

 

Het reliëf en de legende van Sint-Joris op de predella

Bij de predella, de onderzijde van de nis, bijna op ooghoogte van de kijker, maakt Donatello voor het eerst gebruik van sterk gedrukt -of laagreliëf het zogenaamde rilievo schiacciato. Hier worden Sint-Joris, de draak en de prinses afgebeeld. Laagreliëf is een uiterst moeilijke techniek ook voor een volleerd beeldhouwer. Michelangelo zou deze techniek, het tekenen in steen, in zijn jonge jaren ook toepassen zoals we nog bij een reliëf van de Madonna van hem in het Casa Buonarroti zullen zien. Echt geslaagd was Michelangelo’s zogenaamde Madonna van de trappen niet.

Donatello
reliëf met de legende van Sint-Joris
groot formaat
detail
predella van de nis

foto: daniel_philpott

De legende van Sint-Joris (Georgios) met het verhaal over de draak duikt voor het eerst pas in elfde eeuw op. De stad Silene in Libië had in de nabijgelegen moerassen een draak. De bewoners probeerden het vuurspuwende monster rustig te houden door hem dagelijks twee schapen te geven. Toen de schapen schaars werden, gaf men de draak één schaap en één kind. Het kind werd door het lot aangewezen. Helaas voor de koning viel op een goede dag het lot op zijn dochter. De koning aarzelde, maar moest uiteindelijk voor het volk zwichten. Wenend begeleidde hij zijn dochter naar de onheilspellende plek en liet zijn dochter alleen achter. De ridder Sint-Joris kwam voorbij en vroeg de angstige dochter waarom zij zo schreide. Na het verhaal te hebben gehoord sprong de ridder in zijn zadel en doodde de draak. Sint-Joris is patroonheilige van de ridders en de padvinders. Geen wonder dat het wapengilde deze legendarische heilige in hun nis wilde hebben.

De afbeelding op het reliëf bij de sokkel is niet consistent. Zo zijn enkele delen in vrij hoog reliëf gehouwen zoals het paard, de ridder en de prinses. Andere delen daarentegen lijken haast wel in steen getekend te zijn zoals de grot, de loggia of de bomen. Het geheel is een mengeling van het traditionele hoogreliëf en rilievo schiacciato. In dit reliëf worden de diepte en het verhaal geraffineerd met elkaar verbonden. De manifeste onderdelen als draak, ridder, het doden en de prinses vallen direct op. De achtergrond, bomen, landschap, loggia zijn in zeer laag reliëf gehakt dit om meer diepte aan het geheel te geven. Deze laatste elementen zijn dus dienend en overheersen niet. Het reliëf en het beeld van Sint-Joris sluiten wat betreft het verhaal goed op elkaar aan, maar dit geldt niet voor de stijl. Het reliëf lijkt bij sommige onderdelen zoals bijvoorbeeld de ridder en de prinses duidelijk op de stijl van Ghiberti bij zijn eerste paar deuren voor het Baptisterium. Zo heeft Donatello zelfs gebruik gemaakt van de jonge baardloze soldaten die je op sommige panelen van de eerste deuren ziet, zoals de gevangenneming van Christus of Christus voor Pilatus.92

reliëf met de legende van Sint-Joris
detail

Donatello Donatello detail: reliëf met de legende van Sint-Joris predella van de nis

foto: daniel_philpott

In één opzicht heeft dit reliëf iets wat je nimmer zult vinden in de internationale stijl, maar uitsluitend in de Renaissance. Hoewel veel schrijvers spreken over een juist perspectief in dit reliëf van Donatello, is dit bij de loggia rechts van de prinses volgens een schrijver als Janson toch niet echt het geval.93 Hoe dan ook dit reliëf aan de onderzijde is het begin geweest van een ontwikkeling die uitmondde in de ontdekking van het perspectief. Gemaakt in 1416, jaren vóór Masaccio’s ‘Triniteit’, met het eerste juist geschilderde lineaire perspectief. Dit zullen we op de dagen van de schilderkunst in de Santa Maria Novella nog zien.

Naar de volgende bladzijde