S. Agnese (Agone), Pasquino en de Chiesa Nuova en het Piazza Navona vóór de aanpak van Innocentius X

Piazza Navona vóór de ingrepen in de 17e eeuw
Piazza Navona vóór de ingrepen in de 17e eeuw
Piazza Navona ca. 1650 Piranesi and Piazza vóór de ingrepen onder Innocent X
livecam
mouseover
Piazza Navona Piranesi ca.1650

Innocentius X (Pamphili) wilde als sluitstuk voor ‘zijn’ aanpak van het Piazza Navona, waar het paleis van de familie ook aanlag en Bernini de fontein van de vierstromen had gebouwd, de oude kerk aanpakken.

Girolamo en zijn zoon Carlo Rainaldi hadden een nieuw ontwerp gemaakt en wel een Grieks kruis met een rechte gevel. In 1652 werd de oude kerk gesloopt en begon de nieuwbouw. Tijdens de bouw bleek het ontwerp echter niet naar de smaak van de paus. Innocentius ontsloeg de Rainaldi’s en benoemde zijn lievelingsarchitect: Francesco Borromini. Hij liet onmiddellijk de rechte gevel afbreken en ontwierp een nieuwe. De plattegrond van de kerk kon hij niet meer ingrijpend veranderen dit zou te kostbaar worden. Wel voegde hij op de hoeken van de koepelruimte op de pijlers zuilen toe. Het ontwerp van de gevel is nog bewaard gebleven. Borromini had flinke in het plein uitstekende ovale trappen bedacht. Bovendien een inspringende centrale travee met maar liefst acht flinke zuilen. In 1655 was de gevel tot aan de kroonlijst voltooid.

Maar dan gaat alles mis. In datzelfde jaar sterft Innocentius X en Alexander VII (Chigi) wordt de nieuwe paus. Hij had weinig belangstelling voor de Sant’Agnese in Agone. Er komt een commissie die moet besluiten wat verder te doen met de bouw. De uitslag is vernietigend voor Borromini: hij wordt ontslagen en Carlo Rainaldo krijgt de bouw opnieuw in handen. Hij wijzigt het ontwerp van Borromini. Uiteindelijk krijgt Bernini nog de opdracht om de kerk te voltooien. Ook hij veranderde nog het nodige. Natuurlijk kreeg het atelier van Bernini de opdracht om de kerk te voorzien van fresco’s en werd er het nodige gekleurde marmer en stucwerk aangebracht. Borromini moet hiervan gegruwd hebben. In al zijn kerken en gebouwen gebruikte hij juist nooit gekleurd marmer integendeel meestal een sereen licht grijs of wit marmer. We gaan naar het zuiden en komen op weg naar een ander beroemd gebouw van Francesco Borromini langs het Piazza di Pasquino. Bij dit pleintje staat een verweerd hellenistisch beeld uit de 3e eeuw.

op weg naar Pasquino
mouseover

 Pasquino Rome bij Piazza Pasquino

foto: yahti.com

Antonio Lafréry Pasquino 1550
Achille Pinelli 1835   Scorza Sinibaldo 17e eeuw
Antonio Lafréry Pasquino 1550

Waarschijnlijk is het Menelaos die het dode lichaam van Patroclus beschermt. Toen in 1501 de naburige Via dei Leutari opnieuw bestraat moest worden, is dit gehavende beeld ontdekt. Kardinaal Carafa heeft het op de hoek bij het plein geplaatst. Volgens het verhaal had de kleermaker of zoals sommigen denken schoenlapper, Pasquino, hier een goedlopende winkel in de buurt. Pasquino kwam vaak aan het pauselijke hof en kreeg mee wat er zich zoal achter de schermen afspeelde. Pasquino leverde nogal gepeperde kritiek op wat zich in Rome afspeelde en dan vooral aan het pauselijke hof. Na de dood van deze kleermaker is het beeld naast zijn winkel geplaatst. Hier hingen de Romeinen vaak een briefje op met kwinkslagen waarin het nodige scherpe commentaar gegeven werd. Zoals de reeds eerder beschreven paskwil (spotdicht naar beeld bij de winkel van Pasquino) van de geneesheer van Urbanus VIII, Giulio Mancini ‘Quod non fecerent barberini, fecerunt barberini’ wat de barbaren nalieten deden de Barberini’s (het brons uit de portico van het Pantheon slopen).

Lange tijd werd gedacht dat Bernini het brons uit het Pantheon voor het gieten van de vier zuilen van het Baldacchino gebruikt heeft. Uit recent onderzoek blijkt echter dat slechts 1,8 procent van het brons dat voor de gedraaide zuilen bestemd was uit het Pantheon komt. Zelfs deze hoeveelheid brons werd aan de Fabricca di San Pietro (openbare werken Vaticaan) teruggegeven. Het brons uit het Pantheon is vooral gebruikt voor het gieten van kanonnen. Bernini vertrouwde de legering niet. (Franco Mormando, ‘Bernini His Life and his Rome,’ University of Chicago Press, Chicago and London, 2011 blz. 85-86)

Je zult in Rome nog veel van deze ‘sprekende’ beelden aantreffen.

Pasquino
mouseover

Pasquino Rome

foto: depor_guga

Chiesa Nuova of Santa Maria in Vallicella

Chiesa Nuova of Santa Maria in Vallicella
segmentvormig timpaan Maria met kind
Chiesa Nuova of S. Maria in Vallicella Rome facade

Aan de drukke Corso Vittorio Emanuele II ligt rechts de Chiesa Nuova met het aangrenzende Oratorium van S. Filippo Neri. We lopen eerst naar de Chiesa Nuova. Hier is een plattegrond met ‘aanklikbare’ kapellen en een luchtfoto van deze kerk met het aangrenzen oratorium.

Chiesa Nuova gevel en interieur
virtueel bezoek aan de Chiesa Nuova
mouseover

Chiesa Nuova facade Rome

In de Middeleeuwen stond op deze plek een kerk die de Santa Maria in Vallicella genoemd werd. Filippo Neri heeft de huidige kerk, de nieuwe kerk, laten bouwen. We gaan nu niet de architectuur van deze kerk bekijken, maar enkele schilderijen. De kunstenaar, Pietro da Cortona, wiens Santa Maria della Pace we al bekeken hebben, heeft in deze kerk met de nodige onderbrekingen twintig jaar aan de beschildering van het schip, de koepel en de apsis gewerkt.

We lopen, als het ons tenminste wordt toegestaan, eerst naar de sacristie waar een groot beeld van Filippus Neri van de beeldhouwer Algardi staat. Vervolgens gaan wij naar de laatste rustplaats en kapel die aan deze heilige gewijd is.

Alessandro Algardi
Filippus Neri Chiesa Nuova sacristie
Alessandro Algardi Filippo Neri Chiesa Nuova sacristie

foto: Hen-Magonza

Kapel van Filippus Neri
Filippus Neri 

mouseover

Kapel van Filippus Neri Chiesa Nuova

Filippus Neri is een van de belangrijkste figuren uit de contrareformatie geweest. Hij was een oprecht christen die zijn geloof zeer serieus nam. Hij stichtte in 1551 de congregatie van de oratorianen. In het naburige Oratorium (oratorio= gebedsruimte en kapel) kwamen zij bij elkaar. Er werd dan gepreekt, gezongen in de volkstaal en aan pastorale zorg gedaan. Als jonge Romeinse prinsen verzochten om toegelaten te worden tot de congregatie van de oratorianen moesten ze eerst allerlei taken vervullen. Zo moesten de prinsen bijvoorbeeld mortel maken of bakstenen voor de bouw van een nieuwe kerk aandragen.

Chiesa Nuova
Privévertrekken van  Filippus Neri
plattegrond nummer 11  
Chiesa Nuova privévertrekken van  Filippus Neri

Filippus Neri stierf in 1595 en werd in de Chiesa Nuova begraven. In de kerk zijn onder meer drie schilderijen van de jonge Rubens te zien. Eén boven het hoofdaltaar en de andere twee ernaast.

Filippus Neri’s dodenmasker
Filippus Neri's dodenmasker

Als we geluk hebben en de koster is zo vriendelijk om zijn afstandsbediening te pakken dan zie je dat achter de Maria met kind in een ovaal van Rubens bij het hoofdaltaar nog een ovaal kastje zit dat geopend kan worden. Hier achter is een fresco uit de 14e eeuw van Maria. Dit schilderij verrichtte wonderen. Over het eerste schilderij dat Rubens voor de monniken van het oratorium maakte, schreef hij het volgende in een brief:

“U moet namelijk weten dat mijn schilderij voor het hoofdaltaar van de Chiesa Nuova zeer goed geslaagd is, tot grote tevredenheid van de paters en ook (wat zelden voorkomt) van allen die het van tevoren hebben gezien. Maar de lichtval op dit altaar is zo ongunstig dat men de figuren nauwelijks kan onderscheiden, of kan genieten van de schoonheid der kleuren en de fijnheid van de hoofden en draperieën, die ik met grote zorg heb geschilderd, naar de natuur, en volgens het oordeel van iedereen ook met volledig succes. Derhalve, gezien het feit dat alle verdiensten van het werk verspild zijn en erkenning voor mijn inspanningen alleen verkrijgbaar is als de resultaten gezien kunnen worden, ben ik niet van plan het te onthullen. Liever neem ik het terug om er een betere plaats voor te zoeken […] Maar de paters weigeren het schilderij af te staan, tenzij ik bereid ben een kopie te maken in mijn eigen hand, voor hetzelfde altaar, op steen of een ander materiaal dat de kleuren absorbeert zodat ze niet langer reflecteren in dat ongunstige licht. Ik acht het echter niet passend bij mijn reputatie dat er twee identieke schilderijen van mijn hand in Rome zouden bestaan.”

Peter Paul Rubens in een brief van 2 februari 1608. Geciteerd uit: R.S. Magurn, ‘The letters of Peter Paul Rubens’, Cambridge, Massachusetts, 1955 blz. 42.

Uiteindelijk besloot Rubens toch maar een nieuw altaarstuk te schilderen, maar dit keer wel op lei.

Peter Paul Rubens
links: Gregorius, Maurus en Papianus   altaarstuk   rechts: H. Nereus, Domitilla en Achilleus
detail altaarstuk  Madonna met Kind, door engelen aanbeden 1608 leisteen 425 x 250 cm

Peter Paul Rubens Madonna della Vallicella Chiesa Nuova

foto: Bruno Cerboni

Zodat het materiaal nu wel ‘de kleuren absorbeert’. Rubens maakte geen kopie, maar schilderde de compositie die je nu in deze kerk kunt zien. Onder in het beeldvlak zie je geknielde engelen die in volle aanbidding naar boven kijken waar in een lijst Maria met haar kind te zien is (hierachter is het wonderbaarlijke fresco).

Peter Paul Rubens
Youtube openen kastje begint bij 7.53
deels geopend
Madonna met Kind, door engelen aanbeden
Maria fresco uit de 14e eeuw
Rubens Madonna della Vallicella detail Madonna met kind

Het bleef niet bij dit ene altaarstuk. Rubens schilderde nog twee flinke werken natuurlijk ook op leisteen. Beide schilderijen hangen iets lager zodat alle drie de werken lijken op een traditionele triptiek. De H. Gregorius, Maurus en Papianus links van het hoofdaltaar en rechts de H. Nereus, Domitilla en Achilleus. In beide werken zie je elk drie heiligen die natuurlijk Maria met kind in het ‘middenpaneel’ hun opwachting komen maken. De relieken van de zes martelaren die op de beide flankerende schilderijen staan, waaronder Gregorius en Domitilla, worden in deze kerk bewaard. In de Chiesa Nuova hing oorspronkelijk in de tweede kapel rechts, de Vittrici-kapel, ook een beroemd schilderij van Caravaggio dat je nog in de Pinacotheek van het Vaticaan te zien krijgt. We zullen het hier moeten doen met een replica van de graflegging van Christus. Toch zullen we hier en niet in het museum dit werk bespreken omdat alleen hier het schilderij echt te begrijpen is.

 Graflegging replica
Vittrici-kapel gewijd aan de Pietà

Caravaggio graflegging Vittrici-kapel gewijd aan de Pietà Chiesa Nuova replica

Hier nog maar even een uitweiding en deels een herhaling van wat al geschreven is onder Dag 5: Caravaggio. Paus Gregorius XIII die nauw bevriend was met Vittrici had een aflaat ingesteld voor het bidden in zijn kapel in de Chiesa Nuova. Als zijn kapel nog niet voltooid is, sterft Vittrici. Na zijn dood wordt de kapel met het altaar voltooid. De paus herhaalt nog eens dat het toegekende privilege gehandhaafd moet blijven. Dit betekent dat zo’n kapel waar we nu voor staan bij de gelovige zeer populair was, je kon er immers een aflaat mee verdienen. De Santa Maria in Vallicella zoals deze kerk officieel heet, heeft in totaal tien altaarstukken in de kapellen bij de zijbeuken.

Chiesa Nuova
schip en rechter zijbeuk
Chiesa Nuova Santa Maria in Vallicella schip interieur

foto: Dennis Jarvis

Chiesa Nuova of de Santa Maria in Vallicella
drie van de tien  zijkapellen
plattegrond nummer 3 rechts

Kapel van de Kruisiging
Cappella dell’Ascensione
eerste kapel rechts
Scipione Pullzone
altaarstuk
Kruisiging

 

Kapel van Vittrici gewijd aan de Pietà
Cappella (Vittrici) della Pietà
tweede kapel rechts
kopie naar Caravaggio van Michele Koeck
altaarstuk
Graflegging

  Kapel van Christus’ Hemelvaart
Cappella dell’Ascensione
derde kapel rechts
Girolama Muziano
altaarstuk
Christus’ Hemelvaart

De altaarstukken zijn één doorlopend verhaal over de kruisweg. In elk altaarstuk is tussen de andere figuren in Maria te zien. De twee aangrenzende kapellen van de Vittrici-kapel hebben altaarstukken waar de Kruisiging en de Hemelvaart worden afgebeeld. De graflegging die Caravaggio voor de kapel van Vittrici gemaakt heeft, past hier perfect tussen. Veel schilderijen boven de altaren zijn al voltooid als Caravaggio in 1603 aan zijn altaarstuk begint. We vergelijken de aangrenzende Kruisiging van de schilder Pulzone met het werk van Caravaggio. Dan zie je dat Caravaggio niet alleen het verhaal goed laat aansluiten bij het werk van Pulzone, maar ook enkele figuren en hun kleding. Zo neemt hij de kleding over zoals het rode en groene kleed.

Caravaggio
‘Graflegging’ 300 x 203 cm  1603-1604
Pinacotheek van het Vaticaan

Caravaggio ‘Graflegging’ 300 x 203 cm  1603-1604 Pinacotheek van het Vaticaan

Verder heeft Johannes (de man dicht bij Jezus met een groene mantel en een rode draperie) hetzelfde gezicht als de apostel die Pulzone heeft geschilderd. Het licht dat van rechts komt en de diagonale compositie komen ook precies overeen met de natuurlijke lichtval in deze kapel. Als je voor deze replica staat dan lijkt het alsof je deelgenoot bent van de graflegging. Je staat echter wel in het graf zelf en kijkt naar boven. Rubens die hier zes jaar later nog heeft gewerkt aan zijn altaarstuk bij het hoofdaltaar interpreteerde dit ook zo. Hij vond echter dat Caravaggio met zijn compositie niet duidelijk had gemaakt waar de dode Christus nu precies in het graf komt te liggen. Enkele jaren later maakte Rubens een graflegging waarbij wel duidelijk was waar Jezus nu kwam te liggen.

Rubens Graflegging Ottawa

Rubens heeft niet begrepen waarom Caravaggio juist deze compositie heeft gemaakt. Deze is helemaal niet bedoeld als een goede plaatsbeschrijving. Integendeel, centraal staat de diepere betekenis en de sfeer van de graflegging. Het is meer een icoon dan een verhaal zoals dit trouwens ook voor de Pietà van Michelangelo geldt. In zijn brief aan de Romeinen (Romeinen 6: 4-6) legt Paulus de link uit tussen de graflegging en de opstanding. De mens moet de Heer in de dood volgen, want dan kunnen wij een nieuw leven leiden. Deze gedachte wordt pas echt goed geïllustreerd als de priester staande voor het altaar zijn hostie opheft en dan precies voor het geschilderde graf en de dode Christus de woorden tijdens de consecratie uitspreekt: ‘Want dit is mijn Lichaam, dat voor U gegeven wordt. Doet dit, zo dikwijls gij het doet, ter nagedachtenis aan Mij.’ De aanbidders die de mis bijwoonden konden bij deze woorden ook echt het lichaam van Christus zien. Zo gezien is het een icoon van het Corpus Domini.

Als je de graflegging van Raphaël die je nog in de Villa Borghese te zien krijgt met deze graflegging vergelijkt, zie je grote verschillen. Raphaël idealiseerde zijn figuren sterk. Zo schreef hij in een beroemde brief aan Castiglioni dat hij geen modellen gebruikte, maar ideeën. Als je de figuren van Caravaggio in dit altaarstuk bekijkt zoals Nicodemus, de man rechts vooraan, Johannes, Maria en Maria Kleopas dan zijn die heel realistisch. Voor de vrouw, Maria Kleopas, die haar beide handen in de lucht gooit, heeft Caravaggio een Romeinse straatmeid als model gebruikt. Wel is het gebaar dat zij met haar handen maakt heel klassiek. Je kunt het op menige sarcofaag uit de oudheid terugvinden.

Caravaggio
Graflegging Christus
detail de rechterhand van Johannes
zoom in
mouseover
Caravaggio detail ‘Graflegging’

Typisch voor Caravaggio is de hand van de onoplettende Johannes die onder de oksel van Christus doorsteekt. Zijn vingers prikken in de wond van Christus die weer opengaat. Dit soort details zijn kenmerkend voor Caravaggio. Als je de Pietà van Michelangelo nog in je hoofd hebt dan kun je zien dat Caravaggio ook van dit werk van Michelangelo gebruik heeft gemaakt zoals hij wel vaker deed.

Video Caravaggio graflegging Vaticaan (3.53 minuten)
“Achter Nikodemus zijn de rouwende Maria’s te zien. Een staat er met opgeheven armen, de tweede heeft haar sluier naar haar ogen gebracht en de derde kijkt naar de Heer.
Caravaggio had weer Michelangelo in gedachten toen hij De Graflegging maakte. Pietro Vittrices grafkapel was gewijd aan de Piëta, de eenzame Maria die de dode Christus op haar schoot beweent. Caravaggio greep bewust terug op een van de meest vereerde verbeeldingen van de gebeurtenis die aan de graflegging voorafgaat, namelijk Michelangelo’s marmeren Piëta in de Sint-Pieter. De neerhangende rechterarm van Caravaggio’s dode Christus, met de duidelijk zichtbare aderen, is een directe parafrase in verf van hetzelfde element [arm, hand, benen] in Michelangelo’s compositie. Het vlees van de arm bolt over de ondersteunende hand van Johannes, zoals dat ook gebeurt bij de hand van de marmeren Piëta. Maar op Caravaggio’s schilderij opent Johannes’ hand onbedoeld de wond van Christus’ zijde. De pathos en poëzie van Michelangelo’s beeldhouwwerk waarop we Maria zien rouwen om de man die ze ooit als kind heeft gewiegd, vervangt Caravaggio door zijn eigen intense morbiditeit. Caravaggio heeft zijn dode Christus nietsontziend ontidealiseerd. Hij is werkelijk het vleesgeworden Woord: een dode man, een echt lijk, dat door zijn gewicht degenen die het te rusten leggen voor een grote krachtsinspanning stelt. Johannes doet zijn best om de heilige last niet te laten vallen. De voorovergebogen Nikodemus probeert krampachtig zijn greep op het lichaam te behouden door zijn rechterhand om zijn linker onderarm te klemmen
Opnieuw benadrukt de schilder de blote voeten van Christus en zijn discipelen. De voeten van Nikodemus worden door de zware belasting van het lijk op de platte steen gedrukt, zodat de aderen uitstaan en de huid plooit bij de enkels. Christus’ voeten hangen slap in de lucht. Dergelijke details hadden elders op weerstand kunnen stuiten, maar blijkbaar vonden de oratorianen Carvaggio’s nadruk op de heilige armoede niet onwelvoegelijk. […] Zijn lijkwade hangt over de steen heen en raakt de bladeren van een plant, misschien om tot uitdrukking te brengen dat hoop op nieuw leven zelfs tot in de duisternis van het graf reikt. Pietro Vittrici had een bijzondere verering voor de heilige lijkwade van Turijn, de lijkwade waarin Christus zou zijn begraven.”

Geciteerd uit: Andrew Graham-Dixon, ‘Caravaggio Een leven tussen licht en duisternis, Nieuw Amsterdam 2011 (oorspronkelijk Caravaggio: A life Sacred and Profane, Allen Lane 2010) blz. 324-325

April 2018
Diefstal van ‘Het Heilige Hart’ van Batoni in de nieuwe kerk
Vanochtend rond 9 uur werd een paneel gestolen uit Santa Maria in Vallicella beter bekend onder de Romeinen als de  Chiesa Nuova. Het gestolen schilderij is ‘Het Heilige Hart’, van de zeventiende-eeuwse kunstenaar Pompeo Batoni. De dieven, nog niet geïdentificeerd, hebben het frame achtergelaten.  Nadat het werk was teruggevonden bleek na onderzoek van de Carabinieri dat het om een kopie ging. In de Il Gesù in de kapel van het heilige hart hangt het origineel.

We gaan de kerk uit en lopen direct het aangrenzende gebouw in en wel naar de zaal waar de oratorianen bijeen kwamen.

Oratorio dei Filippini Neri en Chiesa Nuova
lucht foto  Oratorio en Chiesa
Oratorio dei Filippini Neri Chiesa Nuova

foto: Dennis Jarvis

De volgende bladzijde