Sansovino en Palladio: de San Francesco della Vigna en de Santa Maria Maggiore

San Francesco della Vigna gevel Palladio Venetië

foto: netNicholls

Sansovino ontwierp de San Francesco della Vigna voor een tak van de franciscanen en wel de observanten (zij probeerden de soberheid van Franciscus weer meer te handhaven, de hoofdtak, de Frati Minor, zat in de Frari). De gevel is van Palladio.

Canaletto
San Francesco della Vigna
stedelijke context
luchtfoto

Canaletto San Francesco della Vigna

Enkele rijke families steunden de bouw. De Doge Andrea Gritti kocht het recht om in de kerk bij het koor begraven te worden. De orde hield wel strikte controle over het ontwerp, Sansovino lag aan de leiband van zijn opdrachtgevers. De humanist en geleerde Fra Francesco Giorgi (Zorzi) heeft tijdens de ontwerpfase het gebouw zij het in bescheiden mate aangepast. De brief waarin Giorgi zijn opvattingen over de bouw ventileert, is nog bewaard gebleven. Francesco Giorgi lette vooral op de Divino Proportione, de door God gegeven proporties. Het getal drie, dat ook in de Lambda van Plato terug te vinden is, is het perfecte getal (meer over de Lambda van Plato klik hier). We zullen ter plekke nameten welke ‘heilige verhoudingen’ in deze kerk toegepast zijn. Giorgi schrijft over de verhoudingen onder meer het volgende:

‘1 April, 1535.

Om de kerk te bouwen met de passende en volledig harmonische proporties – wat mogelijk is zonder dat iets van het reeds uitgevoerde deel hoeft te veranderen – zou ik als volgt te werk gaan. De breedte van het schip [Teg: klik hier voor de plattegrond met de afmetingen] zou ik willen vaststellen op 9 dubbelpassen [1 dubbelpas = ca. 1,8 m] wat het kwadraat van drie is, het eerste en goddelijke getal. De lengte van het schip, die 27 passen zal bedragen, zal een drievoudige proportie vormen, hetgeen een diapason plus een diapente oplevert. En deze geheimzinnige harmonie is dezelfde waarop Plato zich baseerde toen hij in de Timaeus de wonderschone samenklank van de opbouw van de wereld en haar delen wilde beschrijven, gebruik makend van dezelfde proporties en getallen, die hij waar nodig verveelvoudigde volgens de geldende regels en harmonieën totdat hij de hele wereld in al haar geledingen en onderdelen had omvat. Daarom hebben wij, die de kerk wensen te bouwen, het noodzakelijk en ‘t meest passend geacht daarbij de orde te volgen waarvan God, de hoogste bouwmeester, de meester en schepper is. […] Dit complete en volmaakte lichaam [Teg: de kerk zonder de vierkante uitstekende apsis] zullen we nu een hoofd geven; namelijk de ‘cappella grande’. Haar lengte moet van dezelfde proportie of liever symmetrie zijn die in de drie vierkanten van het schip heerst, dat wil zeggen 9 dubbelpassen. Het is aan te bevelen de lengte gelijk te maken aan de breedte van het schip (dat, zoals we al gezegd hebben, niet langer moet zijn dan 27 dubbelpassen); maar [ik prefereer] dat de breedte 6 dubbelpassen bedraagt, zoals ook een hoofd ten opzichte van het lichaam juist en evenwichtig is geproportioneerd. Tot de breedte van het schip zal de breedte van de kapel staan in een verhouding van 2 : 3 (sesquialtera) die gelijk is een de diapente, een zeer voortreffelijke harmonie.’

Geciteerd uit: Rudolf Wittkower, ‘Grondslagen van de architectuur in het tijdperk van het humanisme’, Sun, Nijmegen 1996 (oorspronkelijke Engelse uitgave 1971), blz. 167

Net als de Camaldolese orde van de San Michele waren de monniken van de San Francesco erop gebrand de nieuwste theorieën van de renaissance in hun kerk toe te passen. De San Francesco is gebaseerd op de San Salvatore al Monte in Florence, die op het einde van de 15e eeuw gebouwd was. Sansovino moest dus rekening houden met de proporties van Giorgi en zich tegelijkertijd baseren op een kerk in Florence. De monniken wilden net als bij de San Michele en de San Giobbe slechts één beuk met zijkapellen. Het Florentijnse model, de San Salvatore al Monte, had ook maar één beuk met zijkapellen. De grote ramen bij de afsluitende muur die het koor verlichten geeft door het tegenlicht de indruk dat dit deel in tegenstelling tot de rest van de kerk maar zeer matig verlicht is. Dit werd later door Palladio in zijn Redentore en de San Giorgio Maggiore overgenomen.

 Interieur San Francesco della Vigna
mouseover
 San Francesco della Vigna Venetië

 

 San Francesco della Vigna Venetië

Palladio

Palladio werd gevraagd voor de gevel van de San Francesco della Vigna. Sansovino leefde nog en de Grimanifamilie betaalde de gevel. Er is niet voor niets een kapel van de Grimani’s in de kerk gebouwd. Dat Palladio de opdracht kreeg, betekende dat zijn reputatie inmiddels in de stad gevestigd was. Het gevelontwerp van Sansovino voor deze kerk is bewaard gebleven in een munt. Het werd als te ouderwets beschouwd.

San Francesco della Vigna
tekening van de gevel
mouseover
facade San Francesco della Vigna Palladio

foto: Ray Streeter

De gevel van Palladio is volkomen anders en volstrekt nieuw. Palladio gebruikt de kolossaal orde in tegenstelling tot Sansovino, samengebald in het middendeel. De zijvleugels, de zijbeuken, met de ‘gewone’ orden lijken wel steunberen voor het schipgedeelte van de gevel. Alle orden zijn op hoge plinten gezet. De basementen van de halve zuilen staan hoger dan de ooghoogte van de kerkbezoeker.

schema van twee elkaar doordringende tempelfrontons
facade San Francesco della Vigna Palladio schema van twee elkaar doordringende tempelfrontons

foto: netNicholls

De kleine orde suggereert dat de zijkapellen ook tot aan de hoogte van de zuilen lopen, dit is niet het geval. De zijkapellen zijn veel lager. Dit is goed te zien aan de zijkant van de kerk. De gevel en de kerk zijn dus niet echt op elkaar afgestemd. Palladio was meer geïnteresseerd in een indrukwekkende gevel als scherm. De enorme schaal van de klassieke elementen heeft grote indruk gemaakt, het was volkomen nieuw in de stad. In 1560 waren er nog nauwelijks gevels die helemaal uit Istrische steen bestonden. Bij de San Michele was dit wel het geval, maar deze kerk is vrij klein, terwijl de San Giovanni e Paolo en de San Salvatore nog stenen gevels hadden. Rode baksteen in combinatie met enkele Istrische architectonische elementen was gebruikelijk.

Daar we alleen bij dit dagprogramma in deze kerk komen zal ik nog een schilderij van Paolo Veronese bespreken en wel ‘De Heilige Familie’:

Paola Veronese
De heilige familie
Titiaan
mouseover

Paola Veronese San Francesco della Vigna

Als je in de Frarikerk bent geweest en het beroemde schilderij van Titiaan hebt gezien, het Pesaro altaarstuk, zul je misschien kunnen zien door wie Veronese in dit werk sterk beïnvloed is.

San Francesco della Vigna
zijkant
Campo San Franceso della Vigna
mouseover

San Francesco della Vigna Campo San Franceso della Vigna

foto: Wikipedia en Andrea Moretton

We lopen naar de S. Zaccaria Jolanda en nemen boot 82 richting het eiland San Giorgio Maggiore waar we de gelijknamige kerk zullen bekijken. Op woensdag als we naar Vicenza gaan wordt uitgebreid ingegaan op de zeer invloedrijke architect Palladio. In Venetië heeft Palladio twee kerken en een deel van een klooster gebouwd.

Vaporetto lijn 82
Video Drone naar de Santa Giorgo Maggiore Greg Snell (0.0-0.22 minuten)
livecam
mouseover
Vaporetto 82 Venetië

foto (mouseover): ricardoavella

Het eiland San Giorgio Maggiore
San Giorgio Maggiore
Palladio
luchtfoto
mouseover

San Giorgio Maggiore Venetie Palladio

Pas in het laatste decennium van Sansovino’s leven kreeg Palladio belangrijke opdrachten in Venetië, Sansovino was toen al vierenzeventig jaar. De eerste opdracht was de refter van het Benedictijnenklooster: de San Giorgio Maggiore. Het zijn wederom monniken die het eerst ‘moderne’ architectuur laten bouwen. De villa’s van Palladio in Veneto en de gebouwen in Vicenza hadden alom bewondering gekregen. De toch vrij conservatieve adel en het bestuur in Venetië moesten weinig van de vernieuwingen hebben. Sansovino gebruikte ook wel de klassieke taal, maar hij liet de oude Venetiaanse structuur intact. Palladio deed dit niet.

In 1565 begon de bouw van de San Giorgio Maggiore. Al in 1520 vonden de monniken hun klooster en kerk op dit eiland te klein. Er stond al een oude kerk aldus de gids van Venetië van de hand van Francesco Sansovino, de zoon van Jacopo. Deze zou deels model hebben gestaan voor Palladio’’s ontwerp. Het houten model van Palladio van de San Giorgio Maggiore is in de winter van 1565-1566 gebouwd. De refter was op dat moment al voltooid. De monniken vroegen toestemming aan de Senaat om duizend eikenbomen van de terra firma te halen voor hun fundamenten. Normaal kreeg de scheepsbouw voorrang daar de bossen in de serenissima al vrij zwaar waren aangetast. De fundering werd in 1566 gelegd. Al in 1576 was het gebouw op de gevel na voltooid. De façade (foto: B Coleman) werd tussen 1607 en 1611 gebouwd, een kwart eeuw na de dood van Palladio. Het contract met de steenhouwers geeft duidelijk aan dat het ontwerp van Palladio nauwkeurig gevolgd moest worden. Dwarsdoorsnede en  plattegrond San Giorgio Maggiore

San Giorgio Maggiore
Gevel 

facade San Giorgio Maggiore Venetië

Dit was de eerste kerk die volledig door Palladio ontworpen is. In zijn verhandelingen beschrijft Palladio de antieke tempel. Natuurlijk was een centraalbouw het mooiste, maar tussen ideaal en praktisch gebruik van een kerk ligt een wereld. Palladio formuleerde dit als volgt:

‘‘Daar de ronde vorm [……] is de enige van alle figuren die eenvoudig, uniform, gelijk, sterk en veelomvattend, laten wij daarom tempels rond maken.’ […] om verder in zijn betoog te volgen met .. .’ ‘Die kerken zijn prijzenswaardig die in de vorm van een kruis gemaakt zijn [……] daar zij in de ogen van de aanschouwer het hout vertegenwoordigt waar onze verlossing van afhing.’

Palladio, The Four Books of Architecture, trs. I. Ware, London, 1738, Dover paperback facsimile edn., New York. 1965 blz. 81-82

Bij de San Giorgio Maggiore moest Palladio wel rekening houden met de traditie van de Benedictijnen. De Benedictijner kerk, de Santa Giustina, in Padua, waarvan de bouw in 1521 begonnen was, werd als model gebruikt.

Santa Giustina Padua
voor en na de brug
mouseover
Santa Giustina Padua

Deze kerk moet in elk geval de inspiratie zijn geweest voor Palladio. Hij nam het volgende over van de Santa Giustina:

  • drie beuken
  • transept met grote viering en één koepel
  • koor met apsissen

Opvallend is dat Palladio heel wat weg liet dat in de Santa Giustina te vinden is zoals:

  • geen meerdere koepels in schip en transeptarmen
  • geen drie apsissen, maar één centrale
  • koor achter i.p.v. vóór het hoofdaltaar

Door juist deze weg te laten wijst hij de zo kenmerkende trekken van de San Marco ook af. Hiermee gaat Palladio een geheel eigen weg, hij verwerpt in zijn architectuur de veneto-byzantijnse traditie. Voor hem is de Byzantijnse architectuur in de lagune geen bron van inspiratie. Dit alles terwijl de San Giorgio Maggiore met zijn gevel naar de San Marco gericht is.

Toch gebruikte Palladio wel de Istrische steen. Waarschijnlijk is de gevel van Codussi bij de San Michele de inspiratiebron geweest. Hier is het muurvlak niet gebroken zoals bij de scuola di San Rocco of de bibliotheek. Bij dit laatste gebouw zijn door de meerdere lagen en vele openingen sterke schaduweffecten naast witte heldere vlakken. Het chiaroscuro wordt nog versterkt door de decoraties die Sansovino uitbundig heeft aanbracht. Niets van dit alles bij Codussi. De San Michele lijkt wel als een ijsberg te schitteren in het blauwe water. Tijdens het leven van Palladio, de gevel is na zijn dood voltooid, was het zicht op de gevel gehinderd door een rij kleine huizen ervoor. Deze huizen zijn in opdracht van Doge Donà afgebroken. Hij ergerde zich aan het uitzicht vanuit zijn vertrekken in het Ducale.

Palladio zou hier zeker enthousiast over geweest zijn. Er is een tekening gevonden in de archieven van Venetië uit het atelier van Palladio. In deze tekening heeft Palladio een grote driedimensionale portico getekend vóór de gevel. Alleen bij zijn tempel in Maser is zoiets uitgevoerd. Palladio projecteert een tempelfaçade op de vlakke wand, de opstand. Hij doet dit op een zeer ingenieuze wijze. Zijn oplossing wordt model voor generaties architecten na hem. De huidige gevel is een veel goedkopere oplossing dan een portico. De gevel kent nauwelijks diepe nissen en ‘gaten’ zoals de bibliotheek waardoor er veel minder schaduw -en lichtwerking is net als bij de San Michele. Bij deze kerk waar Palladio het gehele ontwerp zelf in handen had zijn interieur en gevel wel perfect op elkaar aangesloten. De kleine en grote orden, de hoge basementen keren in het interieur terug.

Het interieur van de kerk is buitengewoon licht. Door de combinatie witte Istrische steen en wit stucwerk. Hierbij komt nog dat de ramen zeer uitgekiend geplaatst zijn zodat er een zee van licht naar binnen kan stromen. Het nieuwe aan de natuurlijke belichting is dat zij zeer bewust is aangebracht om bepaalde effecten te bereiken.

interieur
koepel
San Giorgio Maggiore interieur Venetië

Palladio heeft opzettelijk wit in zijn kerken gebruikt, want aldus onze architect:

‘‘Van alle kleuren is er geen meer geschikt voor kerken dan wit, daar de zuiverheid van de kleur, net als het leven zelf, bijzonder bevredigend voor God is.’

Palladio, The Four Books of Architecture, blz. 82.

Hierbij komt nog dat de Contrareformatie bij het Concilie van Trente veel licht in kerken eiste. De schilderijen en beelden die de gelovige moeten opvoeden en religieuze gevoelens moeten aanwakkeren moesten goed te zien zijn. In veel kerken zoals in de San Salvatore werden extra ramen aangebracht. Toch is de San Giorgio Maggiore geen manifest van de Contrareformatie daarvoor is deze kerk te uniek. Zelfs in de context van de Venetiaanse traditie staat deze kerk volledig op zich. In de San Giorgio Maggiore voorkomt Palladio dat er een effect van het ‘vermenigvuldigen’ van ruimtes ontstaat zoals bij de vele koepels in de San Marco of de Santa Giustina in Padua. Waar je ook staat in de kerk, je bent je altijd bewust van het centrale punt van de kerk. Het werkt dus als een centraalbouw, terwijl het toch een basiliek is. Dwarsdoorsnede en  plattegrond San Giorgio Maggiore.

De  grote koepel is precies in het midden van de ingang en het hoofdaltaar geplaatst, de ramen in de tamboer en de lantaarn geven een flinke stoot licht. De vier ruimtes die de viering raken met tongewelven, zijn duidelijk onderscheiden van de gewelven in de zijbeuken die lagere kruisgewelven hebben. Palladio weet hier het bijna onmogelijke te verenigen namelijk de kruisvorm, de basiliek, en de centraalbouw. Palladio gebruikt in het interieur net als bij de gevel de kolossale composietorde en wel halve zuilen. De kleine pilasterorde is een oriëntatiepunt voor de kerkbezoeker dat als maatstaf dient voor de enorme afmetingen. De pijlers met de halve kolossale composietorde en de pilasters met de composietorde zijn een herhaling van hetzelfde motief. De kolossale orde op hoge basementen benadrukken de vergezichten in de kerk. Grote thermale ramen in het schip en transept zorgen voor overvloedig licht van boven. Ter plekke zal ik laten zien m.b.v. een A3′-tje dat de Romeinse thermen model hebben gestaan voor de plattegrond van deze kerk. Badhuizen hadden een slimme aaneenschakeling van compleet verschillende ruimtes. Ondanks deze opeenvolging van ruimtes was er toch sprake van een duidelijke eenheid in het gebouw. Dit nu is hier ook het geval. Het thermale raam (ramen uit Romeinse badhuizen) werd vóór Palladio nog maar zelden gebruikt. Na de San Giorgio Maggiore werden thermale ramen bijna altijd in kerken toegepast zeker na de eis van de Contrareformatie dat er meer licht in de kerken moest komen.

Net als in de kerk van Sansovino, de San Francesco della Vigna is het koor van de monniken achter het hoofdaltaar geplaatst en niet ervoor zoals in de Frarikerk. Palladio neemt dit in zijn kerken in Venetië over. Ook de ramen aan de achterzijde met het tegenlicht, dat de kerkbezoeker bijna hemels tegemoet lijkt te komen wordt door Palladio toegepast. In de San Giobbe en de San Francesco della Vigna, kloosterkerken, had een dergelijk koor al zijn voordeel bewezen. Het zicht op het hoofdaltaar was perfect en de monniken konden ongehinderd zingen en bidden.

Interieur San Giorgio Maggiore
achterliggend koorgedeelte
mouseover
San Giorgio Maggiore Venice Palladio

foto:L  Gaspa (mouseover)

Palladio en Sansovino moeten op de hoogte zijn geweest van het koor van Bramante in de Santa Maria del Popolo in Rome. Dit was nieuw voor een Benedictijnenkerk. In Padua in de Santa Giustina was het koor vóór het hoofdaltaar. Het koor in de San Giorgio Maggiore was verdeeld en vrij groot, maar liefst achtenveertig zetels. Er werd volgens de traditie van de benedictijnen zeven keer per dag gezongen. De hoogte van het koor was beduidend lager dan de kerk waardoor de geluiden van de gezangen en het orgel de kerk werden ingestuurd. De dag dat de Doge de kerk bezoekt, op de dag van de H. Stephanus, klinkt het koor van de San Giorgio achter het hoofdaltaar, terwijl het koor van de San Marco opklinkt vanuit de transepten. De plattegrond is perfect voor een gescheiden koor, Coro spezzato, een koor achter het hoofdaltaar en twee koren in de apsissen van het transept. Dit idee moet gebaseerd zijn op de meerdere apsissen van de Santa Giustina waar ook gescheiden koren waren. Maar in deze kerk moeten de koren niet altijd mooi geklonken hebben er waren teveel ruimtes en koepels. Men geloofde in die tijd dat houten plafonds of dakstoelen de beste akoestiek gaven. Het effect van een plat houten plafond is wel dat het de echo’s grotendeels absorbeert wat het geluid natuurlijk ten goede komt. Vandaar dat Sansovino voor houten plafonds koos. In Rome ontdekte men ongeveer tegelijkertijd dat lage tongewelven zoals die in de Il Gesù te vinden zijn een nog betere akoestiek geven. Vignola’s ontdekking uit 1568 verspreidde zich snel in Italië. In 1630 werd ook in de San Francesco della Vigna het houten plafond vervangen door een laag tongewelf.

Ook deze kerk in Venetië bevat nog een aantal opmerkelijke kunstwerken waaronder werk van Tintoretto.

Tintoretto
Video Khan Academy Laatste Avondmaal (4.55 minuten)
Laatste Avondmaal
de Israëliërs in de woestijn
mouseover
San Giorgio Maggiore Tinteretto Last Supper

Khan Academy video: Tintoretto Laatste Avondmaal (4. 55 minuten).

Als we nog tijd over hebben zullen we met de lift de Campanile opgaan. Hier heb je een prachtig uitzicht over de stad. We nemen weer bootlijn 82 en varen via het Canale della Giudecca naar de tweede kerk die Palladio heeft gebouwd: Il Redentore.

blik vanuit de campanile van de San Giorgio Maggiore
mouseover
view from campanile San Giorgio Maggiore Venice

foto’s: goc53

Klik hier voor het vervolg van dag 4