Benozzo Gozzoli en de drie koningen in de kapel van het Palazzo Medici-Riccardi Cappella dei Magi 6/6

3.3. De koorruimte en het altaarstuk

Op de zijwanden van het koor schilderde Gozzoli engelen die hulde brengen aan en zingen voor de pas geboren zoon van Christus op Filippo Lippi’s altaarstuk. Bij de koorwanden is er sprake van een vierdeling in de fresco’s: lucht met een deel van het gebladerte van de bomen, de achtergrond met landschap, de voorgrond bij het altaar en als vierde een diepe tuin. De knielende engelen zijn dicht bij het altaarstuk en kijken naar de pasgeborene waar Maria in dezelfde houding is afgebeeld als de engelen.

 Engelen linkerwand groot formaat
Gozzoli Cappella dei Magi koor Engelen
 

 

Engelen rechterwand groot formaat
Gozzoli Cappella dei Magi koor Engelen rechterwand

Benozzo Gozzoli hield rekening met de dogma’s over engelen die uit de hemel naar de aarde afdalen: immaterieel als zij als zuivere geesten zijn, krijgen zij bij het neerdalen een omhulsel van materie. Zo zien we bij de afdaling in de buurt van de aarde opeens benen en voeten: een gedaantewisseling van zuiver geestelijk naar antropomorfe vormen. De flapperende inhoudsloze gewaden veranderen in kleren die een lichaam omvatten. Ook in het altaarstuk dalen Christus en de heilige Geest af.

In Lucas 2: 13-14 staat het volgende geschreven:

‘En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: Eer aan God in de hoogste hemelen vrede op aarde voor alle mensen die hij lief heeft.’

Op de halo’s van de engelen is dit in het Latijn te lezen

GLORIA IN EXCELSIS DEO/ET IN TERRA  
ADORAMVS TE/GLORIFIC [AMVS TE]

De halo’s zijn menigmaal opnieuw verguld en herschreven soms met fouten.269 (link Wikipedia).

De nabijheid van de hemel is te zien aan de twee serafijnen en cherubijnen. Zij worden volgens de orthodoxe traditie van de westerse schilderkunst weergegeven. De serafijnen rood en cherubijnen blauw. Als Cosimo op het platteland verbleef, hield de buurman en vriend van Cosimo, Roberto Martelli, in oogje in het zeil op de werkzaamheden in de kapel. Vóór 10 juli 1459 schilderde Benozzo op de oostwand twee serafijnen. Als Piero vóór die tijd langskomt, ziet hij deze engelen.270 Hij vond ze ongepast, op de cherubijnen had hij geen kritiek. Piero stuurde hierover een brief naar Benozzo. Deze brief is er helaas niet meer. Het antwoord van de kunstenaar op 10 juli is er nog wel. Benozzo schrijft zijn opdrachtgever het volgende:

‘Deze ochtend heb ik een brief ontvangen van Ruberto Martegli [Roberto Martelli] waaruit ik
 begrijp dat u vindt dat de serafijnen die ik geschilderd heb hier niet horen. Ik heb er maar
 één in de hoek tussen de wolken aan toegevoegd, zodat je alleen de topjes van de vleugels
 ziet. Het is zo goed verborgen en bijna geheel bedekt door wolken dat het niet afleidt van
 de schildering, maar juist bijdraagt aan de schoonheid. […] Onnodig om te zeggen, maar ik
 zal als u het wilt de twee kleine wolken laten verdwijnen.’271

Uiteindelijk heeft Gozzoli de twee serafijnen bij de kleine wolken niet overgeschilderd. In 1689-1691 zijn bij een restauratie de cherubijnen wel geheel onder het blauw van de lucht verdwenen. Sinds de laatste restauratie zijn de serafijnen echter weer te zien.

Bij de engelen op de westwand geheel links staat een engel op een wolk. Dit soort wolken ontwierp Brunelleschi voor de populaire sacra rappresentazione: toneelopvoeringen van heilige of Bijbelse gebeurtenissen. Het podium voor zulke  toneelvoorstellingen  werd gemaakt van planken die bedekt werden met katoenpluis om zo wolken te snuggeren272

In de eerste twee rijen van de staande engelen zingen de meesten. De anderen staan in devote houdingen. Eén engel kijkt naar boven naar een engel die uit de hemel neerdaalt. Een andere engel wijst met zijn vinger naar een engel die komt aangevlogen. Er wordt gezongen zonder instrumenten. De gezichtsuitdrukking van de zingende engelen verraadt inspanning. Ze lijken gregoriaans te zingen in een koor zonder dat er geschreven muzieknoten worden gebruikt. Zij passen een andere manier toe om de noten aan te geven namelijk door wat ‘de harmonische hand’ genoemd wordt. De engel in een blauw en roze kleed op de westwand wijst met de wijsvinger van zijn rechterhand naar de linkerhand van de engel die naast hem staat. Hij laat de juiste volgorde van de noten zien door de vingertoppen van de verschillende vingers aan te raken.

De voorzangers en solisten zijn te vinden op de oostwand: de drie dragen als enigen een mantel en onderkleed. De middelste van de drie, met een brede glimlach op zijn gezicht, heeft een soutane aan die priesters ook dragen in de kleuren van de Medici: rood, groen en wit. (Wikipedia)

De rode rand van de soutane is versierd met wapenschilden waarop de pillen van het Medici wapen te zien zijn. Het oorspronkelijke goud is later overgeschilderd met purper. De twee groepen op beide wanden die het dichtst bij het altaar staan zingen niet, maar aanbidden het kind. Deze engelen hebben twee paar vleugels waarvan de bovenste boven de nimbus opgevouwen zijn en de onderste opengesperd. Het zijn waarschijnlijk aartsengelen. De staande engelen hebben slechts één paar vleugels.

Een pauw rust op hek voor de tuin. Hij was een belangrijk symbool van onsterfelijkheid en wederopstanding van Christus. Piero’s persoonlijk embleem was ook een pauw met het motto REGARDE MOI.

De rozen worden gekweekt in een hortus coronarius en zijn bedoeld om te plukken. Zulke tuinen moesten veel bloemen opleveren voor kransen, maar vooral voor festoenen. Ze werden bij religieuze feesten gebruikt om kamers, gebouwen en straten mee te versieren en in kransen die op het hoofd gedragen werden. Rode en witte rozen werden met elkaar verbonden door een kern van draden. Na de laatste restauratie zijn de engelen die de festoenen maken weer te zien. Deze zijn gebaseerd op de festoenen in het hoofdaltaar, Tronende Maria met Kind, dat Fra Angelico voor de San Marco schilderde.

De kledij van de engelen is aan de bovenzijde  geheel met goud geschilderd. De paar originele zomen van de kleding, de meeste komen uit 1916, laten veel secco werk zien met edelstenen, juwelen en parels. Het landschap op de westmuur is dat van Toscane. De stad op achtergrond lijkt op Florence, hoewel de koepel van Brunelleschi niet te zien is. De vogels op de linkerwand zijn niet consequent op schaal geschilderd, hoewel de veren wel kloppen. Waarschijnlijk gebruikte de schilder hier modellenboeken zonder naar de natuur te kijken. Te zien zijn: een eend, soort haan, distelvink, hop, geelsnavel en een ekster.

Gozzoli Cappella dei Magi koor Engelen detail: vogels


3.4 Het Altaarstuk

 Filippo Lippi Aanbidding van het kind in het bos Staatliche Museen Berlijn groot formaat
Video altaarstuk (2.25 -20 minuten)
 Filippo Lippi Aanbidding van het kind in het bos Staatliche Museen Berlijn (Cappella dei Magi)

De kapel is gewijd aan de heilige Drie-eenheid. In het altaarstuk is dit te zien: hoog in het midden van het beeldvlak zijn God de Vader en de heilige Geest geschilderd en onder ligt de pasgeborene: de incarnatie van de zoon van God. Er zijn meerdere interpretaties van de betekenis van Lippi’s altaarstuk. Eén ervan wijst op Dante’s, Goddelijke Komedie. In het deel over het paradijs, bij Canto XXXIII, wordt de heilige Bernardus van Clairveaux aangehaald (Bij Princeton edu. te lezen; klik bij eerste hokje op Paradise en bij tweede hokje op Canto XXXIII).273 Dit canto begint met een lofzang op Maria. Door Bernardus kreeg Dante een visioen van de Triniteit. De dichter, Dante, begint zijn reis in een donker bos op zoek naar kennis. Na vele omzwervingen en belevenissen eindigt de tocht met de openbaring van de heilige Drie-eenheid waardoor de mensheid gered wordt. Het bos is een allegorie voor de toestand waarin de mens, die beroofd is van het heilige licht, zich bevindt.274 De heilige Bernardus is door Lippi op de achtergrond geschilderd.

Bernardus van Clairveaux en Johannes de Doper
 Filippo Lippi Aanbidding van het kind in het bos Staatliche Museen Berlijn Bernardus van Clairveaux

Bernardus en Johannes de Doper waren belangrijke heiligen voor Florence. Beide heiligen werden vereerd in Florence: Johannes als stadspatroon en Bernardus in de Cappella dei Priori in het Palazzo Vecchio. De dag dat Bernardus stierf, twintig augustus, was één van de belangrijkste kerkelijke feestdagen in Florence. De aanwezigheid van Johannes de Doper is ongewoon in een tafereel rond de geboorte. Een mogelijke reden is dat Driekoningen op dezelfde dag valt als dag waarop Johannes Christus in de Jordaan doopte. Het originele altaarstuk is in opdracht van de vader van Piero, Cosimo, geschilderd. Het was waarschijnlijk al in situ voordat Benozzo Gozzoli in de zomer van 1459 aan de frescocyclus begon. Cosimo en zijn zoon Piero waren lid van de Compagnia de’Magi. Deze vereniging hield elk jaar een processie die van het Piazza della Signoria en de Via Larga naar de San Marco ging. Cosimo had, zoals eerder vermeld, aan deze religieuze optocht meegedaan. Hij was de koning en gekleed in een bontmantel met een kroon op zijn hoofd.275 Bij de stoet naar de San Marco werd een geïmproviseerde kribbe meegevoerd. Toneelspelers verkleed als Maria en Jozef en het kind, zaten in de kribbe.

Filippo Lippi ‘De aanbidding van het kind Jezus’ Uffizi Florence
Filippo Lippi De aanbidding van het kind Jezus Uffizi Florence

Lippi’s Aanbidding is heel anders dan de feestelijke processie. Hier geen kribbe en praal noch een verwijzing naar het verhaal van de geboorte. Het kind ligt in een bosschage met de jonge Johannes de Doper en de heilige Bernardus. Beiden zijn onopvallend aanwezig. De houding van Bernardus van Clairveaux lijkt de bezoeker van de kapel te verleiden om dezelfde positie in te nemen.

Filippo Lippi ‘Maria in het bos’ detail Staatliche Museen Berlijn
Filipp0 Lippi Maria in het bos Staatliche Museen Berlijn

De distelvink, de ooievaar met de slang, het waterstroompje en de donkere mystieke achtergrond worden genoemd in de geschriften van Bernardus van Clairvaux.276 Het zijn symbolen met een diepere betekenis. Zo is de distelvink al beschreven als een teken van het lijden van Christus. De ooievaar met een slang in zijn snavel is een allegorie van Christus die het kwaad overwint en het stromende water symboliseert de goddelijke genade.

Johannes staat en kijkt in de richting van de stoet met de drie koningen die er aankomt. De tekst op de banderol verwijst naar de reden van de incarnatie van de zoon van Christus. Bij de voeten en het hoofd van de pasgeborene worden wij door de distelvink herinnerd aan het lijden van de zoon van Christus.

Filippo Lippi Aanbidding van het kind in het bos Staatliche Museen Berlijn

De reden van de lijdensweg is te lezen op de banderol: ECCE AGNUS DEI en in het Nederlands: Zie hier het Lam Gods. Door zijn dood worden de zonden van de mensheid weggenomen, maar hier was de bezoeker van de kapel al op gewezen in het voorportaal boven de oorspronkelijke ingang door het fresco met het Lam Gods. Filippo Lippi signeerde zijn altaarstuk op steel van de bijl met FRATER PHILIPPVS P .

Benozzo Gozzoli Lam Gods       Voorportaal van de kapel
Cappella dei Magi

klik hier voor het vervolg van dag 6