Fra Angelico en de San Marco 7/10

De cellen van de monniken (oostzijde)

gang met de cellen van de monniken
oostzijde

foto: KQSV

Als de novice zijn opleiding voltooid had, verhuisde hij naar de oostzijde.229 Hier zijn elf cellen aan de buitenzijde en negen aan de zijde van het binnenhof, dus twintig cellen in het totaal. In cel tweeëntwintig is een fresco dat veel lijkt op die van de novicen. Een dergelijke schildering zie je niet in de andere negentien cellen aan de oostzijde. Het is het enige fresco met een intonaco achtergrond precies zoals in de cellen van de novicen. Cel tweeëntwintig was voor de meester van de novicen. In de cellen tien en elf huisde de abt. Na restauratie bleek dat deze cellen oorspronkelijk alleen van elkaar gescheiden werden door een boog die bijna even groot was als de cel zelf. Het was dus een dubbele cel. Een dergelijke cel was alleen voorbehouden aan de abt. Pas later trok Savonarola in de andere dubbelcel aan de zuidzijde.

Otto Knille
Fra Angelico aan het werk in de San Marco
1863
Otto Knille 'Fra Angelico aan het werk' 1863

De fresco’s in de cellen van de monniken verschillen wat kwaliteit betreft nogal sterk van elkaar. Er zijn ware meesterwerken van de kunstenaar zelf bij zoals de Aankondiging in cel drie of de transfiguratie in cel zes. De muurschilderingen in de cellen dertig en vijfentwintig daarentegen zijn van geringe kwaliteit.

De fresco’s gaan niet uit van één thema zoals dat bij de novicen het geval is. De stelling van Hood is dat de onderwerpen gebaseerd zijn op de belangrijkste feesten van het kerkelijke jaar. Vandaar dat er thema’s uit de liturgische kalender werden gekozen voor de schilderingen.230

Bepaalde principes van de compositie en de iconografie smeden de fresco’s tot een eenheid. Er zijn echter twee uitzonderingen: Maria met Kruis, cel tweeëntwintig, en Noli me Tangere (raak mij niet aan) in cel één. De grafopstanding hoort eigenlijk bij de cellen van de lekenbroeders aan de noordzijde. Deze cel was voor de monnik die meester was van de lekenbroeder. Noli me tangere is sterk verhalend en naturalistisch net als de schilderingen in de cellen van de lekenbroeders. In alle andere achttien cellen hebben de muurschilderingen één ding met elkaar gemeen: de vorm is een vierhoek met aan de bovenzijde een lunet. Een belangrijk kenmerk van de fresco’s is dat ze in de cellen van de novicen en de monniken niet verhalend zijn.

Noli me tangere
cel 1

De twee belangrijkste doelstellingen van de constitutie van de dominicanen waren:

1. het verleden en heden met elkaar te verbinden.
2. de diepere goddelijke betekenis achter alledaagse gebeurtenissen te doorgronden.

Angelico wilde met zijn schilderingen in de cellen van de monniken hetzelfde bereiken. Uiterlijke vormen in de fresco’s worden gebruikt om de gewenste innerlijke gemoedstoestand bij de monnik op te roepen. Bij de aanschouwing gaan heden en verleden in elkaar over en zijn gewone gebeurtenissen doordrenkt van goddelijke betekenis. In de muurschilderingen is dit goed te zien. Zo moet het fresco in cel zevenentwintig eigenlijk niet Christus aan de geselkolom heten. Hij wordt namelijk niet gegeseld. Zijn lichaam vertoont geen enkel teken van de zweep. De enige handeling is van Dominicus die zichzelf kastijdt. In cel drie is een Aankondiging waarbij Petrus Martyr toekijkt en mediteert (mode vijf uit de orandi). Dit werk is van de hand van Angelico zelf. In cel tien kijken Petrus Martyr en profetes Anna bij een presentatie van Jezus in de tempel, maar zij staan toch echt buiten de tempel. Elke keer is er een duidelijk verschil tussen de twee personen om wie het gaat en hun voorbeeld voor het gebed. Elk exempel wordt begeleid door één of twee houdingen uit de modo orandi.

De Aankondiging in cel drie is opmerkelijk. Door Peter Martyr buiten de loggia te schilderen, denk je direct aan het kloosterhof van de San Marco.

Aankondiging
video hoorcollege
cel 3

In de Annunciatie in cel drie staat de engel en knielt Maria. Dit was heel ongebruikelijk. In de kerk van de San Marco is een Aankondiging waar de engel knielde en Maria zat en zo werd het ook altijd geschilderd. Angelico laat in cel drie de nederigheid van Maria zien. Zij had als moeder van God immers een hogere positie dan de engel en toch knielt zij. Dit lijkt op wat Giotto rond 1310 deed in zijn hoofdaltaar dat hij voor de Ognissanti schilderde. Zijn engelen die hoger in rangorde waren dan de heiligen nemen een lage positie in: zij knielen onder in het beeldvlak. De kloosterorde van de humiliati met hun hoofdkerk, de Ognissanti, had zoals de naam van de orde al zegt de nederigheid hoog in haar vaandel. Zou het Giotto zijn geweest die Angelico op dit idee heeft gebracht?

Aankondiging
cel 3

Annunciatie cel 3 San Marco klooster

Vasari schrijft als volgt over de schilderingen: ‘van vele dingen in de cellen, op de wand van het dormitorium een onzegbaar mooi tafereel uit het Nieuwe Testament.’231 Hiermee gaat hij er vanuit dat de muurschilderingen moet worden opgevat als een verhaal. Er is vaak gezocht naar een eenheid in de verhalen achter alle fresco’s in de cellen aan de oostzijde. Iets dat je wel aantreft bij de frescocycli in de kapel van Brancacci of Peruzzi. In deze kapellen zijn verhalen geschilderd met een duidelijke volgorde en boodschap. In de cellen van de San Marco echter is er volgens Hood geen sprake van een eenheid vanwege het simpele feit dat de schilderingen niet verhalend zijn. Het zijn symbolen of emblemata. Fra Angelico ontwierp de fresco’s voor de persoonlijke devotie en contemplatie van de dominicanen en niet voor het publiek.232

In cel zeven is een bespotting van Christus waar het verhalende element bewust wordt weggelaten. Christus zit met achter hem een groen eredoek. Wel wat ironisch voor een koning die bespot wordt. Hij draagt een doornen kroon. In de evangeliën is te lezen dat hij zijn kroon pas na de bespotting kreeg opgezet. In het Nieuwe Testament wordt ook vermeld dat Christus een paars of rood kleed aan had en zo werd het ook altijd geschilderd. Dit fresco is geen illustratie van een verhaal, maar het zijn emblemata of symbolen die verwijzen naar de lijdensweg van Christus. De bron voor Angelico was niet de bijbel, maar de Legende Aurea. Een boek dat op het einde van de middeleeuwen populair werd vanwege de prachtige verhalen over heiligen, maar dat oorspronkelijk voor iets anders bedoeld was. De verhalen van de heiligen uit de Legenda Aurea van Jacobus de Voragine moesten zoals reeds eerder vermeld hard op worden voorgelezen in de kapittelzalen van de dominicanen. In de Legenda Aurea wordt de bespotting ook beschreven en wel als volgt zoals hier te lezen is.

Fra Angelico
‘bespotting van Christus’
geheel en detail
cel 7
Fra Angelico 'bespotting van Christus' cel 7 San Marco klooster

 

Fra Angelico
‘bespotting van Christus’
geheel en detail
cel 7
mouseover

De bespotting heeft eerst plaats in het huis van Annas waar hij geblinddoekt, geslagen en bespuugd wordt. In het huis van Herodes is hij gekleed in een witte mantel. Wit laat zien dat hij geen koning is. De hele actie in de Legenda Aurea laat Angelico in één fresco zien. Zo maakt Angelico van een aantal verhalende gebeurtenissen die zich over langere tijd uitstrekken één opmerkelijk beeld zonder de daarbij gebruikelijke dramatiek. In deze rijke symboliek ligt voor de monnik in deze cel genoeg stof om tijdens het lezen en het kijken naar de schildering te mediteren en voor ruminatio.

emblemata
mouseover

 

Dominicus
ruminatio
mouseover


De dubbele cel van de abt

Bij de restauratie is ontdekt dat de cellen tien en elf oorspronkelijk met elkaar verbonden waren. In cel tien is de presentatie van Christus in de tempel geschilderd, het werk van Angelico zelf, en in cel elf Maria met kind en heiligen.233

Maria met Kind en de heiligen Dominicus en Augustinus
cel 11

In de Maria met kind en heiligen keren motieven uit altaarstukken waaronder het hoofdaltaar van de San Marco terug. Het kind staat in de schoot van zijn moeder met de hemelbol in zijn hand terwijl de andere hand zegent. Op de muur van de gang tegenover cel zes is dit thema ook weer te zien. Augustinus en Dominicus houden elk een open boek voor zich. Helaas zijn de inscripties verdwenen. Het waren de regels die de dominicanen van de Augustijnen hadden overgenomen en de constitutie. De twee belangrijkste documenten van de dominicanen. Dat is natuurlijk wel zo toepasselijk voor de cel van een abt.

De Presentatie had tot voor ca. 1993 een rode achtergrond. Na restauratie zijn de oorspronkelijke kleuren weer te voorschijn gekomen. Nu zien we weer een nis die sterk doet denken aan de architectuur van Michelozzo. De twee heiligen, Anna en Petrus Martyr, staan niet in de nis. Het altaar staat in het midden en de vlammen van het vuur zijn te zien. Jozef met zijn mandje met duiven en Maria staat wel in de nis. Simon houdt het kind vast. Petrus Martyr knielt en Anna houdt met haar rechterhand de mantel dicht. Haar linkerhand herhaalt het gebaar van Dominicus. Zij staat en hij knielt. Een miniatuur uit de MS Rossianus illustreert de vierde manier van bidden uit de modo orandi.

Dominicus toont zijn mededogen ( morandi 4)
MS Rossianus Biblioteca Apostolica Vaticana

Dominicus MS Rossianus Biblioteca Apostolica Vaticana

Dominicus wordt twee keer afgebeeld: knielend en staand. In de tekst bij deze miniatuur wordt gesproken over wisselend staan en knielen. Hiermee roept Dominicus bewondering op. Verder staat in de tekst van de vierde manier dat Dominicus dit doet voor de gehele orde. Ook dit is weer heel geschikt voor de cel van een abt.

Fra Angelica
‘Presentatie’
Simon en het kind
cel 10
mouseover

Het onderwerp,‘Presentatie in de tempel,’ is in de liturgie bekend als de zuivering van de Maagd. Het feest van de zuivering wordt op twee februari gevierd. Dit thema was heel belangrijk voor de dominicanen. De presentatie in de tempel werd een topos voor het intreden van de jeugd in het religieuze leven. In de vijftiende eeuw was de San Marco het hoofdkwartier van een jeugdbeweging de zogeheten Vereniging van de Zuivering. De prior Fra Antonino was hier zeer op gesteld. De jongeren in deze vereniging waren potentiële kandidaten om novice te worden. Het vaandel dat in de processie voorop werd gedragen door de jeugd van de zuivering heeft Angelico geschilderd. Op de banier was Maria met Kind op haar schoot te zien met daarachter twee duiven. Bovendien knielde een jonge knaap in een wit gewaad bij de voeten van Maria.

In de liturgie van de dominicanen komen de zuiveringen vaak voor. Na de vesper, het avondgebed, verlieten de broeders het koor met brandende waskaarsen. De processie ging dan door het kloosterhof waarbij de dominicanen op elk hoek stopten. Hier werden dan gebeden opgezegd en speciale hymnen gezongen.

De fresco’s in de cellen laten zich ook lezen als de belangrijke feesten van de dominicanen in het kerkelijke jaar. In chronologische volgorde zijn dit:

25 december
1 januari
6 januari
2 februari
29 april
4 mei
4 augustus
15 augustus
1 november
1.  Geboorte
2.  Besnijdenis
3.  Drie koningen 4. Doop Christus 5. Presentatie in de tempel Maria Lichtmis
6.  Aankondiging
7.  Goede vrijdag 8. Heilige zaterdag 9. Pasen 10. Petrus Martyr
11. Hemelvaart 12. Pinksteren  13. Maria kroning
14. Triniteit zondag (Trinitatis) 15. Corpus Christi 16. Dominicus
17. Hemelvaart
18. Allerheiligen

De muurschilderingen hebben te maken met deze feesten. De scènes met de belangrijke herdenkingen zijn willekeurig in de cellen verspreid. In cel zes nummer 1; cel tien nummer 5; cel vierentwintig nummer 4; cel achtentwintig nummer 7; cel twee nummer 9; cel negen nummers 13 en 18 tegelijk. In het bovenste deel de Kroning Maria en onder Allerheiligen (Sacramentsdag). Zes belangrijke hoofddagen zijn niet in de cellen te zien. Een afdoende verklaring is hier niet voor.

Fra Angelico San Marco Transfiguratie

De transfiguratie of gedaanteverandering in cel zes past er eigenlijk helemaal niet bij behalve als je de gebeurtenis ziet als een voorbereiding op de lijdensweg van Christus. Reminiscere (Lat: voor ‘Gedenk uw barmhartigheden’) is de tweede zondag in de veertigdagentijd, een periode van bezinning in het christendom. Angelico brengt de transfiguratie ook nog eens in verband met de kruisiging. Dit doet hij door Christus in de gedaanteverandering dezelfde houding te geven als bij zijn kruisiging. Dit is volstrekt uniek in de Italiaanse kunst van die tijd net zoals de knielende Maria in de Aankondiging tegenover de staande Gabriël.

Transfiguratie
Christus
detail
cel 6
mouseover

klik hier voor het vervolg van dag 5