Fra Angelico en de San Marco 8/10

De cellen van de lekenbroeders (noordzijde)

Klik hier voor een plattegrond. A= bibliotheek B= trap naar het dormitorium C= gang met de cellen van de lekenbroeders (noord) D= gang met cellen van de monniken (oost) E= gang met de cellen van de novicen (zuid) F= trappen naar kloosterhof en de klokkentoren en cel 37 G1 en G2= dubbele cel van Cosimo de Medici

 gang met de cellen van de lekenbroeders noordzijde
San Marco  gang met de cellen van de lekenbroeders noordzijde Florence

De oost- en westzijde zien er tegenwoordig nog uit zoals de tijd waarin Angelico met zijn assistenten hier aan het schilderen waren.234 Dit geldt niet voor de noordzijde waar de cellen van de lekenbroeders waren. Een aantal cellen (achtendertig tot en met eenenveertig) hebben geen ramen meer. Er viel weinig licht in deze noordelijke gang. In de zeventiende eeuw wordt dit grondig aangepakt. Aan het oostelijke einde van de gang komt een raam. Dit betekent dat het fresco van de Aankondiging in de gang nu daglicht krijgt. Tegelijkertijd worden twee cellen tegenover de bibliotheek afgebroken voor meer licht. Cellen tweeëndertig en drieëndertig worden uitgebreid met de resten van de afgebroken cellen. In deze resten zijn nog delen van de oude fresco’s te zien.

 bibliotheek groot formaat
plattegrond

In de schilderingen aan de zuidzijde worden de nieuwe broeders geïntroduceerd in het mystieke leven van de orde der dominicanen. De verschillende houdingen van de heilige Dominicus bij het kruis kunnen bij het geestelijke lezen gebruikt worden om Dominicus te volgen en daarmee natuurlijk ook de Heer zelf.

novicen
zuid
Dominicus met kruisiging
cel 18
novicen zuid Dominicus met kruisiging cel 18 San Marco

In het noordelijke deel zaten de lekenbroeders. Deze broeders hadden niet of nauwelijks gestudeerd. Complexe symboliek die verwees naar de liturgie, de bijbel of de constitutie zoals in de cellen van de monniken was voor hen niet geschikt. Hier wordt gekozen voor sterk verhalende afbeeldingen die makkelijk te begrijpen zijn.

In cel één is het verhaal van de grafopstanding, Noli me tangere, geschilderd. Deze scène is naturalistisch en gedetailleerd weergegeven. Dit is enige cel van de monniken waar een verhalende scène is geschilderd. Waarom hier wel en in de andere cellen van de monniken niet? Deze cel was voor de monnik die moest toezien op de lekenbroeders. Zijn cel kreeg dus een verhalend fresco net als de cellen van de lekenbroeders.

 Fra Angelico
‘Noli me tangere’
oost
cel 1

In cel tweeënveertig is de laatste vernedering in de lijdensweg van Christus geschilderd. Hij wordt met een lans in zijn zij gestoken. Dit is trouwens het enige werk aan de noordzijde dat door Angelico zelf geschilderd is. Angelico laat verschillende emotionele reacties op deze gebeurtenis zien. Het leed van de moeder komt heel overtuigend over. Dominicus heeft ook verdriet. Hij kijkt naar de soldaat die zijn lans in de zij van Christus steekt. Dominicus neemt deel aan wat er zich afspeelt en wordt daarmee een onderdeel van het verhaal. Bij deze kruisiging met lans ligt het accent op de gebeurtenis zelf. Het is een illustratie van wat de evangelist Johannes in 19: 34 schrijft: ‘Maar een van de soldaten stak een lans in zijn zij en meteen vloeide er bloed en water uit.’

Kruisiging
cel 41
Kruisiging fresco cel 41 San Marco klooster

Bij de kruisigingen in de cellen veertig tot en met vierenveertig zie je hetzelfde ook verhalende kruisigingen. Hood maakt verschil tussen crucifixen’ (kruisen) en crucifixions’ (kruisigingen). Het eerste is symbolisch en het tweede is verhalend.

Gevangenneming van Christus
cel 33

Gevangenneming van Christus cel 33 San Marco fresco

Er is één uitzondering op de bovenstaande regel en dat is de kruisiging in cel zevenendertig. Weggedrukt in het hoekje aan de westkant van de noordelijke gang bij een trap (zie plattegrond). Via deze trap kon je naar het koor gaan. Duidelijk is dat de compositie sterk leunt op de kruisiging in de kapittelzaal. Het werken met parallelle symmetrie bij de figuren zie je in dit fresco ook terug: twee Bijbelse figuren en twee dominicanen. Waarschijnlijk is deze cel een ruimte geweest waar de lekenbroeders bijeenkwamen: hun kapittelzaal. Hier werd ook les gegeven door de meester van de lekenbroeders, de monnik uit cel één. De lekenbroeders moesten de geschiedenis van de orde goed kennen net als de liturgie. Verder hield de meester altijd toezicht of de lekenbroeders hun taken wel naar behoren vervulden. Zij kookten, deden de huishouding, waren portier, kerkbewaarder of koster (sacristiemeester). De broeders hadden ook een eigen koor (zie plattegrond A2). Bovendien konden de lekenbroeders via de ruimte bij cel zevenendertig ook naar de toren om de klok te luiden.

Kruisiging 
cel 37 

De meeste fresco’s van de lekenbroeders zijn op de bijbel gebaseerd. Zo nu en dan is er ook nog wel een typisch element van de dominicanen te zien zoals in het Laatste Avondmaal. Het Laatste Avondmaal in cel vijfendertig is tegelijkertijd ook de communie van de apostelen. Judas met donker haar en in zijn halo een donkere schaduw, knielt.

 Laatste Avondmaal
cel 35
mouseover

Fra Angelico Last supper cell 35 fresco San Marco

Maria is er ook bij. Het interieur en exterieur doen denken aan het klooster van de San Marco. Je zit op de begane grond. Wordt hier verwezen naar de refter van het klooster? De kelk in handen van Christus is wel erg groot en het mocht blijkbaar niet over het hoofd gezien worden. Door dit zo te benadrukken doet het denken aan de eucharistie. De scène symboliseert ook het feest van de Corpus Domini en dit wordt in cel zesentwintig op een veel abstractere en symbolische wijze weergegeven. Het werk in een cel voor een monnik is meditatief, het Laatste Avondmaal niet. Het Laatste Avondmaal in cel vijfendertig is door zijn sterk verhalende opzet direct te begrijpen.

cel 26 groot formaat
eucharistie

De dominicaan, Thomas van Aquino, heeft vier beroemde lofzangen over de instelling van de eucharistie geschreven. Deze geschilderde scène is een visuele vertaling van zijn hymnen.

Dominicanen zingen hymne, Lauda Sion, van Thomas van Aquino
Blackfriars Oxford

foto: Lawrence OP

Het Verbum Supernum is hier te beluisteren.
In twee gedaanten, brood en wijn,
wil Hij ons aller voedsel zijn.
Hij geeft zichzelf, zijn vlees en bloed,
zodat Hij ons volkomen voedt.
Het derde vers uit Pange Lingua Corporis Mysterium (Thomas van Aquino).
Hij komt tot ons als lotgenoot,
Hij deelt zich aan ons uit als brood,
als losgeld geeft Hij zich aan ’t kruis
en als loon in ’t vaderhuis.

Heel eenvoudig te begrijpen voor hen die in de keuken en tuin werkten of schoonmaakten.

klik hier voor het vervolg van dag